Machtiging Vooraf Ingevulde Aangifte (VIA)

Ten behoeve van de verwerking van uw aangifte inkomstenbelasting over 2019 hebben wij weer een machtiging aangevraagd om gebruik te mogen maken van de Vooraf Ingevulde Aangifte (VIA).

Naar aanleiding van deze aanvraag stuurt de Belastingdienst u over enkele weken een machtigingscode toe. Op het formulier ‘Registratie machtiging intermediair goedkeuren’ wordt een activeringscode vermeld die bestaat uit negen cijfers en/of letters. Deze code hebben wij nodig om de VIA te activeren voor gebruik.

In verband met het verlopen van de machtiging, verzoeken wij u om tijdig (een kopie van) de activeringscode aan te leveren. Het aanleveren van de machtiging mag gebeuren op papier op een van onze kantoren of direct via e-mail: bryan.waaijenburg@lenssenadvies.nl.

Mochten er vragen zijn met betrekking tot het bovenstaande, dan vernemen wij dit graag.

Subsidie: MKB innovatiestimulering

Met de MIT subsidies stimuleert de overheid de innovatiekracht van het mkb in Nederland. Een populair instrument hierbinnen is gericht op de uitvoering van haalbaarheidsstudies, waarbij bedrijven de technische en economische risico’s in kaart brengen, eventueel aangevuld met een gedeelte industrieel onderzoek of ontwikkeling (dat laatste is niet verplicht).

Deze subsidie opent 7 april 2020 en aanvragen worden beoordeeld volgens het ‘first come, first serve principe’. De subsidie bedraagt 40% van de subsidiabele kosten tot een maximum van €20.000,- per haalbaarheidsstudie. Onder de subsidiabele kosten vallen o.a. geïnvesteerde manuren, hetgeen deze regeling zeer toegankelijk maakt.

Gezien de populariteit van deze regeling is het van belang op de openingsdag een aanvraag in te dienen, aangezien het budget meestal de eerste dag al overvraagt wordt.

Criteria:

  • De onderneming moet een MKB zijn.
  • Belangrijke noodzakelijke technische haalbaarheidsvraag die nodig is om daarna te gaan ontwikkelen.
  • Ten minste 60% van de kosten moeten gerelateerd zijn aan haarbaarheidsonderzoek.
  • Het project moet aansluiten bij een van de Topsectoren.

Mocht u nog vragen hebben of meer informatie willen, dan kunt u contact opnemen met uw relatiebeheerder.

Gebruik bestaand btw-nummer voor doen van btw-aangifte

Ondernemers van eenmanszaken moeten hun bestaande btw-nummer gebruiken voor het doen van btw-aangifte en niet het nieuwe btw-identificatienummer (btw-id). Het nieuwe btw-id is bedoeld voor hun contacten met klanten en leveranciers. Zij moeten dit nummer vermelden op hun facturen en website. Het bestaande btw-nummer (voortaan ob-nummer) blijft in gebruik voor het contact met de Belastingdienst. De Belastingdienst waarschuwt dat de systemen van de Belastingdienst het nieuwe btw-id niet herkennen, waardoor de btw-aangifte niet wordt ontvangen.

Verlaagd btw-tarief voor toegang tot uitgaansgelegenheden

Heeft u een uitgaansgelegenheid en vraagt u aan uw cliënten entree voor toegang? Dan bestaan er mogelijkheden om dit onder het verlaagde btw-tarief te laten vallen.

Het verlenen van toegang tot een muziekuitvoering valt onder het verlaagde btw-tarief van 9%. Maar wat wordt er wettelijk verstaan onder een muziekuitvoering? Uit een recentelijk gepubliceerde uitspraak van Rechtbank Gelderland zijn een aantal kenmerken naar voren gekomen.

