Tijdelijke noodmaatregel overbrugging voor behoud van werkgelegenheid 3.0

Inleiding

Het kabinet ondersteunt de economie onder andere met de Tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging voor Werkbehoud (NOW). De NOW bestaat uit twee afzonderlijke regelingen, waarbij de NOW 1.0 tegemoetkoming biedt in de loonkosten voor de maanden maart t/m mei 2020 en de NOW 2.0 voor de maanden juni t/m september 2020. Inmiddels is duidelijk dat de economische gevolgen van het COVID-19-virus langer gaan duren. Daarom is de NOW met ingang van 1 oktober 2020 opnieuw verlengd (NOW 3.0).

NOW 3.0

NOW 3.0 is van toepassing op de periode van 1 oktober 2020 tot 1 juli 2021 en is opgedeeld in drie tijdvakken van drie maanden: oktober t/m december 2020, januari t/m maart 2021 en april t/m juni 2021. Deze drie tijdvakken vormen – na NOW 1.0 (eerste tijdvak) en NOW 2.0 (tweede tijdvak) – het derde, vierde en vijfde tijdvak in de NOW-regeling. Je kunt per tijdvak een afzonderlijke aanvraag indienen.

Omzetdaling

De wijze van berekenen van de omzetdaling blijft gelijk aan de NOW 1.0 en 2.0: de omzetdaling wordt bepaald door een vierde van de omzet van 2019 te vergelijken met de omzet in een door jou te kiezen periode van drie maanden.

Net als bij de NOW 1.0 en 2.0 kies je per tijdvak over welke periode de omzetdaling wordt berekend. Als er al subsidie op grond van NOW 2.0 aan jou is verleend, moet de periode van omzetdaling voor het derde tijdvak van NOW 3.0 aansluiten op de periode van omzetdaling die is gekozen voor NOW 2.0. Dit geldt vervolgens ook voor de drie tijdvakken in de NOW 3.0. Als je NOW aanvraagt voor opeenvolgende tijdvakken, moeten de omzetperiodes dus op elkaar aansluiten.

Het minimale omzetverlies om aanspraak te kunnen maken op de NOW 3.0, gaat vanaf het tweede tijdvak (januari t/m maart 2021) omhoog van 20% naar 30%.

Voor alle NOW-regelingen geldt dat overige subsidies die je in het kader van de coronacrisis ontvangt als omzet meetellen. De NOW zelf wordt niet gezien als omzet.

Als jouw bedrijf bestaat uit een aantal bedrijfsonderdelen (rechtspersonen) die samen een concern vormen, moet je bij de aanvraag voor een afzonderlijke rechtspersoon de omzetdaling van het hele concern aanhouden. Slechts onder strikte voorwaarden kan de omzetdaling worden bepaald op de omzetdaling van een afzonderlijke rechtspersoon binnen het concern.

Loonsom

De referentiemaand voor de loonsom voor de NOW 3.0 is juni 2020. Het UWV neemt de gegevens uit de loonaangifte bij de Belastingdienst automatisch over. Als die voor de maand juni 2020 ontbreekt, kijkt het UWV naar de loonsom van april 2020.

De werkgeverslasten worden bij de NOW 3.0 voor 40% gecompenseerd. Het gaat dan bijvoorbeeld om pensioenpremies, premies werknemersverzekeringen en – meestal – om een reservering voor vakantiegeld.

Anders dan bij NOW 1.0 en NOW 2.0, mag de loonsom ten opzichte van driemaal de loonsom in juni 2020 geleidelijk worden verminderd met 10% (derde tijdvak), 15% (vierde tijdvak) en 20% (vijfde tijdvak) zonder dat de subsidie lager wordt. De (vrijwillige) daling van de loonsom kan tot stand komen door natuurlijk verloop in het personeelsbestand, door minder personeel aan te houden of door een vrijwillig loonoffer te vragen van werknemers.

Gevolgen bij ontslag van werknemers

In de NOW 3.0 worden de kortingen geschrapt die golden bij de NOW 1.0 en 2.0 bij het doen van een aanvraag tot ontslag van een werknemer om bedrijfseconomische omstandigheden via het UWV.

