Update rechtsherstel Box 3

Voorgaande aan het debat van 20 april jl. over het rechtsherstel van Box 3 heeft de staatsecretaris, een technische briefing over de herstelmogelijkheden gegeven. In de notitie heeft de staatsecretaris vier herstelmogelijkheden gegeven.

  • Alle belastingplichtigen ontvangen compensatie
  • Werkelijk behaalde rendement belasten
  • Forfaitaire heffing over 3 categorieën (spaargeld, schulden, overige bezittingen)
  • Forfaitaire heffing per categorie

De eerste twee mogelijkheden zijn direct bestempeld als ongewenst of niet uitvoerbaar. De optie om iedere belastingplichtige over de jaren vanaf 2017 de betaalde Box 3-heffing terug te betalen werd bestempeld als te duur. Daarnaast zouden in dat geval ook de belastingplichtigen met een hoger behaald werkelijk rendement (mogelijk ten onrechte) belasting terugkrijgen.

Het werkelijk rendement belasten is eveneens geen optie aangezien dit niet uitvoerbaar is voor de Belastingdienst.

De enige uitvoerbare mogelijkheid tot rechtsherstel is volgens de staatssecretaris rechtsherstel op basis van de werkelijke vermogensmix van de belastingplichtige (forfaitaire heffing). In deze variant wordt via een geautomatiseerd systeem rechtsherstel gegeven aan de hand van de werkelijke vermogensmix van belastingplichtige. Het rechtsherstelsysteem gaat dan uit van de in Box 3 aangeven bestanddelen en berekend met een nieuw forfaitair rendement per bestanddeel wat het inkomen uit Box 3 zou moeten zijn.

De staatssecretaris geeft twee mogelijkheden.

  1. De forfaitaire spaarvariant. In deze variant wordt uitgegaan het vermogen in drie categorieën verdeeld: spaargeld, schulden en overige bezittingen. Per      categorie wordt het forfaitaire rendement berekend.
  2. De forfaitaire variant voor alle vermogenscategorieën. In deze variant wordt voor alle vermogensrubrieken in de belastingaangifte een apart forfaitair rendement berekend.

De staatssecretaris geeft nog geen duidelijkheid over de vraag of de belastingplichtigen die geen bezwaar hebben ingediend, ook in aanmerking komen voor rechtsherstel. Echter heeft de Advocaat-Generaal (A-G) van de Hoge Raad in een conclusie het standpunt ingenomen dat belastingplichtigen die niet tijdig (voor het Kerst-arrest) bezwaar gemaakt hebben niet gecompenseerd hoeven te worden.

Het kabinet wil voor 1 juni a.s. met een besluit komen over het rechtsherstel Box 3. Echter is ook in het debat aangegeven dat de Hoge Raad binnen 6 maanden met nog een belangrijk arrest over de compensatie van de overheid komt. Het is mogelijk dat de politici deze uitspraak willen afwachten alvorens ze een keuze maken.

Invorderingspauze voorlopige aanslag 2022

De Belastingdienst last een invorderingspauze in voor belastingplichtigen die een voorlopige aanslag 2022 hebben gekregen met een te betalen bedrag aan belasting over Box 3. Dit houdt in dat de Belastingdienst geen betalingsherinnering en aanmaning zal sturen als u de voorlopige aanslag 2022 niet betaald. Over deze invorderingspauze stuurt de Belastingdienst een brief.

De nu al betaalde Box 3 belasting over de voorlopige aanslag 2022 wordt niet terugbetaald. Bij afwikkeling van de definitieve aanslag 2022 wordt het rechtsherstel meegenomen.

 

Veranderingen onderhanden projecten

Inleiding

Vanaf boekjaar 2022 vinden er veranderingen plaats in de presentatie van de onderhanden projecten. Om tot een juiste presentatie van de onderhanden projecten te komen, is het van belang om eerst goed in kaart te brengen wat een onderhanden project is en hoe deze verschilt van onderhanden werken. Het is belangrijk om hier een onderscheid in te maken aangezien voor beide een andere manier van presenteren en waarderen gehanteerd dient te worden.

