Maak je in je onderneming gebruik van langlopende projecten of opgeslagen goederen? Dan is 31-12-2023 een belangrijke datum. Dit is namelijk de datum waarop de balans wordt opgemaakt en alle posten onderbouwd moeten worden.
De voorraad en de onderhanden werken/projecten zijn vaak lastig te waarderen. Verder in dit artikel staan per post wat er gedaan moet worden en waar je rekening mee moet houden.
Voorraad
De voorraad van een onderneming verwijst naar de goederen en materialen die het op een bepaald moment in bezit heeft en die zijn bestemd voor verkoop, productie of verwerking. Deze goederen vertegenwoordigen een investering van het bedrijf en kunnen variëren van ruwe materialen tot afgewerkte producten die klaar zijn voor distributie.
Het waarderen van voorraad tegen de verkrijgingsprijs is belangrijk omdat het bedrijven in staat stelt een nauwkeurig beeld te hebben van hun kostenstructuur en om op consistente wijze de financiële prestaties te rapporteren. Deze waarderingsmethode is in lijn met de gangbare boekhoudprincipes en helpt bij het bepalen van de brutowinst en het vermijden van overschatting of onderschatting van de werkelijke waarde van de voorraad.
Op 31 december dient er een voorraadtelling gedaan te worden en deze lijst met bijbehorende verkrijgingsprijs moet aangeleverd worden aan jouw contactpersoon binnen Lenssen.
Onderhanden Werk / Projecten (OHW/OHP)
Onderhanden werk verwijst naar de kosten die zijn gemaakt voor activiteiten die nog niet zijn voltooid op de balansdatum. Het omvat de kosten van materialen, arbeid en indirecte kosten die al zijn verwerkt, maar waarvan de bijbehorende opbrengsten nog niet zijn gerealiseerd. Onderhanden werk komt vaak voor in sectoren zoals de bouw, productie en dienstverlening, waar projecten en opdrachten over langere perioden worden uitgevoerd.
Het is belangrijk om de mate van voltooiing van het onderhanden werk te beoordelen. Afhankelijk van de voortgang van het project kan een percentage of completion-methode worden gebruikt om de opbrengsten en kosten te erkennen. Hierbij is het ook van belang om te weten wat de totale opbrengsten zullen zijn van de opdracht.
Lenssen Advies biedt je graag de ‘Actiepunten eind 2023’ aan. Wij hebben enkele belangrijke thema’s uit de Belastingplannen 2024 en andere wet- en regelgeving overzichtelijk voor je op een rij gezet met praktische actiepunten. Hiermee kun je je voorbereiden op de nieuwe regels en het einde van bestaande regels. Zo kun je risico’s vermijden of een voordeel behalen.
Dit overzicht bevat o.a. de volgende actuele thema’s:
Einde extra afschrijven op nieuwe bedrijfsmiddelen
Alleen op investeringen in nieuwe bedrijfsmiddelen die je in 2023 doet, mag je direct al tot maximaal 50% over de aankoopprijs minus restwaarde afschrijven ten laste van de winst. Meer afschrijven in 2023 betekent minder belastbare winst, dus minder inkomstenbelasting betalen.
Check schulden bij je eigen bv en los zo nodig af
Op 31 december 2023 controleert de Belastingdienst voor het eerst of je meer dan € 700.000 van je bv hebt geleend. Het meerdere wordt dan belast met 26,9% als aanmerkelijk belangvoordeel in box 2. In dit artikel lees je wat je nog kunt doen om aan deze box-2-heffing te ontkomen.
Twee tariefschijven in box 2
Vanaf volgend jaar kent box 2 twee tariefschijven. Een laag tarief van 24,5% en een hoog tarief van 33%. Of en hoe je hierop kunt anticiperen lees je in deze bijdrage.
Benut optimaal verruimde vrije ruimte
De vrije ruimte in de werkkostenregeling is in 2023 tijdelijk extra hoog. Volgend jaar wordt de ruimte structureel lager. In deze bijdrage lees je hoe je daarvan nog zo optimaal mogelijk kunt profiteren.
Bereid je voor op start minimumuurloon?
De invoering van het minimumuurloon kan gevolgen hebben voor salarisschalen, arbeidscontracten en cao’s. Daarop zul je jouw administratie moeten aanpassen. De ins en outs lees je in dit artikel.
