Belangrijkste wijzigingen HR in 2022

Hervormingen in het arbeidsrecht

Het aanstaande kabinet Rutte IV gaat grote hervormingen in de arbeidsmarkt doorvoeren, die de bestaanszekerheid van lage- en midden inkomens versterken en de lasten verlagen. De verschillen tussen vaste- en flexibele arbeid moeten kleiner worden. Nu zijn te veel mensen in Nederland afhankelijk van tijdelijke contracten. Daarom worden oproep-, uitzend- en tijdelijke arbeidscontracten ‘beter gereguleerd’.

Wettelijk minimumloon gaat omhoog

Er komt een minimumuurloon op basis van de 36-urige werkweek. Bovendien gaat het minimumloon stapsgewijs met 7,5% omhoog. Daarbij blijft de koppeling met de uitkeringen in stand, maar de AOW stijgt niet automatisch mee. Voor ouderen komt er wel een hogere ouderenkorting.

Afstand tot de arbeidsmarkt

Samen met sociale partners, gemeenten en het UWV, wil het kabinet meer mensen naar werk begeleiden. Dat geldt ook voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Daarvoor wordt het aantal beschutte werkplekken uitgebreid.

Gerichte vrijstelling thuiswerkkosten

De verwachting is dat na de coronacrisis een grote groep werknemers weer deels op kantoor gaat werken, maar ook nog steeds een deel van de week thuis: het zogeheten hybride werken. Veel werkgevers willen een vergoeding geven voor de extra kosten voor het thuiswerken.

Het kabinet gaat in 2022 een gerichte vrijstelling in de werkkostenregeling maken voor de vergoeding van bepaalde thuiswerkkosten. Het gaat daarbij om een forfaitair bedrag van maximaal € 2 per thuisgewerkte dag of een deel daarvan. Dit maakt het mogelijk dat deze vergoeding vrij van loonheffingen door de werkgever kan worden toegekend.

Voor eenzelfde werkdag kan niet tegelijkertijd de vrijstelling voor een thuiswerkkostenvergoeding én een vrijstelling voor een reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer naar de vaste werkplek van toepassing zijn.

De vrijstelling voor een thuiswerkkostenvergoeding van maximaal € 2 per thuiswerkdag kan worden toegepast als een werknemer slechts een deel van de dag thuiswerkt. Maar als een werknemer een deel van de dag thuiswerkt en het andere deel op de vaste werkplek werkt, kan maar een van de vrijstellingen worden toegepast. Wel kan nog een vergoeding voor een dienstreis worden toegekend op een thuiswerkdag.

Als de werkgever en werknemer vooraf afspraken maken over de werkplek op welke dagen, kan de werkgever op basis van die verhouding een vaste vergoeding toekennen voor zowel het thuiswerken als de reiskosten woon-werkverkeer.

Uitkering ouderschapsverlof Wet arbeid en zorg

Vanaf 2 augustus 2022 krijgen werknemers recht op een ouderschapsverlofuitkering gedurende 9 weken bij opname van ouderschapsverlof.

Het betaald ouderschapsverlof gaat op termijn naar 70%. Het is nog onduidelijk of dit al direct bij de aanvang van de regeling zo is.

Hiermee voldoet het kabinet aan een Europese richtlijn die meer evenwicht tussen werk en privéleven bevordert en de gelijke behandeling van vrouwen en mannen verbetert. De uitkeringen op grond van de WAZO worden uitgevoerd door UWV.

Kinderopvang wordt gratis

Het wordt aantrekkelijker voor ouders om werk en zorg te combineren doordat de vergoeding van de kinderopvang in stappen omhoog gaat tot 95% voor werkende ouders voor kinderen tot 12 jaar. De toeslag wordt straks direct uitgekeerd aan kinderopvanginstellingen zodat ouders niet meer worden geconfronteerd met grote terugvorderingen. Op termijn wil het kabinet 100% gaan vergoeden.

Einde tijdelijke verruiming vrije ruimte (COVID-19)

De vrije ruimte binnen de Werkkostenregeling (WKR) wordt weer 1,7% van de fiscale loonsom tot en met € 400.000 en 1,18% van het restant van die loonsom erboven.

De tijdelijke verhoging van 3% voor de eerste € 400.000 van de fiscale loonsom vanwege de coronacrisis (voor extra vergoedingen), vervalt dus per 2022.

Aanpassing bijtelling voor emissievrije personenauto’s

De bijtelling voor volledig elektrische auto’s komt per saldo uit op 16% in 2022. De bijtelling voor emissievrije personenauto’s gaat vanaf 2022 in twee stappen omlaag. Dit betekent dat de vanaf 1 januari 2022 geldende korting van 6% op de bijtelling wordt toegepast op een catalogusprijs van € 35.000 en vanaf 2023 op een catalogusprijs van € 30.000.

Door de verlaging wordt de vraag in de zakelijke markt meer gestuurd naar goedkopere emissievrije automodellen uit de lagere marktsegmenten. Voor emissievrije en zonnecelauto’s met een waterstofmotor of op zonne-energie, geldt de beperking van de catalogusprijs niet.

Richtlijn transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden

Deze richtlijn moet voor 1 augustus 2022 worden ingevoerd. Doel is om transparantere en beter voorspelbare werkomstandigheden in de EU te bevorderen.

De richtlijn bepaalt in het kort dat verplichte scholing altijd voor rekening komt van de werkgever, dat de werkgever alleen onder strikte voorwaarden nevenwerkzaamheden mag verbieden, dat arbeidsvoorwaarden helder op schrift moeten zijn gesteld en dat flexwerkers recht hebben op voorspelbaarder arbeidsvoorwaarden met meer zekerheid.

De uitwerking van de richtlijn voor de Nederlandse situatie moet nog voor de zomer van 2022 aan het parlement worden voorgelegd.

Wijziging premies vast/flex

Het Algemeen Werkloosheidsfonds (AWF) financiert de WW-uitkeringen van private werkgevers. De Wet arbeidsmarkt in balans regelt dat er sinds 2020 twee premietarieven zijn binnen het AWF: een laag tarief voor vaste dienstverbanden en een hoog tarief voor flexibele dienstverbanden.