Ten eerste vervalt in de NOW 3.0 de korting van 5% op de subsidie als de werkgever bij grotere ontslagaanvragen geen overeenstemming heeft bereikt met de belanghebbende vakbonden of, bij gebreke daaraan, een andere werknemersvertegenwoordiging.

Ten tweede geldt in de NOW 3.0 niet meer dat 100% (in de NOW 2.0, 150% in de NOW 1.0) van het loon van de werknemer die wordt ontslagen om bedrijfseconomische redenen, voor de gehele subsidieperiode in mindering wordt gebracht op de subsidie. Je ontvangt dus subsidie over de loonkosten die je tijdens de subsidieperiode hebt, zolang de werknemer in die periode in dienst is. Wel krijg je een nieuwe inspanningsverplichting om de werknemer te begeleiden naar ander werk (zie hierna).

Geen dividend en bonus plus accountantsverklaring

De voorwaarde dat er geen bonussen of dividend wordt uitgekeerd of eigen aandelen worden ingekocht, blijft. Deze voorwaarde geldt niet als het voorschot minder bedraagt dan € 100.000 of de definitieve subsidie minder dan € 125.000, maar weer wel als de subsidie wordt aangevraagd op basis van de omzetdaling van een afzonderlijke rechtspersoon binnen een concern. Dezelfde voorwaarden gelden voor het overleggen van een accountantsverklaring.

In het eerste, tweede en derde tijdvak geldt dit voor 2020, maar voor het vierde en vijfde tijdvak van NOW 3.0 geldt dit voor 2021. Over het jaar 2020 mag er daarom geen dividend worden uitgekeerd als je NOW hebt ontvangen voor de eerste drie tijdvakken. Voor het vierde en vijfde tijdvak geldt het verbod over 2021. Het betreft ook alleen de bonussen die worden uitgekeerd aan het bestuur en de directie en niet aan het overige personeel dat variabel wordt beloond.

Inspanningsverplichting scholing

Voor de NOW 3.0 blijft voor jou een inspanningsverplichting gelden om jouw werknemers te stimuleren om aan bij- of omscholing te doen of een ontwikkeladvies aan te vragen. Je kunt hieraan voldoen door bijvoorbeeld (vrijvallende) tijd beschikbaar te stellen en middelen te verschaffen via bijvoorbeeld een opleidings- en ontwikkelingsfonds (O&O-fonds).

Inspanningsverplichting begeleiden naar nieuw werk

In de NOW 3.0 is een nieuwe inspanningsverplichting opgenomen voor de werkgever om mee te werken aan de begeleiding naar nieuw werk van de werknemer. Deze verplichting geldt voor alle mogelijkheden waarop de arbeidsovereenkomst kan eindigen, dus bijvoorbeeld ook bij het aflopen van een contract voor bepaalde tijd. Je kan bij de invulling van deze verplichting onder andere gebruik maken van de mogelijkheden die ook voor scholing worden geboden.

Het niet voldoen aan deze voorwaarde leidt tot een korting van 5% op het totale subsidiebedrag als je bedrijfseconomisch ontslag voor een werknemer aanvraagt, maar geen contact hebt gezocht met de ‘UWV telefoon NOW’ in het kader van begeleiding van werk naar werk.

Aanvraag en betaling

De aanvraag voor het derde tijdvak van NOW 3.0 (tijdvak 1 oktober 2020 t/m 31 december 2020) kun je indienen vanaf 16 november 2020 tot en met 13 december 2020 met een formulier dat het UWV via www.uwv.nl beschikbaar stelt. Het aanvraagtijdvak voor de vierde tranche is 15 februari tot en met 14 maart 2021. Voor de vijfde tranche is het beoogde aanvraagtijdvak 17 mei tot en met 13 juni 2021.

Bij de aanvraag moet je de procentuele verwachte omzetdaling vermelden, het loonheffingennummer en de aaneengesloten 3-maandsperiode, waarover je de omzetdaling verwacht. En ook het rekeningnummer waarop je betalingen van de Belastingdienst inzake loonheffingen ontvangt.