Waarom presenteren we onderhanden werken/projecten

Een kenmerk van zowel de onderhanden werken als de onderhanden projecten is het langlopende karakter, de looptijd van beiden overschrijdt namelijk de rapportageperiode. Hierdoor ontstaat de behoefte om een tussentijdse presentatie te geven van de waarde om reële tussentijdse- of jaarcijfers te kunnen presenteren. Dit met name om een goed beeld te krijgen van hoe uw bedrijf heeft gedraaid, maar ook (als u een B.V. bestuurt) de gebruikers van de cijfers juist te informeren, conform de geldende wet- en regelgeving.

Verschil werken en projecten

Het grote verschil tussen onderhanden werken en onderhanden projecten zit in het feit dat onderhanden werken voor eigen rekening gerealiseerd worden en onderhanden projecten voor rekening van een derde.

Een goed voorbeeld hiervoor is het bouwen van tien huizen. Van deze tien huizen zijn zes huizen al verkocht en de overige vier huizen verwacht de huizenbouwer in de toekomst te verkopen. De zes huizen die al zijn verkocht zijn, worden voor rekening van de koper gebouwd en zijn daarmee een onderhanden project. De vier huizen die nog niet verkocht zijn, worden voor rekening van de huizenbouwer gebouwd en zijn een onderhanden werk en daarmee feitelijk een voorraad. De zes huizen dienen, indien hier sprake van is, gewaardeerd te worden inclusief een winstmarge, aangezien deze reeds verkocht zijn. Doordat de huizen reeds verkocht zijn, en er dus eigendom is overgedragen, dient alles wat gerealiseerd wordt te leiden tot winstneming. De vier huizen die voor rekening van de huizenbouwer zelf zijn gebouwd mogen uitsluitend exclusief winstmarge opgenomen te worden, aangezien er geen resultaat genomen mag worden voordat goederen verkocht zijn.

Wijzigingen wet- en regelgeving

Tot op heden werd er met betrekking tot de onderhanden projecten veelal geredeneerd vanuit de balans. De gemaakte kosten werden namelijk op de balans opgenomen en de reeds gefactureerde termijnen kwamen hier tegenover te staan. Over de opgenomen kosten werd vervolgens, indien van toepassing, een bepaalde winstmarge genomen en de totale mutatie van het bovenstaande kwam dan in de resultatenrekening terecht.

Vanaf boekjaar 2022 is het niet langer toegestaan om projecten met een debetsaldo en projecten met een creditsaldo met elkaar te salderen. Dat projecten een creditsaldo hebben betekent niet dat deze verliesgevend zijn, dit betekent uitsluitend dat er meer gefactureerd is dan er gerealiseerd is tot op heden. Hierdoor ontstaat een beter inzicht in de werkelijke positie van de onderhanden projecten.

Daarnaast is de insteek van de wetgever om meer vanuit de resultatenrekening te beredeneren en om een beter inzicht te verkrijgen in de netto-omzet die voortkomt uit de onderhanden projecten over meerdere jaren.  Daarom is het vanaf boekjaar 2022 verplicht om de projectopbrengsten als netto-omzet te presenteren. Dit betekent dat het niet langer toegestaan is om een mutatie onderhanden projecten op te nemen als projectopbrengst. Dit zorgt ervoor dat het belang van een adequate administratie groter wordt dan het tot nu toe is geweest.

De veranderingen die u als klant het meeste gaat merken is het aanscherpen van de administratie rondom de onderhanden projecten, de verlenging van de balans waardoor er eerder wordt voldaan aan hogere groottecriteria en het presenteren van de projectopbrengst als netto-omzet.

Bij vragen en/of voor meer informatie kunt u contact opnemen met uw contactpersoon van ons kantoor.

 

Het verbod op nevenwerkzaamheden, mag het straks nog?

Nevenwerkzaamheden

Volgens artikel 19 van onze Grondwet heeft een werknemer recht op vrijheid van arbeidskeuze. Dat recht geldt ook als iemand al in dienst is van een werkgever. Jouw werknemers mogen in principe dus werkzaamheden verrichten naast het werk dat ze voor jouw bedrijf doen.

Schade voorkomen

Maar als werkgever wil je natuurlijk niet dat door nevenwerkzaamheden jouw bedrijf schade oploopt. Je zult bijvoorbeeld niet blij zijn als een van je mensen af en toe bijklust bij een concurrent. Of als iemand minder goed functioneert, omdat zijn werk bij de vrijwillige brandweer zo vermoeiend is.