Benut verruimde lijfrentepremieaftrek
De invoering van de Wet toekomst pensioenen biedt je ruimere mogelijkheden om lijfrentepremies af te trekken. In deze bijdrage lees je wat die mogelijkheden zijn en hoe je deze al in 2023 kunt benutten.
Laatste keer jubelton
De schenkingsvrijstelling eigen woning (ook wel jubelton) is verlaagd. Dit jaar kun je voor het laatst de jubelton benutten en mogelijk ook nog de oude hoge jubelton uit 2022. Je leest het in deze bijdrage.
Heb je vragen?
Wil je meer weten over de toepassing van bepaalde regels of wil je graag een toelichting op een onderwerp uit deze Actiepunten eind 2023? Bel of mail je relatiebeheerder. Wij helpen je graag verder.
Een werkgever mag reiskosten aan haar personeel vergoeden. Tot een bedrag van € 0,21 per kilometer mag dit onbelast. Vanaf 2024 wordt het maximaal onbelaste bedrag verhoogd naar € 0,23 per kilometer.
Of je verplicht bent om de verhoging van de reiskosten door te voeren is afhankelijk van de manier hoe de reiskostenvergoeding is vastgelegd:
* In een cao kan er sprake zijn van een verplichte reiskostenvergoeding, met daarbij vastgestelde bedragen. Vaak worden deze in een nieuwe CAO herzien.
* Als er geen CAO van toepassing is, is de reiskostenvergoeding vaak onderling afgesproken in het personeelshandboek of in de individuele arbeidsovereenkomst. Op basis hiervan kan beoordeeld worden of er een verplichting geldt voor het aanpassen van de hoogte van de reiskostenvergoeding. In de meeste gevallen zal dit niet beschreven staan en ontstaat er geen verplichting tot verhoging.
Doorvoeren wijzigingen 2024
Wil je de reiskostenvergoeding in 2024 aanpassen, geef ons dit dan tijdig, uiterlijk 31 december 2023 door. Het is dan meteen een goed moment om voor iedereen nogmaals de afstand woon-werk te bepalen en daarmee de nieuwe maximale onbelaste reiskostenvergoeding vast te leggen.
Vaste reiskostenvergoeding per maand:
Kies je ervoor om de werknemer een vaste reiskostenvergoeding per maand te geven, zijn er allerlei spelregels waar je je aan moet houden.
De meest gebruikte: is dat je moet uitgaan van 214 werkdagen per jaar voor het bepalen van de hoogte van het vaste bedrag.
Je krijgt dan de volgende formule: Jaarbedrag reiskosten (bij 5 werkdagen per week):
214 werkdagen * Aantal km enkele reis * 2 * € 0,23
Vast bedrag reiskosten per maand:
Maandbedrag / 5 werkdagen * aantal werkdagen per week
Voorbeeld:
Werknemer werkt 5 dagen per week. De enkele reisafstand volgens de meest gebruikelijke route is 10 kilometer.
Je mag de werknemer dan een vaste onbelaste reiskostenvergoeding per maand geven van:
214 dagen * 10 km * 2 * € 0,23 = € 984,40 / 12 maanden = € 82,03
Werkt deze werknemer 4 dagen, mag je dus 4/5e van € 82,03 = € 65,62 vergoeden.
Bovenmatige reiskostenvergoeding
Kies je ervoor om een hogere vergoeding dan € 0,23 per kilometer te betalen, is in beginsel de hogere vergoeding aan te merken als belast loon. De werknemer betaald dus over het hogere bedrag belasting en de werkgever betaald over het hogere bedrag sociale lasten.
Je mag de bovenmatige vergoeding aanwijzen als eindheffingsbestanddeel in de werkkostenregeling. Heb je voldoende vrije ruimte ter beschikking, betekent dit dat ook het bovenmatige deel van de reiskostenvergoeding onbelast betaald wordt. Let op: kom je hiermee boven de vrije ruimte, dan betaal je 80% eindheffing. Maak dus een goede afweging hoe je met de reiskosten wilt omgaan
Reiskosten als secundaire arbeidsvoorwaarden:
Je mag de reiskosten van een werknemer vergoeden, tot maximaal onbelast € 0,23 per gereden kilometer. De werknemer betaald hierover dus geen belasting en als werkgever betaal je geen sociale lasten. Het betalen van een reiskostenvergoeding aan jouw werknemers kan dus een mooie secundaire arbeidsvoorwaarde zijn.