De subsidie over de drie tijdvakken kent een geleidelijke afbouw van de vergoedingspercentages van 80%, naar 70% naar 60%. Hiervan wordt een voorschot van 80% betaald in drie termijnen.

De definitieve vaststelling voor de drie tijdvakken van de NOW 3.0 wordt uitgevoerd vanaf 1 september 2021. Als je voor alle drie de tijdvakken subsidie hebt ontvangen, vindt de vaststelling voor alle drie de tranches plaats vanaf 1 september 2021, maar moet voor iedere tranche een aparte aanvraag om vaststelling worden gedaan. Nadere informatie over het vaststellingsproces volgt nog. Je  hebt 24 weken om een aanvraag tot vaststelling te doen. In het geval je een accountantsverklaring moet overleggen, is deze periode 38 weken.

Meer weten?

Wil meer weten of heb je hulp nodig bij jouw aanvraag? Wij helpen je graag verder bij de aanvraag voor de NOW 3.0. We kunnen bijvoorbeeld het omzetverlies berekenen en – mocht dat vereist zijn  – zorgen voor een accountantsverklaring.

Uitstel van betaling i.v.m. corona

De Belastingdienst heeft de mogelijkheid geboden om uitstel van betaling te verkrijgen wanneer je door de corona-crisis problemen hebt gekregen met het betalen van belastingen. Dit uitstel gold voor 3 maanden. In de meeste gevallen zijn deze 3 maanden voorbij en is daardoor het zogeheten bijzonder uitstel van betaling afgelopen. Dat betekent dat de volgende belastingaangiften en -aanslagen weer op tijd betaald moeten worden, tenzij om verlenging van het uitstel verzocht is.

Heb je het afgelopen half jaar belastingen niet betaald, omdat er uitstel van betaling gold? Deze openstaande belastingen dienen op een later moment ingehaald te worden. Je ontvangt bericht van de Belastingdienst over hoe en wanneer dit zal plaatsvinden.

Wel/niet verlenging

Wanneer geen verlenging van het uitstel is verleend, moet bijvoorbeeld de omzetbelasting over het 3e kwartaal en de omzetbelasting en loonheffingen over september weer op tijd betaald te worden. Deze belastingen dienen namelijk in oktober 2020 voldaan te worden. Indien je verwacht deze belastingen niet op tijd te kunnen betalen, kunnen wij verzoeken om verlenging van het uitstel.

Heb je al verlenging van het uitstel gekregen? Dan geldt er vooralsnog uitstel tot 31 december 2020 en moet pas daarna belastingaangiften en -aanslagen weer op tijd betaald worden. In veel gevallen hebben wij reeds om verlenging verzocht.

Heb je echter nog géén verlenging van het uitstel gekregen of twijfel je hierover? Neem dan vóór 1 november 2020 contact op met je contactpersoon of stuur direct een bericht naar info@lenssenadvies.nl.

Aanvullend geboorteverlof

Sinds 1 juli 2020 is er wettelijk het een en ander gewijzigd inzake geboorteverlof en aanvullende geboorteverlof voor de partners. Dit beschreven we al kort in onze vorige nieuwsbrief. In deze nieuwsbrief gaan we er verder op in.

Geboorteverlof voor partners

Het geboorteverlof voor partners die in loondienst werken is eenmaal het aantal werkuren per week.  Vanaf 1 juli 2020 is er nog een aanvullend geboorteverlof bijgekomen. Geboorteverlof wordt ook wel kraamverlof, vaderschapsverlof of partnerverlof genoemd.

Geboorteverlof: 1 keer 1 week vrij

Sinds 1 januari 2019 krijgen partners eenmaal het aantal werkuren per week aan geboorteverlof. Werkt de partner bijvoorbeeld 5 dagen 6 uur per dag? Dan krijgt hij of zij 30 uur verlof: 5 x 6 werkuren. De werkgever betaalt het loon tijdens dit verlof volledig door. De werknemer kan de verlofdagen van het geboorteverlof naar eigen inzicht opnemen. Maar moet dit wel doen binnen 4 weken na de geboorte van het kind.