En je wilt al helemaal geen problemen met de Arbeidsinspectie omdat een werknemer meer uren heeft gewerkt dan is toegestaan volgens de Arbeidstijdenwet. Dit alles voorkom je met een beding nevenwerkzaamheden.

Wat is een beding nevenwerkzaamheden?

Een beding nevenwerkzaamheden bevat afspraken tussen jou en je werknemer over welke nevenwerkzaamheden hij wel en welke hij niet mag doen. Daarbij kan het gaan om zowel betaald werk als vrijwilligerswerk. Het wordt ook wel een nevenarbeid beding genoemd.

Schriftelijk overeenkomen

Je moet een beding nevenwerkzaamheden altijd schriftelijk overeenkomen. Dat kan in een afzonderlijk document, maar het ligt meer voor de hand om het beding op te nemen als paragraaf in het arbeidscontract.

Ondertekent je werknemer het contract? Dan gaat hij automatisch ook akkoord met het nevenwerkzaamhedenbeding.

Nieuwe regels nevenwerkzaamheden 2022

In 2022 worden de regels voor nevenwerkzaamheden aangepast. Je mag als werkgever de nevenwerkzaamheden van werknemers in principe niet meer verbieden.

Dit komt door een EU-richtlijn die uiterlijk op 1 augustus 2022 toegepast moet worden. Alleen als je een ‘rechtvaardigingsgrond’ hebt mag je nevenwerkzaamheden verbieden. In de EU-richtlijn worden 4 voorbeelden van rechtvaardigingsgronden genoemd:

  1. Bescherming van de gezondheid en veiligheid van werknemers.
  2. Bescherming van vertrouwelijke bedrijfsinformatie.
  3. Integriteit van overheidsdiensten.
  4. Vermijden van belangenconflicten.

Daarnaast zijn er nog meer mogelijke rechtvaardigingsgronden voor een verbod op nevenwerkzaamheden. De praktijk zal uitwijzen hoe rechters hiermee omgaan. Maar het is duidelijk dat je als werkgever een goed onderbouwde reden nodig hebt om nevenwerkzaamheden te verbieden.

Wil je meer over het onderwerp “nevenwerkzaamheden” weten of wil je weten wat je als werkgever moet regelen over “nevenwerkzaamheden”, neem dan contact op met Desiree Haegens van ons kantoor, 06-82096543.

Teruggave accijns op voorraad brandstof

De accijns voor ongelode benzine, diesel en LPG/LNG wordt tijdelijk door de overheid verlaagd. De verlaging geldt voor de periode vanaf 1 april tot en met 31 december 2022. Onder voorwaarden kan ook accijns worden teruggevraagd op brandstof die al eerder werd ingekocht. Het verzoek om teruggaaf van deze accijns kan per 1 april worden ingediend.

Heeft u op 1 april 2022 om 0.00 uur brandstof in voorraad? Bent u eigenaar van deze brandstof en wordt de brandstof voor commerciële doeleinden in een eigen opslagplaats beheerd, dan kan een deel van de eerder betaalde accijns worden teruggevraagd. Het gaat daarbij om de volgende bedragen:

  • Ongelode benzine: 17,3 cent per liter;
  • Diesel: 11,1 cent per liter;
  • LPG/LNG: 4,1 cent per liter.

Om in aanmerking te komen voor teruggaaf, dienen alle relevante gegevens vast te liggen in de administratie, zoals:

  • Een nauwkeurige aanduiding van de plaats of plaatsen waar de brandstoffen zich bevinden;
  • De hoeveelheid brandstof, per soort en per plaats;
  • De stand van het telwerk als een voorraadtank is verbonden met een pompinstallatie met telwerk.

Teruggaaf wordt enkel verleend wanneer de accijns eerder is betaald: dit moet kunnen worden aangetoond. De teruggaafregeling geldt voor bedrijven die een eigen opslagplaats hebben voor brandstoffen (bijvoorbeeld tankstations, transportbedrijven, loon- en grondverzetbedrijven, glastuinbouwbedrijven, landbouwbedrijven en hoveniersbedrijven).