Indien je van plan bent om een salarisverhoging door te voeren, maar nog geen reiskosten betaald, kan deze vorm van belonen interessant zijn om in te zetten.
Cafetariaregeling
Betaal je nog niet het maximaal onbelaste bedrag aan reiskosten, of betaal je nog helemaal geen reiskosten, kun je een cafetariaregeling opzetten, waarbij de werknemer bruto loon uitruilt tegen een onbelaste reiskostenvergoeding.
Deze regeling kan voor jou als werkgever gunstig zijn, doordat je minder sociale lasten betaald (ongeveer 20% minder). Daarnaast houdt de werknemer meer netto loon over, doordat over een gedeelte van het loon geen belasting betaald hoeft te worden.
Om deze cafetariaregeling te gebruiken heb je een aantal administratieve verplichtingen. Laat je vooraf goed door ons informeren hoe deze regeling het beste ingevoerd kan worden.
Vorige maand heeft de Tweede Kamer het belastingplan 2024 aangenomen. Vanaf 1 januari 2024 veranderen onder meer de belastingtarieven in box 2 en box 3 van de Wet inkomstenbelasting indien de voorstellen ongewijzigd worden aangenomen door de Eerste Kamer op 19 december 2023. Als je de afgelopen jaren winsten hebt opgebouwd in je vennootschap, dan is de vraag of je vóór 1 januari 2024 dividend moet uitkeren aan jezelf? In dit artikel geven we je hierover meer inzicht.
Belastingplan 2024
Het huidige box 2 tarief van 26,9% wordt vanaf 1 januari 2024 vervangen door een twee-schijventarief: 1. 24,5% tot € 67.000,- box 2-inkomen 2. 33% voor alles vanaf € 67.000,- box 2-inkomen
Bovendien wordt het huidige belastingtarief voor het sparen en beleggen in box 3 van 32% tevens verhoogd, namelijk naar 36%.
Directeur-grootaandeelhouders (dga’s)
Als directeur-grootaandeelhouder vraag je je wellicht het volgende af. In 2023 nog dividend uit keren, of de winsten in de vennootschap houden en op een later moment uit keren?
Bezit je minimaal 5% van de aandelen van een vennootschap? Dan ben je box 2-heffing verschuldigd over aan privé uitgekeerde dividenden. Als je voornemens bent om op korte termijn dividend uit te keren, dan kun je afhankelijk van je wensen wellicht belastingheffing besparen. Hieronder worden twee voorbeelden weergeven om de besparing inzichtelijk te krijgen.
Als je van plan bent om € 60.000,- dividend uit te keren, dan bespaar je belastingheffing door het dividend in 2024 uit te keren:
Belastingheffing
2023:
€ 60.000 x 26,9% =
€ 16.140,-
2024:
€ 60.000 x 24,5% =
€ 14.700,-
Belastingvoordeel =
€ 1.440,-
Echter, de uitkomst verandert wanneer je van plan bent om een hoog dividend uit te keren, dan is het voordeliger om in 2023 je dividend uit te keren. De belastingheffing is als volgt als je € 150.000,- dividend uitkeert (zonder fiscaalpartner):
Belastingheffing
2023:
€ 150.000 x 26,9% =
€ 40.350,-
2024:
€ 67.000 x 24,5% =
(€150.000 – € 67.000) x 33% =
€ 43.805,-
Belastingnadeel =
€ 3.455,-
Fiscaal partnerschap
Het fiscaal partnerschap is ook van belang bij de afweging om dividend uit te keren. Fiscale partners kunnen namelijk beide gebruikmaken van het lage tarief van 24,5%. Dit betekent dat dividenduitkeringen tot € 134.000,- (2 x lage tarief van € 67.000) van fiscale partners tegen 24,5% belast zijn. Ter illustratie zal bovenstaand voorbeeld van een dividenduitkering voor een bedrag van
€ 150.000,- weergeven worden voor fiscale partners:
Belastingheffing
2023:
€ 150.000 x 26,9% =
€ 40.350,-
2024:
€ 134.000 x 24,5% +
(€150.000 – € 134.000) x 33% =
€ 38.110,-
Belastingvoordeel =
€ 2.240,-
Waar een dividenduitkering van € 150.000,- in 2024 zonder fiscaal partner resulteert in een belastingnadeel ten opzichte van 2023. Resulteert een dividenduitkering van € 150.000,- in 2024 met fiscaal partner in een belastingvoordeel ten opzichte van 2023. DGA’s met een fiscale partner betalen ruim € 5.000 minder belasting dan een alleenstaande directeur-grootaandeelhouder.