Aanvullend geboorteverlof vanaf 1 juli 2020: 5 weken

Per 1 juli 2020 kunnen partners maximaal 5 weken (5 keer het aantal werkuren per week) aanvullend geboorteverlof opnemen. Tijdens het verlof krijgt de partner geen salaris, maar een uitkering van het UWV (de werkgever ontvangt deze uitkering en betaald de betreffende werknemer die het aanvullend geboorteverlof opneemt) . Partners hebben recht op aanvullend geboorteverlof als het kind op of ná 1 juli 2020 geboren wordt. Zij moeten het aanvullend geboorteverlof opnemen binnen 6 maanden na de geboorte van het kind. En zij moeten eerst het geboorteverlof van 1 week hebben opgenomen.

Maak goede afspraken tussen werkgever en werknemer over de opname van het geboorteverlof en aanvullend geboorteverlof. Kijk hierbij zowel naar de privé-situatie en het belang van de werknemer, maar ook naar het belang van de werkgever inzake continuïteit en voortgang in het werk.

Opbouw vakantiedagen en pensioen

Het aanvullend verlof heeft geen invloed op de opbouw van (wettelijk minimum) vakantiedagen en vakantiegeld. Het kan zijn dat het aanvullend verlof wel invloed heeft op de bovenwettelijke opbouw. Hierover staan vaak afspraken in de cao en de arbeidsovereenkomst.

Pensioenafspraken zijn niet in de wet opgenomen. Werkgever, werknemer en pensioenuitvoerder maken samen afspraken over de opbouw van het pensioen tijdens het verlof.

UWV-uitkering tijdens aanvullend geboorteverlof

Tijdens het verlof krijgen werknemers een uitkering van het UWV. Deze uitkering is maximaal 70% van hun dagloon (en maximaal 70% van het maximumdagloon). De werkgevers vragen de uitkering aan bij het UWV en betalen de werknemers uit.

Voor eventuele vragen over (aanvullend) geboorteverlof, kun je contact opnemen met jouw contactpersoon van de loonafdeling of mailen naar info@lenssenadvies.nl

Arbeidsvergoeding meewerkende partner

De situatie waarin een partner van een ondernemer werkzaamheden verricht voor de eenmanszaak komt vaak voor in het MKB. In dergelijke gevallen is het mogelijk om deze meewerkende partner een passende vergoeding toe te kennen zonder dat er sprake is van loon c.q. salaris.

Het toekennen van een arbeidsvergoeding kan voordelig zijn wanneer de partner een lager inkomen heeft en daardoor in een lagere tariefschijf van de inkomstenbelasting valt. De vergoeding vormt een kostenpost voor de eenmanszaak en verlaagt derhalve de winst van de ondernemer, terwijl het bij de partner tegen een lager percentage belast wordt. Het is hierbij van belang dat de vergoeding in verhouding staat met de werkzaamheden die de partner verricht. Aangezien gedurende het jaar niet altijd duidelijk is hoeveel de partner zal werken voor de onderneming, is het toegestaan om na afloop van het jaar de balans op te maken en op basis daarvan een vergoeding toe te kennen.

Beperking tot € 5.000

In het verleden hebben ondernemers vaker discussie gevoerd met de Belastingdienst over de toegekende vergoeding. Vandaar dat de wetgever heeft bepaald dat in geval van arbeidsvergoedingen van de partner tot € 5.000, deze vergoeding fiscaal genegeerd wordt. Dit betekent dat de vergoeding niet belast wordt bij de ontvangende partner, maar deze ook niet aftrekbaar is van de winst van de eenmanszaak.

Door deze aftrekbeperking kan mogelijk een nadeel ontstaan met betrekking tot de tarieven van de inkomstenbelasting. In een dergelijk geval wordt de winst van de ondernemer niet verlaagd en wordt de vergoeding niet belast bij de partner tegen een lager percentage. De advocaat-generaal, de belangrijkste adviseur van de Hoge Raad (hoogste Nederlandse gerechtsinstantie), heeft dit probleem erkend. In zijn advies aan de Hoge Raad stelt hij dat de partner in dit geval ongelijk behandeld wordt.