Het lage tarief wordt voor 2022 geraamd op 2,20 procent en het hoge tarief op 7,20 procent, beide 0,50 procentpunt lager dan in 2021. Het (gewogen) gemiddelde van de AWF-werkgeverspremie bedraagt dan 3,45 procent. Definitieve vaststelling van de AWF-premie vindt plaats in oktober.

Het lijkt misschien aantrekkelijk om een vaste werknemer (met een lage premieafdracht) tóch flexibel in te zetten. Dat kan bijvoorbeeld met een klein vast contract en veel onregelmatig overwerk (met meer dan 30% overuren). Maar als dat gebeurt, moet de werkgever achteraf toch alsnog de hoge premie afdragen. Tijdens de coronacrisis is deze maatregel tijdelijk opgeschort, omdat er toen in sommige sectoren heel veel extra (over-)werk was. Maar vanaf 2022 treedt deze regeling weer in werking.

Webmodule inhuur zelfstandigen

De webmodule voor de inhuur van zelfstandigen, is de afgelopen maanden getest. Bij zeventig procent van de opdrachten blijkt deze duidelijkheid te geven over de aard van het dienstverband, blijkt uit de evaluatie. Als de module beter wordt ingevuld, kan dat percentage nog omhoog. Maar de webmodule blijft voorlopig als voorlichtingsinstrument bestaan. De informatie wordt gebruikt ter verbetering van het instrument.

In de tussentijd blijft de Belastingdienst terughoudend met controles. Sancties volgen alleen bij kwaadwillendheid of wanneer aanwijzingen niet binnen een redelijke termijn zijn opgevolgd.

Transitievergoeding MKB

Sinds 2021 hebben kleine werkgevers die hun onderneming stoppen vanwege pensionering of overlijden, recht op compensatie van de transitievergoeding.

Maar de compensatiemogelijkheid bij bedrijfsbeëindiging vanwege ziekte van de werkgever liep eerder vertraging op en zal daarom niet in werking treden voor de zomer van 2022.

Maximale transitievergoeding 2022

In de Wet Werk en Zekerheid is geregeld dat de hoogte van de maximale transitievergoeding elk jaar wordt geïndexeerd aan de hand van de ontwikkeling van de contractlonen. Uit de Regeling indexering transitievergoeding blijkt dat dit bedrag voor 2022 wordt afgerond op 86.000 euro, of maximaal één jaarsalaris als dat bedrag hoger is.

Flexkrachten krijgen meer medezeggenschap

De Wet op de ondernemingsraden wordt in 2022 aangepast om flexkrachten meer bij de medezeggenschap te betrekken. Belangrijkst is dat de termijnen voor actief en passief kiesrecht worden verkort naar 3 maanden (was respectievelijk 6 en 12 maanden). Verder tellen uitzendkrachten eerder mee als ‘in de onderneming werkzame personen’ (van 24 naar 15 maanden).

Dit betekent dat een uitzendkracht al na 15 maanden medezeggenschapsrechten gaat opbouwen in de onderneming van de inlener en na 18 maanden actief en passief kiesrecht verwerft (15+3=18 maanden). Ook kan het zijn dat een ondernemer met veel uitzendkrachten eerder een OR moet instellen.

Stimulans arbeidsmarktpositie (STAP)

STAP staat voor Stimulering Arbeidsmarktpositie. Werkenden en niet-werkenden kunnen vanaf 1 maart 2022 tot € 1.000 aanvragen voor een scholingsactiviteit. Het STAP-budget staat los van de arbeidsrelatie en is beschikbaar voor iedereen: niet alleen werknemers, ook zelfstandigen en werkzoekenden kunnen hier gebruik van maken.

Het STAP-budget vervangt de fiscale aftrek van scholingsuitgaven. Hiermee kunnen burgers scholing inzetten voor de eigen ontwikkeling en duurzame inzetbaarheid. UWV en DUO gaan de regeling uitvoeren, die waarschijnlijk op 1 maart 2022 ingaat.

Nederland leert door

Dit programma is opgezet voor mensen die in de problemen kwamen omdat zij door de coronacrisis ander werk moesten doen. Het programma bestaat uit drie subsidieregelingen:

  • NL leert door met inzet van ontwikkeladvies
  • NL leert door met inzet van scholing
  • NL leert door met inzet van sectoraal maatwerk

In 2022 is er nog budget voor de afronding van de tijdvakken van de regeling NL leert door met inzet van scholing (€ 25,6 miljoen) en voor de regeling NL leert door met inzet van sectoraal maatwerk (€ 27 miljoen).

Duurzame inzetbaarheid

In 2020 is het meerjarige investeringsprogramma duurzame inzetbaarheid en leven lang ontwikkelen (MIP) opgezet. In 2022 lopen de activiteiten van het MIP door, met als doel om bewustwording te creëren en kennis (door) te ontwikkelen. Eind 2021 opent een subsidieregeling om praktijk- en wetenschappelijke kennis over duurzame inzetbaarheid beschikbaar te maken voor bedrijven, sectoren en organisaties. De beoordeling van aanvragen en subsidieverstrekking voor projecten zal naar verwachting in 2022 van start gaan.

Maatwerkregeling Duurzame Inzetbaarheid en Eerder Uittreden

Deze tijdelijke subsidieregeling komt voort uit het afgesloten pensioenakkoord. Het is een tijdelijke subsidieregeling die sectorale maatwerkafspraken faciliteert rondom duurzame inzetbaarheid, langer doorwerken en eerder uittreden. Komende jaren volgen voor sectoren drie tijdvakken om subsidie aan te vragen. Voor de jaren 2021 tot en met 2026 is 1 miljard euro beschikbaar.

LIV en jeugd-LIV

Het Lage-inkomensvoordeel (LIV) bestaat sinds 2017. Het LIV is een tegemoetkoming in de loonkosten aan werkgevers met als doel banen te creëren en te behouden voor werknemers aan de basis van de arbeidsmarkt. Met ingang van 2021 is de tegemoetkoming voor werkgevers per werknemer met een uurloon tussen de 100 en 125% van het minimumloon € 0,49 per uur en maximaal € 960 per kalenderjaar. Omdat het LIV bedoeld is om substantiële banen te creëren, behoren werknemers alleen tot de LIV-doelgroep als zij minimaal 1.248 uur per jaar gewerkt hebben.