Conclusie
In welk jaar je dividend moet uitkeren is afhankelijk van je wensen en situatie. Als afrekenen in de toekomst onvermijdelijk is tegen het nieuwe tarief van 33%, dan is dividend uit keren in 2023 tegen het huidige tarief van 26,9% voordeliger. Echter, ben je van plan om een (ieder jaar) een lager bedrag uit te keren, dan is het voordeliger om vanaf 2024 dividend uit te keren tegen de eerste belastingschijf in box 2 van 24,5%.
Het is echter onduidelijk wat de tarieven in de toekomst gaan doen. Zo heeft de Tweede Kamer het voornemen om vanaf 2025 het box 2-inkomen mee te nemen in de afbouw van de algemene heffingskorting. Dit betekent dat vanaf 2025, afhankelijk van je persoonlijke situatie, de belastingheffing op een dividenduitkering hoger wordt. Als je vragen hebt omtrent het uitkeren van dividend, neem dan gerust contact met ons op.
Over enkele weken sluiten we het jaar 2023 weer af. De voorbereidingen hiervoor én voor het nieuwe jaar zijn al in volle gang. Om alles tijdig en correct af te werken hebben we jouw hulp ook dit jaar weer nodig.
Aangiftebrief 2024 Je ontvangt half november de aangiftebrief loonheffingen, met daarop de aangiftetermijnen en betalingskenmerken.
Stuur deze naar ons algemene emailadres: salarisverwerking@lenssenadvies.nl onder vermelding van: Werkgevernaam – aangiftebrief 2024
Beschikking werkhervattingskas 2024 Je ontvangt op korte termijn ook de beschikking werkhervattingskas 2024. Het betreft hier een premiepercentage dat wij nodig hebben voor een juiste opstart van 2024 en daardoor van belang dat je deze tijdig aan ons doorstuurt.
Stuur deze naar ons algemene emailadres: salarisverwerking@lenssenadvies.nl onder vermelding van: Werkgevernaam – Whk 2024
Eigen verzekerde pensioenregeling Indien er sprake is van een eigen verzekerde pensioenregeling, geef dan tijdig de nieuwe franchisebedragen en eventuele gewijzigde premiepercentages aan ons door.(Gegevens van bedrijfstak pensioenfondsen, krijgen automatisch door)
Mutaties januari 2024 Ook de mutaties voor de maand januari verzoeken wij je tijdig in te sturen. Hou wel rekening met een langere doorlooptijd in de maand januari. Bij de jaarovergang dienen wij de volledige dossierinrichting goed te controleren en daar waar nodig aan te passen aan de nieuwe wet- en regelgeving. Dit vergt extra verwerkingstijd.
Belangrijke wijzigingen 2024:
Reiskosten
Vanaf 2023 mag de reiskostenvergoeding verhoogd worden van € 0,21 naar € 0,23 per kilometer.
Geef ons tijdig door of wij deze wijziging mogen doorvoeren.b. Aanpassing minimum loon
Zie hiervoor ook onze nieuwsbrieven waarin de werking van het minimum uurloon wordt uitgelegd. Wij mogen niet onder het minimum loon verlonen en zullen dan ook automatisch het loon aanpassen indien deze lager is dan het nieuwe minimum loon.
Dank je wel voor het vertrouwen in onze dienstverlening. Namens het hele team wensen we jou alvast heel fijne feestdagen en een succesvol nieuw jaar.
Wij willen je graag goed informeren. Mocht je daarom nog vragen hebben, neem dan gerust contact met ons op.
Over enkele weken sluiten we het jaar 2023 weer af. De voorbereidingen hiervoor én voor het nieuwe jaar zijn al in volle gang. Om alles tijdig en correct af te werken hebben we jouw hulp ook dit jaar weer nodig.