De kans is hierdoor groot dat de Hoge Raad zijn oordeel meeneemt in haar uitspraak. In dat geval is de staatssecretaris van Financiën aan zet; een wetswijziging is vereist. Een interessante ontwikkeling die wij voor je in de gaten houden.

Meewerkaftrek

Heeft je partner geen laag inkomen, maar verricht hij/zij wel werkzaamheden voor je eenmanszaak? In dat geval is de ‘meewerkaftrek’ mogelijk interessanter. Wil je meer informatie over deze aftrekpost voor ondernemers in de inkomstenbelasting, neem dan contact op met onze adviseurs.

Aanvullend geboorteverlof aanvragen voor de werknemer

Wat is het aanvullend geboorteverlof?

Als je werknemer het standaard geboorteverlof heeft opgenomen, mag de werknemer daarna aanvullend geboorteverlof opnemen. Dit verlof duurt minimaal 1 week en maximaal 5 weken. De werknemer krijgt dan een uitkering van 70% van zijn dagloon. Er geldt een maximum dagloon. De werknemer neemt het verlof op binnen 6 maanden na de geboorte van het kind. De werkgever bespreekt samen hoe de werknemer het verlof opneemt. Bijvoorbeeld 5 weken achter elkaar, of verspreid over de 6 maanden.

Voor het opnemen van het aanvullend geboorteverlof gelden een aantal voorwaarden;.

De werknemer kan alleen aanvullend geboorteverlof opnemen, als voor hem geldt:

  • hij in dienst is bij een werkgever;
  • hij eerst het standaard geboorteverlof heeft opgenomen van 1 keer de werkweek;
  • het kind is geboren op of na 1 juli 2020.
  • hij het verlof opneemt binnen 6 maanden na de geboorte van het kind;
  • hij is de partner van de moeder van het kind als één van de volgende situaties voor hem van toepassing is:
    • Je bent getrouwd met de moeder van het kind.
    • Je bent geregistreerde partner van de moeder van het kind.
    • Je woont ongehuwd samen met de moeder van het kind en je deelt alleen met haar de kosten voor de woning en voor het huishouden.
  • Je erkent het kind.

De werkgever vraagt de uitkering voor het aanvullend geboorteverlof voor de werknemer aan via de verzuimmelder in het werkgeversportaal UWV, via DigiPoort, of via het formulier aanvragen WAZO -uitkering. Dit kan vanaf 1 juli 2020 voor kinderen die op of na deze datum geboren zijn.

Wil je meer informatie of heb je nog vragen? Neem dan contact op met onze loonafdeling.

Versoepeling urencriterium door coronacrisis

Vanwege de coronacrisis wordt het voor ondernemers mogelijk lastig om over 2020 te voldoen aan het urencriterium. Hierdoor kunnen ondernemers vanwege de coronacrisis mogelijk in de aangifte inkomstenbelasting 2020 geen gebruik meer maken van bepaalde ondernemersfaciliteiten. Dit acht Staatssecretaris Vijlbrief van Financiën onwenselijk en onrechtvaardig. Hij heeft daarom bij recente Kamervragen aangekondigd het urencriterium over 2020 te versoepelen.

Een ondernemer wordt vanwege de versoepeling geacht in de periode van 1 maart 2020 tot en met 31 mei 2020 ten minste 24 uren per week aan zijn onderneming te hebben besteed, ook als hij die uren niet daadwerkelijk heeft besteed. Het urencriterium van minimaal 1225 uren per kalenderjaar geldt voor o.a. de zelfstandigenaftrek, de meewerkaftrek en de mogelijkheid tot dotering op de fiscale oudedagsreserve (FOR).

Omdat de coronamaatregelen in Nederland langzaam weer worden aangescherpt is het mogelijk dat er op een later tijdstip verdere versoepelingen worden aangekondigd. Wij houden dit dan ook scherp in de gaten.