Accijns dient te worden teruggevraagd via de website https://mijndouane.belastingdienst.nl, tabblad ‘accijns’. Vervolgens kan bij ‘teruggaaf’ worden gekozen voor ‘Teruggaaf o.g.v. art. 84b WA’. U dient zelf te berekenen hoe veel accijns kan worden teruggevorderd.

Let op: per 1 april kan de accijns worden teruggevraagd. Het verzoek om teruggaaf dient uiterlijk op 8 april 2022 te worden ingediend via Mijn Douane.

Tijdige waarschuwingssignalen

Wanneer een mens ziek wordt, worden de eerste symptomen al gauw zichtbaar in de vorm van klachten. Misselijkheid, huiduitslag, pijn of bloedingen zijn dan indicaties dat er ‘iets’ aan de hand is.

Als de eerste tekenen van ziekte bij bedrijven in aantal net zo beperkt zijn als bij mensen, biedt dat kansen voor een checklist waarmee tijdig een waarschuwing wordt afgegeven waar faillissement mee kan worden voorkomen. Deze symptomen zijn dan de Early Warning Signals die aangeven of een bedrijf in financiële moeilijkheden raakt en die het mogelijk maken tijdig in te grijpen.

Een adviseur wordt een bedrijvendokter genoemd en om een turnaround te maken krijg je handvatten om het bedrijf weer gezond te maken. De praktijk leert dat wanneer een bedrijf ziek is, de patiënt in kwestie vaak al zo ver heen is, dat herstel niet meer mogelijk is en de zieke overlijdt.

Er zijn 4 crisisfasen:

  1. Strategie;
  2. Resultaatcrisis;
  3. Liquiditeit;
  4. Faillissement.

Bij vroege signalering wordt gezocht naar de symptomen die verbonden zijn aan het proces van verval die gezamenlijk waarschuwen dat snel ingegrepen moet worden. Kenmerkend voor een symptoom is dat het een waarneembare verandering betreft. Pas als het verval in gang is gezet, komt het signaal naar boven.

Wat zijn vroege symptomen waarmee een mkb-bedrijf in een zo vroeg mogelijk stadium zelf kan ontdekken dat het afstevent op een faillissement of ernstig in financiële problemen raakt?

Ondernemer:

  • Legt schuld buiten zichzelf
  • Besteedt aan te veel zaken aandacht

Leiderschap:

  • Management heeft onvoldoende kennis en capaciteiten in huis

Processen:

  • Omslachtige administratieve procedures

Medewerkers:

  • Groot verloop van personeel
  • Buitensporig veel personeel

Strategie:

  • Ondernemer legt de focus op verleden

Accountant:

  • Opinie van externe accountant is negatief

Reputatie:

  • Slechte reputatie op internet

Financieel:

  • Grote, onredelijke privé onttrekkingen
  • Aandeel vreemd vermogen in financiering neemt toe

Juridisch:

  • Is verwikkeld in juridische procedures

Informatie:

  • Levert laat informatie aan de bank

De coronacrisis heeft er bij een deel van de ondernemers stevig ingehakt en de kans is dan ook aanwezig dat bovengenoemde symptomen aan het licht komen, wellicht ook bij u.

Wilt u graag met ons in overleg over hoe nu verder met uw onderneming, neem dan contact op met uw contactpersoon.

 

 

Investeringssubsidie duurzame energie en energiebelasting voor zakelijke gebruikers

Een andere subsidieregeling die wij onder de aandacht willen brengen is de investeringssubsidie duurzame energie en energiebesparing (ISDE)  voor zakelijke gebruikers. Deze subsidie is bedoeld om het productieproces, gebouw of te verhuren woning voor zakelijke gebruikers te verduurzamen. Deze regeling geldt voor het aanschaffen (hybride) warmtepompen, zonneboilers, kleinschalige windturbines en zonnepanelen. Ook verhuurders van woning kunnen voor deze subsidie in aanmerking komen.