Het minimumjeugdloonvoordeel (Jeugd-LIV) bestaat sinds 2018. Het is geïntroduceerd ter compensatie van de verhoging van het minimumjeugdloon per 1 juli 2017 en per 1 juli 2019. Het Jeugd-LIV compenseert werkgevers tijdelijk voor deze loonkostenstijgingen. Het Jeugd-LIV is met ingang van 2020 (uitbetaling 2021) gehalveerd en wordt met ingang van 2024 (uitbetaling 2025) afgeschaft. Door de verlaging en afschaffing van het jeugd-LIV ontvangen werkgevers voor werknemers van 18 tot 21 jaar respectievelijk vanaf 2020 een lagere bijdrage en vanaf 2024 geen bijdrage meer voor de hogere loonkosten door de verhoging van het minimumjeugdloon per 2017 en 2019. Daarnaast dalen de uitgaven door de verlaging van de leeftijd die recht geeft op het reguliere minimumloon per 1 juli 2019, waardoor jongeren van 21 of jaar ouder niet meer in het Jeugd-LIV vallen.

Arbeidsinspectie keert terug

De Inspectie SZW krijgt per 1 januari 2022 een nieuwe (maar toch vertrouwde) naam, namelijk: Nederlandse Arbeidsinspectie. De Inspectie SZW werd in 2012 gevormd door samenvoeging van de Arbeidsinspectie, de Inspectie Werk en Inkomen en de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, maar in de volksmond bleef het toch de Arbeidsinspectie.

Geen rookruimtes meer per 2022

Per 1 januari 2022 geldt het rookverbod voor alle ruimtes, gebouwen en inrichtingen waar gewerkt wordt. Daarom moeten rookruimtes verdwijnen. Deze waren sinds 1 juli van het huidige jaar al afgeschaft in overheidsgebouwen.

Wet banenafspraak

De Staatssecretaris van SZW heeft al in november 2018 een vereenvoudiging van de Wet banenafspraak aangekondigd. De wet heeft als doel om meer mensen met een arbeidsbeperking aan het werk te helpen bij reguliere werkgevers. Maar het wetgevingsproces voor de vereenvoudiging is sterk vertraagd, waardoor de beoogde inwerkingtredingsdatum van 1 januari 2022 onmogelijk is geworden. Om ervoor te zorgen dat een nieuw kabinet een eigen afweging kan maken over een nieuwe vormgeving van de banenafspraak, is besloten om het wetsvoorstel voorlopig niet meer in te dienen bij de Tweede Kamer.

Zorgpremie 2022

Het kabinet houdt rekening met een stijging van de gemiddelde nominale zorgpremie in 2022 van € 1.478 naar € 1.509.

Koopkracht 2022

Op Prinsjesdag werd er nog vanuit gegaan dat de koopkracht van de meeste Nederlanders in 2022 gemiddeld gelijk (+0,1%) zou blijven. Bij de berekening van de koopkracht werd rekening gehouden met een contractloonstijging van 2,2% in de markt en een stijging van de consumentenprijzen met 1,8%.

De inflatie is echter gestegen naar ruim 4 procent, zodat de koopkracht onder druk staat. Wel gaat het kabinet Rutte IV de belasting voor werkenden verlagen. Hoe dit precies uitwerkt voor de koopkracht, valt nog te bezien.

TVL-regeling Q4 2021

Je kunt als ondernemer of zzp’er ook over het vierde kwartaal van 2021 (Q4) onder voorwaarden een tegemoetkoming krijgen, zodat je beter in staat bent om jouw vaste lasten te blijven betalen. In dit artikel vertellen wij je er graag meer over.

Kenmerken en voorwaarden

De meeste kenmerken en voorwaarden van de verlengde TVL-regeling uit het derde kwartaal van 2021 gelden ook voor het vierde kwartaal van 2021. Als je 100% omzetverlies hebt, ontvang je 100% van je vaste lasten als tegemoetkoming. Het gaat hierbij niet om de werkelijke vaste lasten, maar om een vast percentage vaste lasten dat afhankelijk is van de SBI-code van jouw hoofdactiviteit, zoals die bij de Kamer van Koophandel (KvK) is geregistreerd. Het minimum subsidiebedrag per kwartaal is € 1.500. Het maximum subsidiebedrag per kwartaal is € 550.000 voor mkb-bedrijven en € 600.000 voor grote ondernemingen (niet-mkb bedrijven).

Voorwaarden

  • Jouw bedrijf stond op 15 maart 2020 ingeschreven bij KvK. Is jouw bedrijf na 15 maart 2020 maar uiterlijk op 30 juni 2020 ingeschreven? In dat geval is 30 juni 2020 de peildatum.
  • Jouw bedrijf heeft meer dan 20% omzetverlies in het vierde kwartaal van 2021 vergeleken met het vierde kwartaal van 2019 óf het eerste kwartaal van 2020. Je kiest zelf welke referentieperiode voor jou het gunstigste is: Q4 2019 of Q1 2020.
  • Je stuurt kopieën van de aangiften omzetbelasting mee. Heb je die niet, stuur dan een ander bewijs mee waaruit blijkt wat je aan omzetbelasting in de referentieperiode hebt betaald.
  • Jouw vaste lasten, berekend door het vaste percentage vaste lasten te vermenigvuldigen met de omzet in de referentieperiode, zijn minimaal € 1.500 per kwartaal.
  • Is je bedrijf tussen 16 maart 2020 en 30 juni 2020 ingeschreven in het handelsregister en vraag je € 25.000 of meer subsidie aan? Dan moet je bij de aanvraag een zogenoemde derdenverklaring overleggen.
  • Bij aanvragen van € 125.000 of hoger moet je bij de aanvraag en bij de vaststelling extra informatie aanleveren in de vorm van een accountantsproduct. Het accountantsproduct moet direct worden toegevoegd.
  • Voor TVL Q4 2021 gaat het maximale bedrag voor staatssteun omhoog van € 1,8 miljoen naar
    € 2,3 miljoen. Ondernemingen die de grens bereiken, ontvangen het bedrag tot € 2,3 miljoen. (Voor bedrijven in de visserij gaat het maximale bedrag van € 270.000 naar € 345.000 in TVL Q4 2021. Voor bedrijven in land- en tuinbouw gaat het maximum van € 225.000 naar € 290.000.)