Soms moet (een gedeelte) van de NOW tegemoetkoming worden terugbetaald

Inmiddels is het voorschot van 80 procent uitbetaald van de berekende subsidie op basis van de te verwachten omzetdaling en is de NOW 2.0 regeling al open gesteld.

Het UWV berekent de definitieve subsidie voor 1.0 achteraf op basis van de werkelijke omzetdaling en de werkelijke loonsom over de periode 1 maart 2020-31 mei 2020.

Ondernemers moeten er rekening mee houden dat de NOW-subsidie lager kan uitvallen dan het bedrag dat bij de aanvraag is berekend. Dit kan tot gevolg hebben dat UWV de resterende 20 procent van het voorschot niet uitbetaalt, of het kan zelfs leiden tot een verplichting om (een deel van) het uitbetaalde voorschot terug te betalen. Voor veel ondernemers is het op dit moment al mogelijk om uit (te laten) rekenen wat de definitieve tegemoetkoming omtrent NOW 1.0 is.

Het is voor ondernemers belangrijk er rekening mee te houden dat de definitief door UWV vastgestelde subsidie lager kan uitvallen dan het subsidiebedrag dat bij de aanvraag is berekend. Dit kan ertoe leiden dat UWV de resterende 20 procent van het voorschot niet uitbetaalt, of zelfs dat zij (een deel van) het uitbetaalde voorschot moeten terugbetalen.

Dit kan gebeuren in de volgende situaties:

  • Bij de vaststelling blijkt dat de omzetdaling op basis van de cijfers lager is dan 20 procent. Hiermee voldoe je niet meer aan de voorwaarden voor de NOW-regeling en mag je dus geen aanspraak maken op de subsidie. Je moet in deze situatie het volledige voorschot terugbetalen.
  • Bij de vaststelling blijkt dat de omzetdaling op basis van de cijfers lager is dan verwacht, maar nog wel minstens 20 procent. De subsidie wordt in deze situatie opnieuw berekend op basis van het lagere omzetpercentage. Mogelijk wordt het resterende deel van de berekende subsidie (20 procent) niet uitbetaald, maar als het omzetverlies sterk afwijkt van de verwachting, moet je een deel van het voorschot terugbetalen. Is het omzetverlies juist groter dan verwacht, dan kan het definitieve subsidiebedrag hoger uitvallen. In dat geval volgt een nabetaling van UWV.
  • Uit de vaststelling van de definitieve subsidie blijkt dat de loonkosten over de maanden maart, april en mei zijn gedaald ten opzichte van drie maal het SV-loon van januari 2020 (of november 2019 als deze gegevens nog niet bij de Belastingdienst bekend waren). Dit kan bijvoorbeeld komen doordat tijdelijke contracten niet zijn verlengd en/of medewerkers tijdens de proeftijd zijn ontslagen en/of oproepkrachten niet zijn opgeroepen. Let op dat er ook een verschil kan optreden in de loonkosten doordat het SV-loon in de maand januari, dat UWV als ijkpunt neemt, hoger is door uitgekeerde incidentele looncomponenten, zoals een dertiende maand of bonus.
  • UWV constateert dat een ontslagaanvraag wegens bedrijfseconomische reden is ingediend tijdens de subsidieperiode maart, april en mei. Als je na 17 maart een ontslagaanvraag wegens bedrijfseconomische redenen hebt ingediend en deze niet hebt ingetrokken, moet je de verkregen subsidie voor de betreffende werknemers waarvoor een ontslagverzoek is ingediend terugbetalen, met een boete van 50 procent. Voor een werknemer met een salaris van € 3.000,- in de maand januari betekent dit een vermindering van de subsidie van € 2.200,- x 1,5 x 3 x 1,3 x 0,9  = € 15.795,-.

Houdt rekening met bovenstaande scenario’s en beoordeel of je recht hebt op de regeling zoals deze is aangevraagd. Heb je teveel ontvangen, zorg ervoor dat de verplichting alvast wordt opgenomen, zodat een realistisch inzicht ontstaat in de tussentijdse cijfers.