Tijdige aanlevering mutaties Om alle verloningen tijdig voor de feestdagen te verwerken verzoeken wij je de salarismutaties uiterlijk 15 december aan te leveren.
Indien je dit reeds eerder kunt doen, helpt ons dat enorm. Mocht 15 december niet lukken, neem dan tijdig contact op met je contactpersoon.
In- en uit dienst Indien er nog werknemers dit jaar in dienst komen, zorg dan dat deze tijdig worden aangemeld, zodat we deze in de loonrun van december kunnen meenemen.
Indien werknemers per 31-12-2023 uit dienst treden, geef dit dan reeds in december aan ons door, zodat wij hier rekening mee kunnen houden in het afsluiten van het jaar.
WKR besteding In het jaar 2023 is de vrije ruimte nog verhoogd naar 3% over de eerste € 400.000 loonsom. Wil je nog iets extra’s doen voor je personeel, dat ten laste komt van de vrije ruimte, hou er dan rekening mee dat de betaling in het jaar 2023 moet plaatsvinden. Voor de werkkostenregeling wordt uitgegaan van het genietingsmoment.
Verlofregistratie Maak je gebruik van de verlofmodule, zorg dan dat alle ingediende verlofaanvragen tijdig behandeld zijn.
Oproep loonrun na afloop december Stuur de mutaties van de oproepkrachten direct na afloop van de maand december, uiterlijk 8 januari aan ons door. We kunnen dan de laatste run van het jaar in orde maken en de jaarovergang verzorgen.
Dank je wel voor het vertrouwen in onze dienstverlening. Namens het hele team wensen we jou alvast heel fijne feestdagen en een succesvol nieuw jaar.
Wij willen je graag goed informeren. Mocht je daarom nog vragen hebben, neem dan gerust contact met ons op.
In het verleden hebben wij al eerder een artikel geschreven over schijnzelfstandigheid. De regelgeving rondom het werken met werknemers en zelfstandigen wordt verduidelijkt. Met als doel om schijnzelfstandigheid te verminderen en om een toetsingskader te bieden, zodat werkenden en werkgevers meer duidelijkheid hebben omtrent hun rechtspositie. De inwerkingtreding van het wetsvoorstel is beoogd op 1 juli 2025. Schakel je regelmatig zelfstandigen in of ben je werkzaam als zelfstandige? Dan is dit artikel rondom het wetsvoorstel van mogelijk interessant voor je.
Schijnzelfstandigheid
In een eerdere nieuwsbrief (Strengere handhaving op schijnzelfstandigheid vanaf 2025) hebben we de schijnzelfstandigheid toegelicht. Wij hebben daarin toegelicht dat de overheid aan een nieuwe wetgeving werkt om schijnzelfstandigheid tegen te gaan. Schijnzelfstandigheid is volgens de overheid onwenselijk, namelijk om de volgende drie redenen:
1. Kwetsbaarheid van werkenden aan de basis van de arbeidsmarkt Als opdrachtgevers min of meer eisen van personeel om zelfstandig te worden, omdat alleen dan meer uren gemaakt kunnen / mogen worden. Dat maakt het voor werkenden lastig om iets op te bouwen in loondienst. Daarnaast genieten zelfstandigen geen bescherming tegen werkloosheid en ziekte.
2. Solidariteit binnen het sociale stelstel Wanneer steeds meer ‘werknemers’ werken als schijnzelfstandigen wordt in mindere mate meebetaald aan de algemene sociale voorzieningen (zorg/AOW).
3. Oneerlijke vorm van concurrentie tussen werknemers/opdrachtnemers en werkgevers/opdrachtgevers Schijnzelfstandigen genieten fiscale voordelen die voor ondernemers bedoeld zijn. Hierdoor geniet de schijnzelfstandige, de werkgever of beide een (onterecht) voordeel. Waardoor de schijnzelfstandigen tegen lagere kosten ingehuurd kunnen worden voor dezelfde arbeid. Dit leidt tot oneerlijke concurrentie tussen bedrijven en organisaties onderling en werknemers en schijnzelfstandigen onderling.