Vestiging in Nederland

Jouw onderneming moet minimaal een vestiging in Nederland hebben, met een ander adres dan jouw privéadres of een vestiging die fysiek afgescheiden is van jouw privéwoning en voorzien is van een eigen op- of toegang. In het laatste geval moet je een verklaring meezenden zoals een kopie van een zakelijke huur- of koopovereenkomst. Je mag ook een kopie van de belastingaangifte van het jaar 2019 of 2020 meesturen, waaruit blijkt dat er sprake is van een werkruimte waarvan de vaste lasten en kosten fiscaal aftrekbaar zijn. Andere bewijsstukken zijn ook mogelijk.

Op deze vestigingseis zijn een paar uitzonderingen, zoals voor goederenvervoer, markthandel, kermisattracties, taxichauffeurs, rijinstructeurs en sommige horeca.

Afwijkende referentieperiode

Is jouw onderneming na 30 september 2019 voor de eerste maal ingeschreven in het handelsregister? Dan kan je kiezen tussen twee referentieperioden: de omzet in het derde kalenderkwartaal van 2020 of de omzet in het eerste gehele kalenderkwartaal volgend op de maand van de inschrijving in het handelsregister.

Aanvraagperiode

De tegemoetkoming voor het vierde kwartaal van 2021 kunt u aanvragen van 20 december 2021 tot en met 28 januari 2022, 17.00 uur via RVO.nl. Hierop wordt binnen acht weken beslist. Als je de tegemoetkoming krijgt, zal er een eenmalig voorschot van 80% aan je worden uitgekeerd.

LET OP! Het kabinet heeft op 21 december 2021 besloten de omzetverliesdrempel van de TVL in het vierde kwartaal van 2021 eenmalig te verlagen van 30% naar 20%. Als je een omzetverlies tussen de 20% en 30% hebt, ontvang je pas een goedkeuring van RVO als de Europese Commissie de regeling goedkeurt.

Meer weten?

We hebben bovenstaand de belangrijkste zaken met betrekking tot de verlengde TVL-regeling voor je uiteengezet. Wil je meer weten of heb je hulp nodig bij jouw aanvraag? Neem dan contact met ons op. Wij helpen je graag verder.

De juiste verwachtingen

Als ondernemer ben je bij voorkeur bezig met die zaken waar je ooit je business mee bent begonnen: jouw bijzondere product, jouw unieke dienst, etc.

En als je activiteiten toenemen en je bedrijf groeit, kun je het niet meer alleen af. Je hebt mensen om je heen nodig om samen het werk te verzetten. De samenwerking is dan van onschatbare waarde en draagt zo bij aan het succesvol ondernemen.

Er ontstaat tegelijkertijd een situatie dat je iets aan je interne organisatie moet gaan doen: structuren van werkafspraken, functieomschrijvingen, beoordelen, een gedegen personeelsadministratie, processen en overlegvormen, om er maar een paar te noemen. Of je het nu leuk vindt of niet: je ontkomt er niet aan. En dat terwijl je waarschijnlijk het liefste bezig bent met ondernemen, plannen maken, nieuwe producten bedenken en markten veroveren en nieuwe klanten in de wacht slepen.

Doen waar je het liefste mee bezig bent, staat dan haaks op het intern organiseren. Niet elke ondernemer heeft ook daar plezier in en ervaart het als een noodzakelijk kwaad. Terwijl je weet, als je het intern goed voor elkaar hebt, je als bedrijf succesvol(ler) bent naar jouw klanten en afnemers.

Maar ja, die interne ordening en structurering: hoe krijg je dat nou op orde voor de korte en lange termijn?

Bij Lenssen Advies hebben we een drietal HR Professionals aan boord om op die vraag/vragen antwoord te geven, je dit werk uit handen te nemen en je maatwerk oplossingen aan te reiken.

Zij doen dat op alle gebied van HRM: in-, door- en uitstroom.

Je kunt daarbij denken aan:

  • Werving & selectie: hoe haal je de juiste mensen aan boord?
  • Personeel & planning: oplossen van knelpunten en hoe voorkom je verrassingen doordat mensen (ineens) bij je weggaan?
  • Arbeidsvoorwaarden & beloning: ben je een werkgever die passend waardeert?
  • Feedback & beoordeling: ga je voldoende met jouw mensen in gesprek?
  • Loopbaan & mobiliteit: hoe verhoog je de betrokkenheid van jouw medewerkers door in te zetten op persoonlijke ontwikkeling?
  • Opleiding & ontwikkeling: dragen opleidingen bij aan de kwaliteit van werk?
  • Arbo, verzuim & re-integratie: hoe verlaag je verzuim en hoe kun je het voorkomen?
  • Taakinhoud & arbeidsorganisatie: zijn functieomschrijvingen en processen actueel beschreven?
  • Leidinggeven & management: heb je zicht op de KPI’s van jouw organisatie? Past de organisatie bij je ambities?
  • Opvolging en participatie: heb jij je opvolger in beeld? Wat moet er gebeuren qua ontwikkeling? Wanneer mag iemand deelnemen in je bedrijf?

Ze gaan graag met je in gesprek om antwoorden te geven en je duurzame oplossingen aan te reiken die passen bij jouw bedrijf. Zij doen dit op project of interim basis.

Zo krijgen jouw medewerkers én klanten wat ze hadden verwacht toen ze met jou in zee gingen.

Meer weten? Neem contact op met Desiree Haegens, 077 – 3988327.

 

Continuïteit van de onderneming (Voor Bv’s)

Mede door corona ben je als bestuur vaker genoodzaakt in sommige jaarrekeningen een toelichting op te nemen inzake de continuïteit van een onderneming (veelal bij rechtspersonen).

In 2019 was dit een hot issue, aangezien Corona een unieke “gebeurtenis na balansdatum” was, met name omdat je vaak niet met zekerheid kon zeggen dat de onderneming, die voor langere tijd (naar verwachting) minder omzet zou hebben, zonder aanvullende medewerking van overheid, banken, eigenaren of andere financiers het ook zou redden. Maar ook in 2020, en zoals het er nu uitziet wellicht ook in 2021, is dit (helaas) wederom aan de orde.