Staatssecretaris schrapt wijzigingen Box 3

In de Prinsjesdag nieuwsbrief van 18 september 2019 hebben wij aandacht besteed aan de wijziging van de heffing over vermogen (Box 3), zoals deze in het Belastingplan 2020 aangekondigd werd. Het wetsvoorstel waarmee deze wijziging in de heffing van inkomstenbelasting over het vermogen ingevoerd had moeten worden, zou vóór de zomer van 2020 aan de Tweede Kamer worden voorgelegd. Inmiddels is het juli 2020 en is het wetsvoorstel niet ingediend, maar wordt er afgezien van de aangekondigde wijziging door staatssecretaris Vijlbrief.

Box 3, het systeem waarmee inkomstenbelasting over vermogen wordt geheven, vormt al jaren een punt van discussie. Mede door de jaarlijks terugkerende massaal bezwaarprocedures waarin de heffing van inkomstenbelasting over een fictief rendement door de Hoge Raad als buitensporig wordt aangemerkt, wordt door het Ministerie van Financiën gezocht naar een oplossing.

Voormalig staatssecretaris Snel dacht met de wijziging vanaf 1 januari 2022 het probleem grotendeels te hebben opgelost door een onderscheid te maken in spaargeld, beleggingen en leningen. Volgens zijn opvolger is het voorstel juridisch niet houdbaar, waardoor het van tafel is gehaald.

De enige échte oplossing is om alleen het reële rendement te belasten, zegt Vijlbrief. Maar volgens hem is dit voor de Belastingdienst niet uitvoerbaar om de precieze rendementen uit investeringen na te gaan. Vijlbrief gaat op zoek naar een alternatief dat kleine spaarders en beleggers “in hoge mate ontziet”. Hij overweegt serieus het bedrag waarover spaarders en beleggers geen belasting betalen “aanzienlijk te verhogen, als ik dat kan”.

Naar verwachting zal een nieuw voorstel gepresenteerd worden in het Belastingplan 2021. Meer informatie hierover volgt derhalve op 15 september aanstaande.

UBO-register

Het kabinet wil het nieuwe UBO-register vanaf 27 september 2020 laten ingaan. Vanaf dat moment zijn ondernemingen verplicht om hun eigenaren of de personen die zeggenschap hebben in een zogeheten UBO-register in te schrijven. Dit is het gevolg van Europese regels. Doel van het register is het tegengaan van financieel-economische criminaliteit, zoals witwassen van geld.

Wat is een UBO?

UBO staat voor ‘ultimate beneficial owner’ (de ‘uiteindelijke belanghebbende’). Dit is de persoon die de uiteindelijke eigenaar is of de uiteindelijke zeggenschap heeft over een onderneming, stichting of vereniging (een zogeheten juridische entiteit).

Bij een bv of nv bijvoorbeeld gaat het om:

  • personen met meer dan 25 procent van de aandelen;
  • personen met meer dan 25 procent van de stemrechten;
  • personen die de feitelijke zeggenschap over de onderneming hebben.

Wat is het UBO-register?

Het UBO-register maakt transparant wie aan de touwtjes trekt bij juridische entiteiten die in Nederland zijn opgericht. Alle EU-lidstaten moeten een UBO-register hebben. Het Nederlandse UBO-register gaat deel uitmaken van het Handelsregister van de Kamer van Koophandel (KVK). Een deel van de gegevens in het register wordt openbaar, zoals:

  • voornaam en achternaam;
  • geboortemaand en -jaar;
  • nationaliteit;
  • woonstaat;
  • aard en omvang van het economische belang van de UBO.

Het openbare deel van het UBO-register is alleen doorzoekbaar op naam van de onderneming of rechtspersoon. Zoeken op naam van de UBO is dus niet mogelijk. Het opvragen van de gegevens uit het register kost geld en kan door iedereen worden opgevraagd. Bevoegde autoriteiten die het UBO-register gebruiken om onderzoek te doen naar verdachte geldstromen zullen meer informatie over een UBO zien dan anderen.