Tot op het heden is de wetgeving tegen de schijnzelfstandigheid nog open geformuleerde wetgeving welke gedurende de jaren is ingevuld door jurisprudentie. Hierdoor is het erg afhankelijk van de feiten en omstandigheden of iemand aangemerkt wordt als werkende of zelfstandige. De moderne arbeidsmarkt is hierbij ook van grote invloed geweest, zoals het thuiswerken en werken door middel van een app. Ter verduidelijking wordt hieronder een voorbeeld van schijnzelfstandigheid toegelicht.
Voorbeeld
Meneer is werkzaam als zelfstandige en heeft een grote opdracht gekregen waarbij hij minimaal 2 á 3 dagen per week werkzaam mee is. Verder heeft meneer iedere maandag een vergadering om de stand van zaken van de opdracht te rapporteren aan de opdrachtgever. Bovendien bepaalt de opdrachtgever welke klanten hij krijgt. Meneer kan niet zelf kiezen voor welke klanten hij werkzaam is. Tot slot is afgesproken met de opdrachtgever dat meneer niet na 18:00 werkt en niet tijdens het weekend.
Bovenstaande casus is een voorbeeld van schijnzelfstandigheid tussen meneer en de opdrachtgever. Meneer werkt onder gezag van de opdrachtgever. Meneer kan zijn werkzaamheden niet zelf indelen. Hij moet rapporteren aan de opdrachtgever en hij moet zich houden aan bepaalde werktijden. Verder bepaalt de opdrachtgever voor welke klanten meneer werkzaamheden uitvoert.
Dit zijn allemaal redenen waarom meneer niet als zelfstandige werkt voor de opdrachtgever. Er zal een arbeidscontract afgesloten moeten worden voor de duur van de opdracht.
Het wetsvoorstel
Zodoende heeft het kabinet besloten om de wetgeving rondom het werken met werknemers en zelfstandigen te verduidelijken. Om zo het grijze gebied tussen werknemers en zelfstandigen te verkleinen.
De hoofddoelen van het wetsvoorstel zijn om schijnzelfstandigheid te verminderen en om een duidelijk toetsingskader aan te beiden voor zelfstandigen en werkgevers. Zodoende weten zelfstandigen en werkgevers aan welke voorwaarden ze moeten voldoen om het werk als zelfstandige te kunnen uitvoeren.
Aanvulling ‘werken in dienst van ‘ (gezag)
De wetgeving rondom een arbeidsovereenkomst (artikel 7:610 BW) wordt aangevuld wanneer het wetsvoorstel inwerking zal treden. Dit artikel wordt aangevuld met drie extra elementen om te toetsen of er sprake is van gezag. Deze drie elementen worden nog verder ingevuld door indicaties bij algemene maatregel van bestuur. Het betreft de volgende drie elementen:
1. Werkinhoudelijke sturing Hoe word je aangestuurd en gecontroleerd? Sta je onder leiding van een ander?
2. Organisatorische inbedding Doe je werk dat structureel gedaan wordt in een organisatie?
3. Niet werken voor eigen rekening en risico
Indien sprake is van de volgende drie elementen werk je onder gezag en zodoende in dienstbetrekking voor je werkgever. Dit is niet per definitie zo, dit is afhankelijk van welke elementen sterker aanwezig zijn. In figuur 1 wordt het toetsingskader omtrent ‘werken in dienst van’ weergeven:
Figuur 1: toetsingskader ‘werken in dienst van’
Bovendien zijn er voorbeeldcasussen en relevante jurisprudentie terug te vinden in het wetsvoorstel met betrekking tot het ‘werken in dienst van’. Deze zijn terug te vinden in paragraaf 3.3 en 3.4 van het Memorie van toelichting.
Rechtsvermoeden
Aan de wetgeving wordt een artikel toegevoegd (artikel 7:610aa BW), dat richt zich op het rechtsvermoeden. Als gevolg hiervan is het voor werkenden aan de basis van de arbeidsmarkt
makkelijker om een arbeidsovereenkomst te claimen, zodat ze sociale zekerheid hebben. Het rechtsvermoeden betekent het volgende:
Als een werkende aannemelijk kan maken dat hij/zij minder verdient dan het geldende uurtarief zoals benoemd in het wetsvoorstel (€ 32,24 peildatum 1 juli 2023), dan kan de werkende zich beroepen op het rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst. Zodoende kan de werkende makkelijker een arbeidsovereenkomst eisen. Het is vervolgens aan de werkgever om aan te tonen dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst / dienstverband.