Wanneer neem je als bestuur een toelichting in je jaarrekening op, wanneer niet en wat zijn hiervoor de overwegingen die je dient te maken?

Waarom zou ik iets toelichten?

De achtergrond bij het opnemen van een toelichting is als volgt: Je dient als bestuur van een onderneming de jaarrekening op te maken voor gebruik door het maatschappelijk verkeer, mede aangezien je deze deponeert ter inzage in het handelsregister. De cijfers dienen daarvoor bestemd te zijn en als er een twijfel zou kunnen bestaan op basis van de door jou gepresenteerde cijfers m.b.t. de continuïteit (bijvoorbeeld een negatief eigen vermogen en/of een negatief werkkapitaal), dan is het vaak goed om dit toe te lichten en soms zelfs noodzakelijk.

Het geeft vaak een beter beeld van de onderneming en zeker als je alle reden hebt om te veronderstellen dat de BV het gaat redden, kan toelichten vaak alleen maar een positief effect hebben, aangezien je zelf kunt aangeven waarom je denkt dat je geen problemen voorziet. Je kunt dit dan toelichten in de jaarrekening.

Mogelijke indicaties die twijfel over de continuïteit kunnen wegnemen zijn:

  • Er zijn tussentijdse cijfers die positief zijn, waardoor het bedrijf voldoende winst genereert de komende tijd om aan de schulden te kunnen voldoen
  • De financier heeft aangegeven dat de schuld voorlopig niet geïnd wordt of wellicht zelfs (deels) kwijtgescholden
  • Mocht de BV geld tekortkomen, zal de moedermaatschappij of een andere financier geld bijstorten om eventuele tekorten aan te vullen(comfortletter)

Overleg met de accountant!

Allereerst is de rol van de accountant belangrijk. Wij als accountant ondersteunen het bestuur van de onderneming bij het opmaken van de jaarrekening. Het bestuur is en blijft echter verantwoordelijk voor de gepresenteerde cijfers. Desalniettemin moeten wij als accountant achter de veronderstellingen van het bestuur kunnen staan om de samenstelverklaring te kunnen tekenen. Overleg daarom tijdig met de accountant.

Opstellen jaarrekening op basis van continuïteitsveronderstelling

Er zijn 4 varianten m.b.t. continuïteitsverantwoording:

  • Geen twijfel over de continuïteit
  • Enige twijfel over de continuïteit
  • Gerede twijfel over de continuïteit (ernstige onzekerheid)
  • Discontinuïteit van het geheel der werkzaamheden

Bij de onderste 2 varianten zijn er bepaalde wettelijke eisen waardoor de jaarrekening(+samenstellingsverklaring) verandert in sommige opzichten en moet er overlegd worden. Bij de bovenste 2 is er niet direct een verplichting, maar is het desalniettemin goed om te overleggen en daarnaast soms ook goed om kort iets toe te lichten in de jaarrekening.

‘UPDATE’ Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid 7e tranche

Het kabinet ondersteunt de economie onder andere met de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor behoud van werkgelegenheid (NOW). Voor de periode van 1 november 2021 tot en met 31 december 2021 zal alweer de 5e NOW-regeling (NOW 5) kunnen worden aangevraagd. Dit keer is er maar één tranche. We informeren je hierna over deze 7e tranche van de NOW-regeling.

Omzetdaling

De omzetdaling wordt bepaald door een zesde van de omzet van 2019 (referentie-omzet) te vergelijken met de omzet in de maanden november en december 2021 (omzetperiode). In tegenstelling tot eerdere tranches kan je dus niet langer kiezen over welke maanden je het omzetverlies wilt berekenen.

Het minimale omzetverlies om aanspraak te kunnen maken op de NOW is steeds 20%.

Voor alle NOW-regelingen geldt dat overige subsidies die je in het kader van de coronacrisis ontvangt, als omzet meetellen. Maar de TVL (vanaf NOW 3) en ook de NOW zelf worden niet gezien als omzet.

Als jouw bedrijf bestaat uit een aantal bedrijfsonderdelen (rechtspersonen) die samen een concern of groep vormen, moet je bij de aanvraag voor een afzonderlijke rechtspersoon de omzetdaling van het hele concern aanhouden. Alleen onder strikte voorwaarden kan de omzetdaling worden bepaald op de omzetdaling van een afzonderlijke rechtspersoon binnen het concern.

 Startende ondernemers

Ook als je tussen 2 januari 2019 en 30 september 2021 bent gestart, kun je een aanvraag doen voor de 7e  tranche. De referentieperiode voor de omzetdaling komt er dan als volgt uit te zien.

Onderneming is gestart Referentie-omzetperiode
Vóór 1 januari 2019 Omzet 1 januari 2019 t/m 31 december 2019 gedeeld door 6
Vanaf 2 januari 2019 tot en met 1 februari 2020 Omzet vanaf de eerste volledige kalendermaand t/m 29 februari 2020 gedeeld door het aantal volledige maanden maal 2
Vanaf 2 februari 2020 tot en met 1 juli 2021 Omzet 1 juli 2021 t/m 31 oktober 2021 gedeeld door 2
Vanaf 2 juli 2021 tot en met 30 september 2021 Omzet vanaf de eerste volledige kalendermaand t/m 31 oktober 2021 gedeeld door het aantal volledige maanden maal 2

Loonsom

De referentiemaand voor de loonsom voor de 7e tranche is september 2021. Het UWV neemt de gegevens uit de loonaangifte bij de Belastingdienst automatisch over.

De werkgeverslasten worden bij de 7e tranche ook weer voor 40% gecompenseerd. Het gaat dan bijvoorbeeld om pensioenpremies, premies werknemersverzekeringen en – meestal – om een reservering voor vakantiegeld.

Vermindering loon zonder subsidieverlies

De loonsom in de maanden november en december 2021 mag ten opzichte van tweemaal de loonsom in september 2021 geleidelijk worden verminderd met 15% zonder dat de subsidie lager wordt. De daling van de loonsom kan worden veroorzaakt door natuurlijk verloop in het personeelsbestand, door minder personeel aan te houden of door een vrijwillig loonoffer te vragen van werknemers. Daalt de loonsom met meer dan 15%? Dan kan dat betekenen dat je NOW-subsidie moet terugbetalen.