In de uitspraak speelde het geschil of het verlenen van toegang tot een uitgaansgelegenheid met optredende diskjockeys (dj’s)  aangemerkt kon worden als het verlenen van toegang tot een muziekuitvoering. De eigenares van de danceclub in casus was van mening dat haar cliënten entree betaalden om de show van de optredende dj’s bij te wonen. De Rechtbank gaat hierin mee, en geeft een kort en bondig overzicht van kenmerken waaraan een muziekuitvoering in ieder geval moet voldoen:

  • De entree moet primair betaald worden om de muziekuitvoering bij te wonen;
  • De optredende artiest of dj moet een zekere mate van naamsbekendheid hebben, al is het in de eigen scene;
  • Het optreden van de artiest moet als een daadwerkelijke podiumact gezien worden (er speelt een bepaalde kwaliteitseis aan het optreden);
  • De artiest of dj factureert de uitgaansgelegenheid zelf tegen het verlaagde btw-tarief.

Indien het optreden van de artiest of dj voldoet aan bovengenoemde kenmerken, kan dit mogelijk als muziekuitvoering aangemerkt worden. Bij muziekuitvoeringen vallen ook alle bijkomende diensten, zoals een vergoeding voor de garderobe, onder het verlaagde-btw tarief.

Denk u dat een bij u optredende artiest of dj aangemerkt kan worden als muziekuitvoering, neem dan gerust contact met ons op. Samen kunnen wij op basis van uw feiten en omstandigheden kijken of uw onderneming gebruik kan maken van het verlaagde btw tarief.

Aanbod vaste arbeidsomvang voor oproepkrachten

Op 1 januari 2020 is de Wet arbeidsmarkt in balans in werking getreden. Als gevolg daarvan zijn werkgevers verplicht om aan werknemers, die werkzaam zijn op basis van een oproepovereenkomst, steeds als de arbeidsovereenkomst twaalf maanden heeft geduurd, een aanbod te doen voor een vaste arbeidsomvang die tenminste gelijk is aan de gemiddelde omvang van de arbeid als die in de voorafgaande periode van twaalf maanden. Op grond van het toepasselijke overgangsrecht moeten werkgevers dit aanbod in de maand januari 2020 doen voor werknemers die op 1 januari 2020 al tenminste twaalf maanden in dienst zijn.

Indien de werkgever dat aanbod ten onrechte niet (tijdig) doet, heeft de werknemer recht op loon dat overeenkomt met de vaste arbeidsomvang die de werkgever had moeten aanbieden. Om dat loon te kunnen vorderen hoeft de werknemer niet aan te tonen dat hij beschikbaar was om (meer) arbeid te aanvaarden. De loonvordering van de werknemer verjaart pas na vijf jaar. Werkgevers doen er daarom goed aan om de nieuwe verplichting tot het doen van een aanbod voor een vaste arbeidsomvang serieus te nemen. Mochten de werknemers niet op het aanbod in gaan en oproepkracht willen blijven, dan dient u dit schriftelijk vast te leggen.

Mochten er vragen zijn over de Wet Arbeidsmarkt in Balans, dan kunt u contact opnemen met uw contactpersoon van de loonafdeling.

Gebruikelijk loon DGA gaat omhoog!

Het gebruikelijk loon voor een directeur-grootaandeelhouder is met ingang van 1 januari 2020 verhoogd van € 45.000,- naar € 46.000,- per jaar. Dat wordt gemeld in de Bijstellingsregeling directe belastingen 2020 die op 30 december 2019 in de Staatscourant 66207 is gepubliceerd.

Het gebruikelijk loon was in 2019, 2018 en 2017 € 45.000.

Artikel 12a van de Wet op de loonbelasting 1964 is als volgt gewijzigd:

  1. Ten aanzien van de werknemer die arbeid verricht ten behoeve van een lichaam waarin hij of zijn partner een aanmerkelijk belang heeft, wordt het in het kalenderjaar van dat lichaam genoten loon ten minste gesteld op het hoogste van de volgende bedragen:
      • 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking;
      • het hoogste loon van de werknemers die in dienst zijn van het lichaam, bedoeld in de aanhef, of met het lichaam verbonden lichamen;
      • € 46.000.
  1. Indien de inhoudingsplichtige aannemelijk maakt dat het hoogste bedrag, bedoeld in het eerste lid, hoger is dan 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, wordt het loon in afwijking van het eerste lid gesteld op 75% van het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking, met dien verstande dat het loon ten minste wordt gesteld op het bedrag, genoemd in het eerste lid, onderdeel c, of, indien het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking lager is dan dat bedrag, op het loon uit de meest vergelijkbare dienstbetrekking.