Internetconsultatie
Minister Van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft het bovenstaand benoemde wetsvoorstel in internetconsultatie gebracht. Dit betekent dat iedereen minimaal vier weken de tijd heeft om op het wetsvoorstel te reageren om suggesties te doen op de kwaliteit en uitvoerbaarheid van het wetsvoorstel. Dit kan tot en met 10 november 2023.
Conclusie
Als je regelmatig zelfstandigen inschakelt of ben je werkzaam als zelfstandige? Dan is het zojuist toegelichte wetsvoorstel voor jou van belang. Je dient te beoordelen of je vanaf 1 juli 2025 binnen wet- en regelgeving handelt om zodoende schijnzelfstandigheid te voorkomen. Bovendien kun je het in figuur 1 weergeven toetsingskader gebruiken om te beoordelen of sprake is van een arbeidsovereenkomst. Als je vragen hebt omtrent het wetsvoorstel, neem dan gerust contact met ons op.
In onze vorige nieuwsbrief hebben we de wijziging naar het minimum uurloon beschreven. Tijdens het schrijven van dit artikel was de indexatie voor januari 2024 nog niet bekend. Inmiddels is besloten dat de indexatie op het minimum loon 3,75% bedraagt en kunnen we de definitieve nieuwe minimum uurlonen vermelden.
Per januari 2024 bedraagt het minimum uurloon:
Leeftijd
Per uur
21 jaar en ouder
€ 13,27
20 jaar
€ 10,62
19 jaar
€ 7,96
18 jaar
€ 6,64
17 jaar
€ 5,24
16 jaar
€ 4,58
15 jaar
€ 3,98
Afhankelijk van de gehanteerde werkweek binnen jouw bedrijfstak wordt het minimum te betalen periode loon dus bepaalt.
Voor de leeftijdscategorie 21 jaar en ouder werkt dit als volgt door:
Werkweek
Per uur
Minimum loon
Huidig minimum loon
36 uur
€ 13,27
€ 2070,12
€ 1995,00
38 uur
€ 13,27
€ 2185,13
€ 1995,00
40 uur
€ 13,27
€ 2300,13
€ 1995,00
De werkgeverslasten, vaak uitgedrukt in een percentage van het bruto loon zullen evenredig mee stijgen. De uiteindelijke lastverzwaring is dus nog hoger indien jouw werknemer het minimum loon betaald krijgt.
Als je een nieuwe medewerker in dienst neemt dien je een aantal gegevens van de werknemer te verzamelen. Pre Boarding helpt je om deze gegevens op een gestructureerde, AVG veilige manier uit te vragen bij jouw nieuwe werknemer.
De werknemer wordt uitgenodigd om adresgegevens, bankgegevens, een kopie van het ID bewijs en een model opgaaf gegevens voor de loonheffingen in een beveiligde omgeving aan te leveren. Hiermee wordt meteen ook het digitale werknemer dossier gevuld met de verplichte documenten.
Deze pre boarding vormt de basis voor het aanmaken van de arbeidsovereenkomst en het uiteindelijk opnemen van de werknemer in de loonadministratie.
Het uitnodigen van een werknemer is heel simpel.
Je hebt nodig de voor- en achternaam van de werknemer en het privé email adres. Stuur deze gegevens aan ons door, dan zullen wij de werknemer uitnodigen. Wil je liever zelf de Pre boarding opstarten, ook geen probleem, wij leggen je graag uit hoe je dit doet.
Zoals je ziet is Pre Boarding de ideale manier om jouw nieuwe werknemer op te nemen in de personeels- en salarisadministratie. Het zorgt voor een professionele uitstraling naar je werknemer, het zorgt voor een compleet personeelsdossier en je betreft je werknemer in het juist invoeren van alle basisgegevens, waardoor de kans op invoerfouten weer geminimaliseerd wordt.
Pre boarding is geheel gratis en zal opgenomen worden in onze standaard werkwijze bij nieuwe werknemers. Bel ons voor meer informatie.