Geen dividend en bonus plus accountsverklaring

De voorwaarde is dat er geen bonussen of dividend worden uitgekeerd of eigen aandelen worden ingekocht. Deze voorwaarde geldt niet als het voorschot of de definitieve subsidie minder bedraagt dan € 125.000. Maar weer wel als de subsidie wordt aangevraagd op basis van de omzetdaling van een afzonderlijke rechtspersoon binnen een concern.

Voor de 7e tranche geldt de verplichting om geen bonussen of dividend uit te keren over 2021. Het betreft ook alleen de bonussen die worden uitgekeerd aan het bestuur en de directie en niet aan het overige personeel dat variabel wordt beloond.

Een overeenkomst met een vertegenwoordiging van werknemers over bonus- en dividendbeleid is verplicht.

Inspanningsverplichting scholing

Er geldt voor jou een inspanningsverplichting om jouw werknemers te stimuleren om aan bij- of omscholing te doen of een ontwikkeladvies aan te vragen. Je kunt hieraan voldoen door bijvoorbeeld (vrijvallende) tijd beschikbaar te stellen en middelen te verschaffen via bijvoorbeeld een opleidings- en ontwikkelingsfonds (O&O-fonds).

Inspanningsverplichting begeleiden naar nieuw werk

Ook heb je een inspanningsverplichting om mee te werken aan de begeleiding naar nieuw werk van de werknemer. Deze verplichting geldt voor alle mogelijkheden waarop de arbeidsovereenkomst kan eindigen, dus bijvoorbeeld ook bij het aflopen van een contract voor bepaalde tijd. Je kan bij de invulling van deze verplichting onder andere gebruik maken van de mogelijkheden die ook voor scholing worden geboden.

Als je in de periode van 27 november 2021 tot en met 31 december 2021 bedrijfseconomisch ontslag voor een werknemer aanvraagt, maar in de periode van 13 december 2021 tot en met 31 januari 2022 geen contact hebt gezocht met de ‘UWV telefoon NOW’ in het kader van begeleiding van werk naar werk, leidt dit tot een korting van 5% op het totale subsidiebedrag.

Aanvraag en betaling

De aanvraag voor de 7e tranche van de NOW-regeling kan je sinds 13 december 2021 indienen via de website van het UWV. Het loket is open tot en met 31 januari 2022.

Bij de aanvraag moet je de procentuele verwachte omzetdaling en het loonheffingen-nummer vermelden. Ook vermeld je het rekeningnummer waarop je betalingen van de Belastingdienst inzake loonheffingen ontvangt.

De 7e tranche kent een vergoedingspercentages van 85%. Je ontvangt een voorschot van 80%.

Ook voor de 7e tranche moet je een definitieve vaststelling aanvragen. Dat kan vanaf 1 juni 2022 tot 22 februari 2023.

Meer informatie?

Heb je meer informatie nodig of wil je hulp bij de NOW-aanvraag? Wij helpen je graag verder. We kunnen bijvoorbeeld het omzetverlies berekenen en – indien vereist – zorgen voor een accountantsverklaring. Op korte termijn nemen we contact met je op om de mogelijkheden voor je in kaart te brengen.

 

LET OP! Op 21 december 2021 is door het kabinet in een brief aan de Kamer bekendgemaakt dat voor de NOW 5 (en de NOW 6) de grens op het maximaal te vergoeden omzetverlies wordt verhoogd van 80% naar 90%. Dit betekent dat bij de berekening van de hoogte van de subsidie gerekend wordt met een percentage van maximaal 90% omzetverlies.

Startersfonds voor innovatieve ondernemers

In 2022 stelt het Limburg Startup Capital Fund (LSCF) geld beschikbaar voor startende innovatieve ondernemers. Het fonds is een samenwerking van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de Provincie Limburg en het LIOF. Startende ondernemers die bijdragen aan de maatschappelijke transities voor de komende jaren op het vlak van energie, circulariteit, gezondheid en digitalisering kunnen bij het fonds aan kloppen voor een financiering.

Er wordt € 10 miljoen euro beschikbaar gesteld voor startende en € 22,65 miljoen voor ondernemers die willen door ontwikkelen en opschalen.

Als je een innovatief idee hebt, kunnen we samen kijken of het interessant is om met een financiering van het LSCF de onderneming te starten.

Naast het helpen van de aanvraag voor de financiering geven we jou advies hoe je de onderneming het beste fiscaal vorm kan geven. Samen met de fiscaal adviseur kijken wij naar de beste rechtsvorm voor de onderneming.

Daarbij komt onder andere aan de orde of het interessant is om de onderneming in een eenmanszaak of VOF te beginnen en gebruik te maken van ondernemingsfaciliteiten als de zelfstandigenaftrek of startersaftrek. Of is het wellicht beter om de onderneming in een BV onder te brengen en om de innovatie box toe te passen? Daarnaast bekijken we of jouw idee in aanmerking komt voor subsidies.

Kortom 2022 wordt het jaar om jouw duurzame innovatie te ontwikkelen!

Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid 7e tranche

Het kabinet ondersteunt de economie onder andere met de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW). Voor de periode van 1 november 2021 tot en met 31 december 2021 zal alweer de 5e NOW-regeling (NOW 5) kunnen worden aangevraagd. Dit keer is er maar één tranche. We informeren je hierna over deze 7e tranche van de NOW-regeling.

Omzetdaling

De omzetdaling wordt bepaald door een zesde van de omzet van 2019 (referentie-omzet) te vergelijken met de omzet in de maanden november en december 2021 (omzetperiode). In tegenstelling tot eerdere tranches kan je dus niet langer kiezen over welke maanden je het omzetverlies wilt berekenen.

Het minimale omzetverlies om aanspraak te kunnen maken op de NOW is steeds 20%.

Voor alle NOW-regelingen geldt dat overige subsidies die je in het kader van de coronacrisis ontvangt,  als omzet meetellen. Maar de TVL (vanaf NOW 3) en ook de NOW zelf worden niet gezien als omzet.

Als jouw bedrijf bestaat uit een aantal bedrijfsonderdelen (rechtspersonen) die samen een concern of groep vormen, moet je bij de aanvraag voor een afzonderlijke rechtspersoon de omzetdaling van het hele concern aanhouden. Alleen onder strikte voorwaarden kan de omzetdaling worden bepaald op de omzetdaling van een afzonderlijke rechtspersoon binnen het concern.