Voorwaarden:

  • Subsidie wordt aangevraagd voordat de koopovereenkomst van het apparaat is gesloten;
  • Het apparaat wordt in Nederland geïnstalleerd;
  • De warmtepomp, zonneboiler, zonnepanelen en/of windturbine wordt binnen 12 maanden in gebruik genomen nadat de beslissing over de subsidieaanvraag is ontvangen;
  • Bewijs dat een bouwinstallatiebedrijf het apparaat heeft geïnstalleerd.
  • Tevens de factuur en betaalbewijs van het bouwinstallatiebedrijf.
  • Het apparaat mag niet binnen een jaar na de datum van de vaststelling van de subsidie worden verwijderd.
  • Er zijn geen andere subsidies verstrekt betreffende de maatregel en/of het betreffende apparaat. Er is ook geen recht op subsidie als voor de investering, Energie-investeringsaftrek (EIA) wordt verkregen.

De subsidie wordt per apparaat berekend, op de website van het RVO kun je vinden voor welke apparaten subsidie aanvragen voor ingediend kunnen worden. Daarnaast geldt voor isolatiemaatregelen een subsidie per m2.

Plannen om te investeren in het verduurzamen van je (huur)woning of bedrijfsgebouw? Laat het ons weten dan bekijken wij of je in aanmerking kunt komen voor subsidie.

Subsidieregeling verduurzaming en onderhoud huurwoningen

Vanaf 1 april is Nederland weer een subsidieregeling rijker, de Subsidieregeling verduurzaming en onderhoud huurwoningen (SVOH). De SVOH is een subsidieregeling voor particuliere verhuurders of institutionele beleggers die woningen in de verhuur willen verduurzamen. De regeling is alleen voor huurwoningen in de gereguleerde sector (sociale huurwoningen, aanvangshuurprijs 2022 € 763,47 per maand). Het rijk stelt een budget van € 152 miljoen beschikbaar voor 2022-2025.

Als verhuurder dien je eigenaar te zijn van de woning op moment dat je de subsidie aanvraagt. De voorwaarden voor de subsidie zijn verder:

  • Er moeten 2 of meer energiebesparende- of onderhoudsmaatregelen óf 1 energiebesparende en 1 onderhoudsmaatregel zijn uitgevoerd na 1 april 2022 (ook kosten voor een energieadvies zijn mogelijk subsidiabel);
  • De woning wordt aantoonbaar verhuurd op de dag voorafgaande aan de dag dat u de subsidieaanvraag indient;
  • Ten behoeve van huurwoningen onder de liberalisatiegrens kunt u voor maximaal 50 van deze woningen subsidie aanvragen, daarvoor geldt wel dat je maar maximaal 100 van deze gereguleerde huurwoningen in bezit hebt.
  • Er wordt per woning eenmaal subsidie verstrekt. Daarnaast mag voor eenzelfde maatregel niet al eerder subsidie via een andere regeling subsidie ontvangen zijn.

Houdt daarnaast rekening met de volgende voorwaarden van de regeling:

  • De subsidie bedraagt maximaal € 6.000 per woning
  • Per verhuurder wordt er niet meer subsidie verleent dan € 400.000
  • De aanvraag mag betrekking hebben op meerdere woningen
  • Aanvragen van € 125.000 of meer moeten vóór de uitvoering worden ingediend
  • Aanvragen van minder dan € 125.000 mag pas ná uitvoering worden ingediend
  • De subsidie wordt altijd achteraf ontvangen, er worden geen voorschotten uitbetaald

Het aanvragen van de regeling is mogelijk van 1 april 2022 en kan tot en met 31 december 2025.

 

Ziektewinst: (on)bewust redenen zoeken om niet van je klachten af te komen

Van kinderen ken je het natuurlijk wel: hebben ze ergens geen zin in, dan voelen ze zich opeens niet zo lekker. Dit heet “ziektewinst” en volwassenen zijn vaak geen haar beter, al zijn ze zich lang niet altijd bewust van dit mechanisme.

Motieven om ziek te blijven

Het idee dat mensen bewuste en onbewuste motieven hebben om ziek te blijven is al begin vorige eeuw omschreven door Sigmund Freud. Hij bedacht de naam “ziektewinst” en onderscheidde daarin een primaire en een secundaire vorm. In zijn tijd kwam de eerste veelvuldig voor.

Op zo’n moment is iemand liever ziek dan dat hij moet omgaan met wat het leven hem voorschotelt.