Voor wie?

De UBO-registratieplicht gaat gelden voor de volgende organisaties:

  • (niet-beursgenoteerde) bv’s en nv’s;
  • overige rechtspersonen: stichtingen, UBO-plichtige verenigingen, onderlinge waarborgmaatschappijen en coöperaties;
  • personenvennootschappen: maatschappen, vennootschappen onder firma, en commanditaire vennootschappen;
  • rederijen;
  • Europese naamloze vennootschappen (SEs);
  • Europese coöperatieve vennootschappen (SCEs);
  • Europees economisch samenwerkingsverbanden;
  • Kerkgenootschappen.

De volgende groepen hebben geen registratieplicht:

  • beursgenoteerde vennootschappen;
  • eenmanszaken;
  • publiekrechtelijke rechtspersonen;
  • verenigingen van eigenaars;
  • enkele historische rechtspersonen.

TOFA-Tijdelijke overbruggingsregeling voor Flexibele Arbeidskrachten

Er is een nieuwe regeling: de Tijdelijke Overbruggingsregeling voor Flexibele Arbeidskrachten (TOFA). De TOFA is bedoeld voor werknemers met een flexibel contract die door de coronacrisis (bijna) geen inkomsten hebben en geen uitkering kunnen krijgen. De regeling bestaat uit een eenmalige tegemoetkoming voor de periode maart, april en mei 2020.

Als jij als ondernemer werknemers in dienst hebt met een flexibel contract, deel deze informatie svp met hun want dit kan belangrijke informatie voor hun zijn in hun inkomensvoorziening.

Voorwaarden voor de tegemoetkoming TOFA.
Om de tegemoetkoming TOFA te krijgen, moet je aan al deze voorwaarden voldoen:

  • Je was op 1 april 2020 minimaal 18 jaar oud en je had nog niet de AOW-leeftijd bereikt;
  • Jouw sv-loon over februari 2020 was minimaal € 400;
  • Jouw sv-loon over maart 2020 was minimaal € 1;
  • Jouw sv-loon over april 2020 was maximaal € 550;
  • Jouw sv-loon over april 2020 was minimaal 50% lager dan jouw sv-loon over februari 2020;
  • Je kreeg over april 2020 geen uitkering of andere tegemoetkoming in jouw inkomsten;
  • Door verlies van inkomsten door de Coronacrisis heeft jou de tegemoetkoming TOFA nodig voor kosten voor levensonderhoud.

Hoogte van de uitkering.
De hoogte van de tegemoetkoming TOFA is € 1.650 bruto. Dat is € 550 bruto per maand voor de periode maart, april en mei 2020. De tegemoetkoming wordt in 1 keer uitbetaald.

Welke inkomsten tellen mee voor het sv-loon?
Alle inkomsten waarover belastingen en sociale verzekeringspremies betaald worden, tellen mee voor het sv-loon (sociale verzekeringsloon).

Met welke uitkeringen kun je geen tegemoetkoming TOFA krijgen?
Je kunt geen tegemoetkoming TOFA krijgen als je over april 2020 1 of meer van deze uitkeringen of tegemoetkomingen ontving: bijstandsuitkering, Bbz, TOZO, WW, Ziektewet-uitkering, WIA, WAO, WAZ, Wajong, Anw, IOAZ, IOAW, IOW, een uitkering van een buitenlandse uitkeringsorganisatie.

Werknemers dienen zelf de tegemoetkoming aan te vragen bij het UWV. Dit kan online via www.uwv.nl

Om te bekijken of voldaan wordt aan de voorwaarden, is door het UWV een stappenplan opgesteld. Via de link https://www.uwv.nl/particulieren/overige-onderwerpen/tofa/beslisboom/index.aspx kunnen werknemers alle stappen doorlopen.

Het UWV streeft dat werknemers die hiervoor in aanmerking komen vanaf 22 juni 2020 een aanvraag kunnen indienen. Vanaf het moment dat werknemers de tegemoetkoming TOFA kunnen aanvragen, hebben ze 3 weken de tijd om de aanvraag in te dienen.