Loonsom

De referentiemaand voor de loonsom voor de 7e tranche is september 2021. Het UWV neemt de gegevens uit de loonaangifte bij de Belastingdienst automatisch over.

De werkgeverslasten worden bij de 7e tranche ook weer voor 40% gecompenseerd. Het gaat dan bijvoorbeeld om pensioenpremies, premies werknemersverzekeringen en – meestal – om een reservering voor vakantiegeld.

Vermindering loon zonder subsidieverlies

De loonsom in de maanden november en december 2021 mag ten opzichte van driemaal de loonsom in september 2021 geleidelijk worden verminderd met 15% zonder dat de subsidie lager wordt. De daling van de loonsom kan worden veroorzaakt door natuurlijk verloop in het personeelsbestand, door minder personeel aan te houden of door een vrijwillig loonoffer te vragen van werknemers. Daalt de loonsom met meer dan 15%? Dan kan dat betekenen dat je NOW-subsidie moet terugbetalen.

Startende ondernemers

Ook ondernemers die tussen 1 februari 2020 en 30 september 2021 zijn gestart, kunnen een aanvraag doen voor de 7e tranche. Ondernemingen die gestart zijn na 1 februari 2020 maar uiterlijk op 1 juli 2021, kunnen de periode 1 juli 2021 tot en met 31 oktober 2021 als referentieomzet-periode hanteren. Ondernemingen die ná 1 juli 2021 maar uiterlijk op 30 september 2021 zijn gestart, kunnen hun referentieomzet berekenen vanaf de eerste volledige kalendermaand omzet tot en met 31 oktober 2021 en omrekenen naar 2 maanden. Hierdoor is deze vergelijkbaar met de omzet in november/december 2021.

Geen dividend en bonus plus accountsverklaring

De voorwaarde is dat er geen bonussen of dividend worden uitgekeerd of eigen aandelen worden ingekocht. Deze voorwaarde geldt niet als het voorschot of de definitieve subsidie minder bedraagt dan € 125.000. Maar weer wel als de subsidie wordt aangevraagd op basis van de omzetdaling van een afzonderlijke rechtspersoon binnen een concern.

Voor de 7e tranche geldt de verplichting om geen bonussen of dividend uit te keren over 2021. Het betreft ook alleen de bonussen die worden uitgekeerd aan het bestuur en de directie en niet aan het overige personeel dat variabel wordt beloond.

Een overeenkomst met een vertegenwoordiging van werknemers over bonus- en dividendbeleid is verplicht.

Inspanningsverplichting scholing

Er geldt voor jou een inspanningsverplichting om jouw werknemers te stimuleren om aan bij- of omscholing te doen of een ontwikkeladvies aan te vragen. Je kunt hieraan voldoen door bijvoorbeeld (vrijvallende) tijd beschikbaar te stellen en middelen te verschaffen via bijvoorbeeld een opleidings- en ontwikkelingsfonds (O&O-fonds).

Inspanningsverplichting begeleiden naar nieuw werk

Ook heb je een inspanningsverplichting om mee te werken aan de begeleiding naar nieuw werk van de werknemer. Deze verplichting geldt voor alle mogelijkheden waarop de arbeidsovereenkomst kan eindigen, dus bijvoorbeeld ook bij het aflopen van een contract voor bepaalde tijd. Je kan bij de invulling van deze verplichting onder andere gebruik maken van de mogelijkheden die ook voor scholing worden geboden.

Het niet voldoen aan deze voorwaarde leidt tot een korting van 5% op het totale subsidiebedrag als je in de periode van 27 november 2021 tot en met 31 december 2021 bedrijfseconomisch ontslag voor een werknemer aanvraagt, maar geen contact hebt gezocht met de ‘UWV telefoon NOW’ in het kader van begeleiding van werk naar werk.

Aanvraag en betaling

De aanvraag voor de 7e tranche van de NOW-regeling kun je indienen vanaf december 2021 met een formulier van het UWV, dat binnenkort beschikbaar komt. (De exacte datum is op het moment van schrijven van deze brief nog niet bekend)

Bij de aanvraag moet je de procentuele verwachte omzetdaling en het loonheffingen-nummer vermelden. Ook vermeld je het rekeningnummer waarop je betalingen van de Belastingdienst inzake loonheffingen ontvangt.

De 7e tranche kent een vergoedingspercentages van 85%. Je ontvangt een voorschot van 80%.

Ook voor de 7e tranche moet je een definitieve vaststelling aanvragen. Dat kan vanaf 1 juni 2022 tot 22 februari 2023.

Meer informatie?

Heb je meer informatie nodig of wil je hulp bij de NOW-aanvraag? Wij helpen je graag verder! We kunnen bijvoorbeeld het omzetverlies berekenen en – indien vereist – zorgen voor een accountantsverklaring.

Maatregelen ter bestrijding van “Witwassen”

Het afgelopen jaar zijn er in Nederland en in Europa een aantal voorbeelden geweest waar de aanpak van witwassen duidelijk te kort schoot. In Nederland zijn dat onder meer de transactie die ING met het Openbaar Ministerie is overeengekomen als ook door DNB opgelegde sancties. In Europa hebben schandalen rond de Deense Danske Bank, de Maltese Pilatus Bank, de Estse Versobank AS en de Letse ABLV grote impact gehad.

Deze voorbeelden maken gebreken in het stelsel zichtbaar en tonen aan dat het noodzakelijk is dat banken hun poortwachtersfunctie beter vervullen. Verder blijkt uit onderzoek dat in Nederland jaarlijks circa 16 miljard euro wordt witgewassen. Het gaat hoofdzakelijk om opbrengsten uit drugscriminaliteit en fraude, die ongeveer voor de helft uit het buitenland komen. Dit alles vormt voor de overheid de aanleiding om gezamenlijk een plan van aanpak witwassen op te stellen.

We informeren u in dit artikel over de inhoud en de doelstellingen van het plan van aanpak.

Maatregelen welke impact kunnen hebben voor de bonafide ondernemer.