Bedrijfsartsen komen dit nogal eens tegen bij mensen met een burn-out. Een voorbeeld uit de praktijk: een werkneemster werkt zich uit de naad op haar werk om de boel draaiende te houden. Haar leidinggevende vindt ze een hork. De werkneemster kreeg van haar leidinggevende geen waardering voor haar inspanningen, sterker nog: de werkdruk werd nog verder opgevoerd terwijl ze al overbelast was. Rond de Kerst stort de werkneemster in en meldt zich ziek.

Uit de gesprekken blijkt dat ze niet zal terugkeren naar haar werk zolang die leidinggevende er zit. Een burn-out is erg, maar teruggaan naar het werk is in dit geval voor de werkneemster erger.

Primaire ziektewinst kan ook een (onbewuste) rol spelen bij relatieproblemen. Dat kan zich dan bijvoorbeeld uiten in overgewicht: veel mensen hebben liever lichamelijke klachten dan een echtscheiding. Ze willen geen ruzie, dus eten ze hun frustratie weg.

Ziektewinst

De voordelen van “ziek” zijn, zijn groter dan de nadelen van de ziekte. Deze voordelen kunnen zich uiten in: veel aandacht krijgen, kadootjes (fruitmandje, beterschapskaartje), op de bank liggen en tv (Netflix) kijken, ontlopen van verantwoordelijkheid/deadlines, etc.

Hoe er mee om te gaan

Wees niet de zachte heelmeester, en maak het verzuim bespreekbaar. Houd hierbij in gedachten dat de werknemer die vermeent voordeel haalt uit zijn verzuim iets te verbergen heeft, waarvan hij zich niet bewust hoeft te zijn.

Vind je het lastig om verzuim bespreekbaar te maken? Wij kunnen je daarbij helpen.

Dat doen we niet door het gesprek van je over te nemen, maar door je te helpen met een goede voorbereiding en praktische tips en handvatten.

Wil je hier meer over weten, neem dan contact op met Desiree Haegens, HR Consultant, 06 – 82096543

Deadline nadert voor gegevensregistratie UBO-register

Op 27 september 2020 trad het UBO-register in werking. Ben je aandeelhouder van een bv of heb je een andere vorm van eigendom of zeggenschap in een onderneming, dan heb je sindsdien achttien maanden de tijd gekregen om jouw gegevens bij de Kamer van Koophandel te laten registreren in het UBO-register. Die achttien maanden zijn bijna voorbij. Op 27 maart 2022 moet je aan deze registratieplicht hebben voldaan. Hierna lees je wat die registratieplicht ook alweer inhoudt en welke maatregelen er getroffen zijn om jouw privacy te beschermen, nadat jouw gegevens zijn geregistreerd. 

Voor wie?

In Nederland opgerichte vennootschappen en andere juridische entiteiten in Nederland moeten net als in alle andere EU/EER-lidstaten – de gegevens registreren bijhouden van uiteindelijk belanghebbenden (UBO’s: Ultimate Beneficial Owners). Dit moet voorkomen dat het financiële stelsel wordt gebruikt voor witwassen en terrorismefinanciering. Je bent een UBO als je uiteindelijk voor meer dan 25% eigenaar bent – of zeggenschap hebt over – o.a. bv’s, nv’s, stichtingen en verenigingen, maar ook over maatschappen, vennootschappen onder firma of commanditaire vennootschappen die naar Nederlands recht zijn opgericht. Ben je UBO van een vennootschap die naar buitenlands recht is opgericht, dan worden jouw gegevens niet in Nederland geregistreerd, maar mogelijk wel in een andere EU-/EER-lidstaat. Ook een eenmanszaak valt niet onder de registratieplicht.

Welke gegevens?

De gegevens in het UBO-register betreffen jouw naam, geboortemaand en -jaar, woonstaat, nationaliteit en aard en omvang van het belang dat je houdt. Deze gegevens zijn voor iedereen openbaar, maar kunnen alleen op naam van jouw onderneming of rechtspersoon worden geraadpleegd, niet op jouw eigen naam. Daarnaast worden bepaalde gegevens opgenomen die alleen door bevoegde autoriteiten en door de Financiële Inlichtingen Eenheid (FIU) mogen worden ingezien. Dit betreffen jouw BSN/buitenlands fiscaal identificatienummer (TIN), jouw geboortedag en -plaats en je geboorteland, jouw woonadres en een kopie van een geldig identiteitsdocument en van document(en) waaruit de aard en grootte van jouw economisch belang blijkt.

