Schijnzelfstandigheid: wat gaat er veranderen?

Recent heeft minister Karien van Gennip van Sociale Zaken maatregelen aangekondigd waarbij de arbeidsmarkt op meerdere fronten wordt aangepakt en een reactie is op meerdere kritische rapporten over doorgeschoten flexibilisering. Het gaat hierbij onder meer om het verbieden van de nul-uren-contracten, het aanpassen van de draaideurconstructies en ZZP-ers (zelfstandige zonder personeel) moeten zich verplicht verzekeren tegen arbeidsongeschiktheid.

Een andere aangekondigde maatregel binnen de arbeidsmarkt is het aanpakken van de schijnzelfstandigheid waar in dit artikel nader wordt ingegaan.

Wat is schijnzelfstandigheid?

Schijnzelfstandigheid is een situatie waarin het lijkt alsof iemand een zelfstandige is, maar dat niet is. Een ZZP-er is in feite verkapt in dienst bij een opdrachtgever. De opdrachtgever huurt de ZZP-er in en vertelt precies wat er moet gebeuren. Hierdoor worden bij schijnzelfstandigheid onterecht fiscale regels toegepast (zelfstandigenaftrek, startersaftrek) en de werkgever omzeilt administratieve lasten en werknemersbescherming.

Volgens de huidige wet DBA 2016 (Wet deregulering beoordeling arbeidsrelatie waarbij gebruik wordt gemaakt van modelovereenkomsten die door de Belastingdienst zijn opgesteld en beoordeeld) is een ZZP-er is echt zelfstandig als er aan 3 criteria wordt voldaan:

  • Gezagsverhouding; de ZZP-er mag zelf bepalen hoe hij/zij de opdracht uitvoert,
  • Persoonlijke arbeid; de ZZP-er mag het werk ook door iemand anders laten doen zonder controle van de opdrachtgever,
  • Beloning; de ZZP-er krijgt alleen een vergoeding voor de gemaakte kosten, niet meer.

Voldoet de ZZP-er niet aan een van deze voorwaarden, dan is waarschijnlijk sprake van verkapt loondienst tussen de opdrachtgever en de ZZP-er.

Wat zullen de nieuwe maatregelen van de minister voor jou als werkgever gaan betekenen als je werkt met ZZP-ers?

In de plannen van de minister worden 3 speerpunten genoemd om de kaders rondom zelfstandige(n)  toekomstbestendiger te maken en de balans tussen werken in loondienst en werken als zelfstandige(n) te herstellen.

  • Inzet op een gelijkere behandeling tussen een ZZP-er en een werknemer m.b.t. sociale zekerheid en fiscaliteit (zo zullen een aantal ondernemersfaciliteiten worden versoberd),
  • Meer duidelijkheid over “gezag” en de introductie van het rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst. Aan dit rechtsvermoeden wordt nog een tariefgrens bepaald die zal liggen tussen de € 30 en € 35,
  • Verbeteren van toezicht en handhaving op schijnzelfstandigheid.

Sinds 2016 is een handhavingsmoratorium (opschorting / uitstel van handhaving) van kracht waarbij alleen handhaving plaatsvindt bij “kwaadwillenden” of als aanwijzingen van de Belastingdienst niet worden opgevolgd. Het kabinet wil uiterlijk op 1 januari 2025 het handhavingsmoratorium op schijnzelfstandigheid volledig opheffen.

Bij vragen en / of voor meer informatie over schijnzelfstandigheid neem dan contact op met ons.

Hoe voorkomt u onnodige belastingrente?

Wellicht ben je opgenomen in de uitstelregeling van ons kantoor. Jouw aangifte 2022 hoeft dan pas voor 1 mei 2024 te worden ingediend. Word je aangifte inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting 2022 na 1 mei 2023 ingediend ben je mogelijk belastingrente verschuldigd (als uit de aangifte een te betalen bedrag volgt). Belastingrente betalen is in veel gevallen niet gewenst. In dit artikel kun je lezen wat je kunt doen om dit te voorkomen.