Mochten er vragen zijn over het gebruikelijk loon van de DGA dan kunt u contact opnemen met uw contactpersoon van de loonafdeling.

Hoe betaal je minder kosten aan je financier?

Hoeveel tijd besteedt een ondernemer aan het kopen van een bedrijfspand en hoeveel tijd besteedt hij dan aan het afsluiten van de bijbehorende  financiering? In de meeste gevallen zal het kopen van een bedrijfspand veel meer aandacht krijgen dan het afsluiten van de financiering, maar ook op de kosten van een financiering kan bespaard worden.

Op welke wijze kan een ondernemer nu zorgen voor lagere financieringskosten?

  1. Door zich bewust te zijn van de gemaakte afspraken met de financier. Behalve over rente en aflossing kunnen bij financieringen ook afspraken gemaakt worden, waaronder te behalen scores van financiële kengetallen.
  2. Ook de zekerheden en de eigen inbreng  spelen een rol. Een financier kent waarde toe aan de te financieren investering. Bij een sterkere kredietbeoordeling hoeven immers minder zekerheden verstrekt te worden.
  3. Een financier kijkt in hoeverre de ondernemer in staat is om het maandelijkse bedrag aan rente en aflossingen te kunnen betalen uit zijn kasstroom. Een belangrijke factor voor het verbeteren van de kasstroom is de betalingstermijn van klanten. Indien klanten bij € 300.000 jaaromzet  10 dagen eerder betalen leidt dat bij 365 dagen per jaar tot € 8.200 aan extra ruimte.
  4. Het rentepercentage, dat een klant van de bank moet betalen, is gebaseerd op een zogenaamde rating. Deze rating is een inschatting van de kans, dat de lening door de ondernemer niet kan worden terugbetaald. Deze rating is niet alleen afhankelijk van de financiële cijfers maar ook van factoren zoals de kwaliteit van het management.
  5. Door het opstellen van een begroting krijgt een ondernemer inzicht in het financiële plaatje, dat voor het komend jaar van toepassing zal zijn. De ondernemer weet dan waar zijn focus dient te liggen. Hij kan bijsturen als bepaalde zaken anders lopen dan begroot.
  6. De ruimte voor onderhandeling. Ook een kredietverstrekker wil een bepaald rendement en  bepaalde voorwaarden. Over dit rendement en over deze  voorwaarden valt te onderhandelen.

Bij het besparen op de financieringslasten helpt Lenssen Advies u  graag. Wij hebben de tools en de ervaring om uw besparingsmogelijkheden maximaal te benutten.

 

Betaal niet te veel WW premie!

Vanaf 1 januari 2020 treedt de Wet Arbeidsmarkt in Balans in werking. Nu is de hoogte van de WW-premie nog afhankelijk van de sector waarin uw bedrijf actief is. Voor de WW-premie zal deze sectorindeling verdwijnen en wordt de hoogte van de premie bepaald door het soort contract dat is gesloten met de werknemers.

Werkgevers die  werknemers voor onbepaalde tijd en voor een vast aantal uren (geen oproepcontract) in dienst nemen, gaan een lagere WW-premie betalen dan voor werknemers met een tijdelijk contract. Het verschil tussen de lage en hoge WW-premie bedraagt maar liefst 5%.

Voor een tweetal uitzonderingen geldt ook het verlaagde tarief:

  • Jongeren tot 21 jaar die gemiddeld per loontijdvak niet meer dan 12 uur per week werken
  • Werknemers die een beroepspraktijkopleiding volgen (BBL)

Doel van deze premiedifferentiatie is om het vaste contract aantrekkelijker te maken.

Voorwaarde voor het toepassen van de lage WW-premie is wel dat er in de loonadministratie (Loket) een getekend exemplaar van de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aanwezig moet zijn. Is dit niet het geval, dan zijn wij verplicht de hoge WW-premie te berekenen.