Op 18 september 2023 heeft de Advocaat-Generaal Wattel geconcludeerd dat de Wet Rechtsherstel box 3 nog steeds het discriminatieverbod en het eigendomsgrondrecht schendt voor bezitters van ander vermogen dan spaargeld. Ben je in bezit van zo’n vermogen (beleggingen, 2e woning, e.d.)? Dan is onderstaande conclusie van de Advocaat-Generaal mogelijk van invloed op jouw belastingaangfite.
Ontstaan van het geschil – Wet Rechtsherstel box 3
De Wet Rechtsherstel box 3 is een reparatie van de wet naar aanleiding van het Kerstarrest (uitspraak Hoge Raad 24 december 2021). De kern van dit zogenaamde Kerstarrest is dat het box 3-stelsel in bepaalde gevallen in strijd is met het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM).
De Wet Rechtsherstel box 3 herstelt de situaties die in strijd zijn met het EVRM. Met terugwerkende kracht wordt een nieuwe berekening van het box 3-inkomen opgesteld over de jaren 2017-2022. Wanneer de te betalen belasting volgens de nieuwe berekening lager is dan volgens de oude methode, dan wordt de nieuwe berekening gehanteerd.
Vervolgens is de regering van plan om per 1 januari 2026 de inkomsten uit vermogen te belasten op basis van het werkelijke rendement. Hoe dit exact vorm wordt gegeven is op dit moment nog steeds onbekend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal is genomen naar aanleiding van een rechtszaak (ECLI:NL:PHR:2023:655). Deze zaak betreft een echtpaar dat in bezit is van reserves van drie verenigingen van eigenaren (VvE’s) voor een bedrag van in totaal € 10.807. In de belastingaangifte moeten deze bedragen worden vermeld onder ‘overige bezittingen’ welke met een fictief rendement van 5,38% wordt belast. Echter is het wettelijk verplicht om de VvE-reserve op een bankrekening aan te houden. Het echtpaar is zodoende van mening dat de VvE-reserve ‘banktegoeden’ zijn. Deze worden met een fictief rendement van 0,12% belast.
Uitspraak Hof
Op basis van het werkelijke rendement van de VvE-reserves en het feit dat het wettelijk verplicht is om de VvE-reserve aan te houden op een bankrekening, oordeelt het Hof Arnhem-Leeuwarden dat de VvE-reserve als ‘banktegoeden’ worden aangemerkt. Vervolgens is de staatssecretaris in cassatie gegaan, met als standpunt dat de wetgever niet beoogt om de ‘overige bezittingen’ uit te splitsen in verschillende vermogenstitels met elk een eigen rendement.
Conclusie Advocaat-Generaal Wattel
Als gevolg van de zojuist benoemde rechtszaak concludeert Advocaat-Generaal Wattel dat de Wet Rechtsherstel box 3 het discriminatieverbod en het eigendomsgrondrecht schendt voor bezitters van ander vermogen dan spaargeld. Zeer verschillend renderende of negatief renderende beleggingen worden namelijk belast naar één positief rendement.
Als gevolg hiervan betaalt de onder gemiddelde belegger alsnog te veel belasting en betaalt de boven gemiddelde belegger nog steeds te weinig belasting. Bovendien geeft de Advocaat-Generaal aan dat een gemiddelde belasting op vermogensinkomsten juridisch onmogelijk is. De werkelijke inkomsten van belastingplichtigen worden namelijk niet of onvoldoende benaderd.
De Advocaat-Generaal adviseert de Hoge Raad om de rechtszaak terug te verwijzen naar Hof Arnhem-Leeuwarden om het werkelijke rendement van het gehele vermogen van het echtpaar vast te leggen en dat te vergelijken met het rendement volgens de Wet Rechtsherstel box 3. Het laagste bedrag dient te worden belast in box 3.
De kans is groot dat de Hoge Raad het advies van de Advocaat-Generaal overneemt. Dit betekent dat het box 3-inkomen gebaseerd wordt op het werkelijk genoten rendement. Hoe het werkelijk genoten rendement bepaald moet worden is nog niet bekend. Hopelijk geeft de Hoge Raad in haar uitspraak richtlijnen hoe dit bepaald moet worden.
Inmiddels zijn de plannen van de Tweede Kamer om de tegoeden van de VvE op te nemen onder banktegoeden waardoor dit specifieke onderdeel voor de toekomst is opgelost. De overige categorieën worden ook de komende jaren met een fictief rendement belast.