Belastingrente

De Belastingdienst brengt belastingrente in rekening als de Belastingdienst de aanslag niet op tijd (voor 1 juli na afloop belastingjaar) kan vaststellen, bijvoorbeeld als je na 1 mei aangifte hebt gedaan. De belasting welke je moet betalen aan de Belastingdienst wordt gezien als een soort schuld. De belastingrente is een vergoeding voor de Belastingdienst, omdat de Belastingdienst bij het laat indienen van de aangifte (te) lang moet wachten op het geld. Bovendien is het ook een middel voor de Belastingdienst om je te prikkelen tot het tijdig en juist doen van de aangifte.

De belastingrenteperiode begint vanaf 1 juli 2023, vanaf dan berekent de Belastingdienst belastingrente over je aanslag. De belastingrenteperiode is maximaal 19 weken nadat je aangifte is ingediend. De berekening eindigt in elk geval zes weken na de datum op de aanslag, als dat een kortere periode is dan de genoemde 19 weken. Je bent geen belastingrente verschuldigd als de Belastingdienst een aanslag binnen zes maanden na afloop van het boekjaar oplegt. Wanneer je de aangifte vóór 1 april indient, ben je gegarandeerd dat de aanslag voor 1 juli wordt opgelegd.

Invorderingsrente

Bovendien ben je altijd gebaat als je de belastingaanslag op tijd betaalt. Als je de belastingaanslag te laat betaalt, dan ben je invorderingsrente verschuldigd aan de Belastingdienst. Vanaf het moment van het verlopen van je betalingstermijn (zes weken na dagtekening van de aanslag) tot aan de dag van betaling, rekent de Belastingdienst invorderingsrente.

Percentages belasting- en invorderingsrente

De percentages van de belasting- en invorderingsrente verschillen voor de vennootschapsbelasting en de inkomstenbelasting. In 2023 zijn de percentages als volgt. De vennootschapsbelasting hanteert een percentage van 8%, terwijl de inkomstenbelasting een percentage van 4% hanteert.

Voorlopige aanslag

Wanneer je niet op tijd de belasting betaalt via een voorlopige aanslag ben je wellicht belastingrente verschuldigd aan de Belastingdienst. Dit geldt voor zowel particulieren als ondernemers. Het betalen van belastingrente kun je voorkomen door vóór 1 mei 2023 een voorlopige aanslag vennootschapsbelasting en/of inkomstenbelasting 2022 aan te vragen bij de Belastingdienst. Vraag je na 1 mei een voorlopige aanslag aan voorkom je dat de belastingrente wordt berekend over de periode tot het indienen van de aangifte. De belastingrente wordt door het aanvragen van een voorlopige aanslag dus beperkt.

Belastingrente krijgen

Onder bepaalde voorwaarden kun je ook belastingrente ontvangen. Dit is bijvoorbeeld als je geld terug krijgt en de Belastingdienst heeft langer dan 13 weken de tijd nodig om de aanslag op te leggen.

Blijkt dat je resultaat lager is dan verwacht en je hebt al een voorlopige aanslag betaald over 2022? Dan kun je de voorlopige aanslag wijzigen, als je kunt onderbouwen dat je resultaat lager is dan de eerder opgelegde voorlopige aanslag. Het te veel betaalde bedrag krijg je terug, dit levert een positieve bijdrage aan je cashflow.

Wij verzorgen graag voor u de aanvraag of wijziging van de voorlopige aanslag inkomstenbelasting en/of vennootschapsbelasting 2022. Neem gerust contact met ons op als je vragen hebt over een voorlopige aanslag, dan kijken wij graag wat wij voor je kunnen betekenen.

Wet excessief lenen bij eigen vennootschap

Volgens de Wet excessief lenen bij eigen vennootschap kan een toename van de rekening-courantschuld worden aangemerkt als winstuitdeling voor de directeur-grootaandeelhouder. Een uitspraak van de Rechtbank Zeeland-West-Brabant op 21 februari 2023 bevestigt dit. Deze uitspraak heeft wellicht ook gevolgen voor u.