Mochten er werknemers zijn van wie het contract voor bepaalde tijd omgezet is in een contract voor onbepaalde tijd, dan volstaat ook een schriftelijke vastlegging in een addendum. Uit dit addendum moet blijken dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, welke géén oproepovereenkomst is. Ook hiervoor geldt dat er een getekend exemplaar (zowel door werkgever als werknemer) aanwezig dient te zijn in de loonadministratie.  

Naar aanleiding van bovenstaande regelgeving willen wij onze klanten dan ook vragen om getekende arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd, of bovenvermelde addenda toe te voegen in het dossier van de werknemers in Loket, voor zover dit nog niet is gebeurd.

Voor meer vragen over de Wet Arbeidsmarkt in Balans kunt u contact opnemen met uw contactpersoon van de loonafdeling.

Verkorting alimentatieduur per 1 januari 2020

Met ingang van 1 januari 2020 zal de Wet herziening partneralimentatie in werking treden. Op basis van deze wet zal  de wettelijke duur van de partneralimentatie verkort worden met ingang vanaf 1 januari 2020. Als ingangsdatum voor de alimentatieverplichting geldt in beginsel  de ingangsdatum die de rechter uitspreekt bij het echtscheidingsverzoek. Als de rechter geen ingangsdatum uitspreekt dan geldt de datum dat de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand staat ingeschreven. Oude alimentatieverplichtingen blijven ongewijzigd. Hierdoor kan de wettelijke alimentatie duur gebaseerd zijn op een drietal situaties.

  1. Alimentatie startte voor 1 juli 1994

Bij echtscheidingen voor 1 juli 1994 geldt er geen wettelijke alimentatieduur. Indien er onderling geen einddatum is afgesproken kan de alimentatieverplichting slechts worden stopgezet als de rechter daartoe besluit.

  1. Alimentatie is gestart na 1 juli 1994

Bij echtscheidingen na 1 juli 1994 gelden de volgende wettelijke termijnen voor de alimentatie:

  • Een periode van twaalf jaar als er sprake is van een huwelijk met kinderen of een huwelijk zonder kinderen dat langer dan vijf jaar heeft geduurd.
  • Een periode van maximaal vijf jaar als het huwelijk niet langer dan vijf jaar heeft geduurd en er geen kinderen zijn. De alimentatieduur is dan net zo lang als de duur van het huwelijk.
  1. Alimentatie start na 1 januari 2020

Bij echtscheidingen na 1 januari 2020 zal de hoofdregel zijn dat de alimentatieduur gelijk is aan de helft van de duur van het huwelijk met een maximum van 5 jaar. De duur van het huwelijk wordt gesteld op de datum huwelijk tot het datum van het indienen echtscheidingsverzoek.

Op deze hoofdregel zijn een drietal uitzonderingen, waarbij sprake kan zijn van een langere alimentatieduur:

  • Het huwelijk heeft langer dan vijftien jaar geduurd en de leeftijd van de alimentatiegerechtigde is minder dan tien jaar verwijderd van de AOW-leeftijd op het moment dat het echtscheidingsverzoek wordt ingediend. In dat geval eindigt de alimentatieduur als de alimentatiegerechtigde de AOW-leeftijd bereikt. De alimentatie duurt bedraagt bij dergelijke gevallen maximaal 10 jaar.
  • Het huwelijk heeft langer dan vijftien jaar geduurd en de leeftijd van de van de alimentatiegerechtigde is meer dan tien jaar verwijderd van de AOW-leeftijd op het moment dat het echtscheidingsverzoek wordt ingediend, en de alimentatiegerechtigde is geboren op of voor 1 januari 1970. In dat geval is de alimentatieduur tien jaar.
  • Het uit het huwelijk geboren jongste kind is jonger dan twaalf jaar. De alimentatieduur eindigt dan op het moment dat het jongste kind twaalf jaar oud wordt. De maximale alimentatietermijn is derhalve twaalf jaar. Als het jongste kind ouder is dan zeven jaar en het huwelijk langer dan tien jaar heeft geduurd, dan leidt deze uitzondering niet tot een langere alimentatieduur.