Waar en wanneer gegevens aanleveren?

De Kamer van Koophandel (KvK) beheert het UBO-register. Je hebt tot 27 maart 2022 de tijd om de gegevens in het UBO-register te laten vastleggen. De 18-maandentermijn geldt alleen voor vennootschappen en andere entiteiten die op 27 september 2020 bestonden. Vennootschappen en andere entiteiten die na 27 september zijn opgericht, moeten de gegevens van hun UBO(’s) gelijktijdig registreren met de inschrijving in het Handelsregister. De registratie van de UBO-gegevens is ook een voorwaarde voor het verstrekken van een KvK-nummer. Voldoe je niet aan de registratieplicht, dan kan een sanctie volgen, bijvoorbeeld een boete. 

Waarborgen privacy

Het UBO-register wordt deels openbaar. Daar maak je je misschien zorgen over, maar er zijn maatregelen getroffen om je privacy te beschermen. De persoon die gegevens uit het UBO-register wil raadplegen, moet zich namelijk vooraf identificeren. Die identiteit wordt met nieuwe elektronische identificatiemiddelen vastgelegd. Daarnaast moet de raadpleger een vergoeding betalen en heb je inzage in het aantal keren dat jouw gegevens zijn verstrekt. Hiervan worden uitgezonderd de raadplegingen door de FIU en de bevoegde autoriteiten. In bijzondere omstandigheden kan je verzoeken om afscherming van jouw gegevens.

Meer weten?

Wil je meer weten of heb je vragen? Bel of mail ons dan. Wij helpen je graag verder.

Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid 8e tranche

Het kabinet ondersteunt de economie onder andere met de ‘Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Behoud van Werkgelegenheid (NOW)’. Voor de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 maart 2022 kan alweer de 6e NOW-regeling (NOW 6.0) worden aangevraagd. Dit keer is er maar één tranche. We informeren je hierna over deze 8e tranche van de NOW-regeling.

Omzetdaling

De omzetdaling wordt bepaald door een vierde van de omzet van 2019 (referentie-omzet) te vergelijken met de omzet in de maanden januari 2022 tot en met maart 2022 (omzetperiode). In tegenstelling tot eerdere tranches kan je dus niet langer kiezen over welke maanden je het omzetverlies wilt berekenen. Het minimale omzetverlies om aanspraak te kunnen maken op de NOW is steeds 20%.

Voor alle NOW-regelingen geldt dat overige subsidies die je in het kader van de coronacrisis ontvangt, als omzet meetellen. De TVL (vanaf NOW 3) en ook de NOW zelf worden echter niet gezien als omzet.

Als jouw bedrijf bestaat uit een aantal bedrijfsonderdelen (rechtspersonen) die samen een concern of groep vormen, moet je bij de aanvraag voor een afzonderlijke rechtspersoon de omzetdaling van het hele concern aanhouden. Slechts onder strikte voorwaarden kan de omzetdaling worden bepaald op de omzetdaling van een afzonderlijke rechtspersoon binnen het concern.

Startende ondernemers

Ook ondernemers die tussen 2 januari 2019 tot en met 1 oktober 2021 zijn gestart, kunnen een aanvraag doen voor de 8e tranche. De referentieperiode voor de omzetdaling ziet er dan als volgt uit:

 

Bedrijfsuitoefening gestart Referentie-omzetperiode
Vóór 1 januari 2019 Omzet 1 januari 2019 t/m 31 december 2019 gedeeld door 4
In periode van 2 januari 2019 t/m

1 februari 2020

Omzet vanaf de eerste volledige kalendermaand t/m

29 februari 2020 gedeeld door het aantal volledige maanden maal 3

In de periode van 2 februari 2020 t/m 1 juli 2021 Omzet 1 juli 2021 t/m 31 oktober 2021 gedeeld door 4, maal 3
In de periode van 2 juli 2021 t/m 30 september 2021 Omzet vanaf de eerste volledige kalendermaand t/m

31 oktober 2021 gedeeld door het aantal volledige maanden maal 3

Loonsom

De referentiemaand voor de loonsom voor de 8e tranche is oktober 2021. Het UWV neemt de gegevens uit de loonaangifte bij de Belastingdienst automatisch over.