Voorkomen misbruik juridische entiteiten en constructies

  • Openbaar register met uiteindelijk belanghebbenden van vennootschappen en andere juridische entiteiten;
  • Openbaar register met uiteindelijk belanghebbenden van trusts en soortgelijke juridische constructies. Denk aan UBO-register bij de Kamer van Koophandel;
  • Verplichting om balans en staat van baten en lasten van stichtingen te deponeren. Ook voor een STAK Stichting administratiekantoor;
  • Tegengaan brievenbusfirma’s (aanpak belastingontduiking en –ontwijking).

Tegengaan gebruik grote sommen contant geld

  • Uitbreiding toezicht en handhaving douane op vervoer van contant geld en andere liquide middelen binnen EU;
  • Verbod op contant geld vanaf € 3.000 voor handelaren en periodiek onderzoek doen naar deze grens;
  • In Europees verband inzetten voor afschaffing 500 eurobiljet en acceptatie ervan bespreken in het MOB Maatschappelijk Overleg Betalingsverkeer).

Beperken risico’s van crypto-valuta

  • Reguleren aanbieders van cryptowallets en omwisselplatforms.

Tegengaan witwassen op BES-eilanden (Bonaire, St. Eustatius en Saba)

  • Aanscherpen Wwft ter beperking van geconstateerde risico’s;
  • Vergroten informatiepositie, kennis en capaciteit toezicht en opsporing.

Denk aan inzetten op betere signalering van fraude en corruptie door accountants (FIOD-traject met NBA).

De overheid heeft inmiddels al wetgeving ingevoerd waarbij met name de Kamer van Koophandel, banken, notarissen en accountants verplicht zijn om een aantal zaken te controleren en ongebruikelijke transacties ter discussie te stellen en vast te stellen of er sprake is van “Witwassen”.

Worden er ongebruikelijke transacties niet of onvoldoende onderbouwd dan zijn bovengenoemde instanties verplicht om dit te melden bij de overheid op straffe van forse geldboetes en eventuele vervolging door het Openbaar Ministerie.

De door de overheid opgelegde wetgeving is er de oorzaak van dat de banken, notarissen en accountants meer vragen stellen omtrent de herkomst en van gelden en bepaalde financiële transacties.

Doorlopende machtigingen

Recent heb je een brief van ons ontvangen met betrekking tot de doorlopende machtigingen voor de inkomstenbelasting en toeslagen. Graag lichten wij het belang van deze machtigingen toe.

Wij hebben de doorlopende machtigingen aangevraagd, zodat wij jou zo goed en efficiënt mogelijk van dienst kunnen zijn. De machtigingen geven ons namelijk via onze software inzicht in de aanslagen inkomstenbelasting en premies volksverzekeringen, de aanslagen inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet, de beschikkingen van de toeslagen en de gegevens uit de Vooraf Ingevulde Aangifte (VIA).

Deze gegevens gebruiken wij bijvoorbeeld om:

  • te controleren of de belastingdienst de door ons ingediende aangifte inkomstenbelasting heeft gevolgd of juist niet;
  • stand van de te verrekenen verliezen te controleren;
  • te checken welke toeslagen en welk bedrag ontvangen is;
  • te controleren of de aangifte inkomstenbelasting volledig is;
  • deze gegevens te vergelijken met de reeds bij de Belastingdienst bekende data.

In tegenstelling tot het verleden hoeven wij na activering van deze doorlopende machtigingen niet jaarlijks opnieuw de machtiging aan te vragen en te activeren. Vandaar dat we hier nu eenmalig zoveel aandacht aan besteden.

Je zult jaarlijks nog wel een brief ontvangen over deze machtigingen van de belastingdienst. Deze brief is echter enkel bedoeld om de machtiging in te trekken, wanneer dat van toepassing zou zijn.

Wij zijn verheugd met de hoeveelheid machtigingen die wij reeds hebben mogen ontvangen van onze klanten. Wanneer je de machtigingen nog niet hebt ingeleverd bij ons kantoor, willen wij je via deze weg nogmaals vragen om de machtigingsbrieven zo spoedig mogelijk aan ons te verstrekken; via e-mail (info@lenssenadvies.nl) of fysiek op een van onze kantoren.              (Niet bijvoegen bij uw fysieke administratie aub!)

Heeft u nog geen brief van de belastingdienst over de machtigingen ontvangen, dan vernemen wij dat ook graag op het voornoemde e-mailadres.

Een tijd van schenkingen

De feestdagen staan weer voor de deur, een tijd waarin schenkingen in allerlei vormen gedaan worden. Wil jij je naasten deze maand verrassen met een financiële opsteker, maar twijfel je nog over de hoogte van het bedrag? Of schenk je ieder jaar al het voor de schenkbelasting maximaal vrijgestelde bedrag? Dan vragen wij je aandacht voor het volgende.

Vanwege de coronacrisis heeft de overheid besloten de jaarlijkse vrijstelling voor de schenkbelasting tijdelijk te verhogen met € 1.000. Deze verhoging geldt nog maar tot en met 31 december 2021. De bedragen van 2022 zijn nog niet precies bekend, maar uit het tijdens Prinsjesdag gepresenteerde Belastingplan 2022 blijkt dat de verhoging van  € 1.000 in 2022 weer wordt ingetrokken.

In 2021 kun je nog belastingvrij schenken:

  • aan kinderen: € 6.604;
  • aan kleinkinderen, andere familieleden en iedere andere persoon: € 3.244.

Let op! Deze bedragen gelden per jaar, niet per schenking. Doe je meerdere schenkingen aan dezelfde persoon in hetzelfde jaar worden deze bij elkaar opgeteld.

Voor schenkingen die onder de reguliere jaarlijkse vrijstelling vallen, hoeft geen aangifte schenkbelasting te worden gedaan. Dit geldt wel voor de eenmalig verhoogde vrijstellingen van respectievelijk € 26.881, € 55.996 (dure studie) en € 105.302 (eigen woning).

Heb je vragen over belastingvrij schenken? Neem dan contact met ons op.

Bij uitgebreidere vragen / plannen omtrent schenkingen of een estate planning kun je ook terecht bij Mieke Hendrix van SOS advies. Neem vrijblijvend contact op door te bellen met  077 – 4640989 of een mail te sturen naar info@sos-advies.nl.