De werkgeverslasten worden bij de 8e tranche voor 30% gecompenseerd. Het gaat dan bijvoorbeeld om pensioenpremies, premies werknemersverzekeringen en – meestal – om een reservering voor vakantiegeld.

Vermindering loon zonder subsidieverlies

De loonsom in de maanden januari tot en met maart 2022 mag ten opzichte van driemaal de loonsom in oktober 2021 worden verminderd met 15%, zonder dat de subsidie lager wordt. De daling van de loonsom kan worden veroorzaakt door natuurlijk verloop in het personeelsbestand, door minder personeel aan te houden of door een vrijwillig loonoffer te vragen van werknemers. Daalt de loonsom met meer dan 15%? In dat geval kan dat betekenen dat je NOW-subsidie moet terugbetalen.

Geen dividend of bonus plus accountantsverklaring

De voorwaarde is dat er geen bonussen of dividenden wordt uitgekeerd of eigen aandelen worden ingekocht. Deze voorwaarde geldt niet als het voorschot of de definitieve subsidie minder bedraagt dan € 125.000. Maar weer wel als de subsidie wordt aangevraagd op basis van de omzetdaling van een afzonderlijke rechtspersoon binnen een concern. In die laatste twee situaties is ook een accountantsverklaring niet verplicht.

Voor de 8e tranche geldt de verplichting om geen bonussen of dividenden uit te keren over 2022. Het betreft ook alleen de bonussen die worden uitgekeerd aan het bestuur en de directie en niet aan het overige personeel dat variabel wordt beloond. Een overeenkomst met een vertegenwoordiging van werknemers over bonus- en dividendbeleid is verplicht.

Inspanningsverplichting scholing

Je hebt een inspanningsverplichting om jouw werknemers te stimuleren om aan bij- of omscholing te doen of een ontwikkeladvies aan te vragen. Je kunt hieraan voldoen door bijvoorbeeld (vrijvallende) tijd beschikbaar te stellen en middelen te verschaffen via bijvoorbeeld een opleidings- en ontwikkelingsfonds (O&O-fonds).

Inspanningsverplichting begeleiden naar nieuw werk

Ook heb je een inspanningsverplichting om mee te werken aan de begeleiding naar nieuw werk van de werknemer. Deze verplichting geldt voor alle mogelijkheden waarop de arbeidsovereenkomst kan eindigen, dus bijvoorbeeld ook bij het aflopen van een contract voor bepaalde tijd. Je kunt bij de invulling van deze verplichting onder andere gebruik maken van de mogelijkheden die ook voor scholing worden geboden.

Als je in de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 maart 2022 bedrijfseconomisch ontslag voor een werknemer aanvraagt, maar in de periode van 1 januari 2022 tot en met 13 april 2022 geen contact hebt gezocht met de ‘UWV telefoon NOW’ in het kader van begeleiding van werk naar werk, leidt dit tot een korting van 5% op het totale subsidiebedrag.

Aanvraag en betaling

De aanvraag voor de 8e tranche van de NOW-regeling kan je vanaf 14 februari 2022 indienen via de website van het UWV. Het loket is open tot en met 13 april 2022.

Bij de aanvraag moet je de procentuele verwachte omzetdaling en het loonheffingennummer vermelden. Ook vermeld je het rekeningnummer waarop je betalingen van de Belastingdienst inzake loonheffingen ontvangt.

De 8e tranche kent een vergoedingspercentage van 85%. Je ontvangt een voorschot van 80%.

Ook voor de 8e tranche moet je een definitieve vaststelling aanvragen. Dat kan vanaf 3 oktober 2022 tot 2 juni 2023.

Meer weten?

Wil je meer weten of heb je hulp nodig bij de NOW-aanvraag? Wij helpen je graag verder. We kunnen bijvoorbeeld het omzetverlies berekenen en – als dat nodig is – zorgen voor een accountantsverklaring. Binnenkort nemen we contact met je op om de mogelijkheden voor jou in kaart te brengen.