Beschrijving van de uitspraak

De situatie is als volgt. Een directeur-grootaandeelhouder heeft zijn rekening-courantschuld aan de BV laten toenemen met een bedrag van € 76.564. De inspecteur is van mening dat de toename van de rekening-courantschuld een vorm van een winstuitdeling is. Dit heeft als gevolg dat over de toename van de rekening-courantschuld box 2-heffing verschuldigd is. De toename is belast tegen een tarief van 26,9%. Echter, moet de BV 15% dividendbelasting inhouden en afdragen aan de Belastingdienst. Deze afgedragen dividendbelasting door de BV is verrekenbaar met de belastingheffing in box 2. Per saldo moet de directeur-grootaandeelhouder in privé nog 11,9% van het uitgekeerde (bruto) dividend bijbetalen.

De directeur-grootaandeelhouder heeft in de voorwaarden van de rekeningcourant-overeenkomst niet voldoende zekerheden opgenomen. Bovendien was er geen aflossingsschema opgenomen. Verder had de directeur-grootaandeelhouder een aanzienlijke negatieve vermogenspositie en een negatief besteedbaar inkomen. Tot slot is de BV failliet verklaard in 2021. Op basis van deze feiten en omstandigheden is aannemelijk gemaakt dat de directeur-grootaandeelhouder de toename niet kon terugbetalen en wordt de toename van de rekening-courantschuld als dividenduitkering behandeld.

Terugbetaling rekening-courantschuld

Het feit dat de toename van de rekening-courantschuld niet terugbetaald kan worden door de directeur-grootaandeelhouder is van groot belang. Uit een uitspraak van de Hoge Raad van 29 oktober 2004 blijkt namelijk dat wanneer een BV een lening verstrekt waarvan aannemelijk is dat deze niet kan of zal worden terugbetaald door de directeur-grootaandeelhouder, de lening moet worden aangemerkt als een onttrekking. Het bedrag van de lening heeft het vermogen van de BV definitief verlaten op het moment van verstrekking van de lening. Dit moment is ook het moment waarop de dividendbelasting verschuldigd wordt.

Winstuitdeling

Als een onttrekking plaatsvindt uit de (toekomstige) winst of de winstreserves van de BV kan sprake zijn van een winstuitdeling door de BV aan de directeur-grootaandeelhouder. Verder blijkt uit een uitspraak van de Hoge Raad uit 2023 dat er sprake is van een winstuitdeling wanneer er een vermogensverschuiving naar de directeur-grootaandeelhouder plaatsvindt. Het moet de intentie van partijen zijn geweest om de directeur-grootaandeelhouder te bevoordelen. Bovendien moeten zowel de BV als de directeur-grootaandeelhouder zich bewust zijn van de vermogensverschuiving en de bevoordelingsbedoeling.

Uitspraak

De rechtbank heeft de inspecteur in het gelijk gesteld, er is dus sprake van een winstuitdeling. De BV had voor het verstrekken van de gelden onderzoek moeten doen naar de overige verplichtingen en inkomsten van de directeur-grootaandeelhouder om te kunnen beoordelen of de directeur-grootaandeelhouder in staat was om het bedrag terug te betalen. Doordat de BV de rekening-courantschuld ondanks het ontbreken van zekerheden heeft verstrekt, is de directeur-grootaandeelhouder bewust bevoordeeld. Bij de directeur-grootaandeelhouder moet bovendien sprake zijn geweest van bewustheid van zowel de vermogensverschuiving als de bevoordeling.

Belastingheffing in box 2 over een rekening-courant met de BV is ongewenst. Het is voor een directeur-grootaandeelhouder van belang om zakelijk te handelen met je eigen BV. Maak duidelijke en schriftelijke afspraken bij het aangaan van een rekening-courantschuld, lening of iets dergelijks met je eigen BV en houd je ook aan deze afspraken. Stel de afspraken op, zoals je deze met een onafhankelijke derde ook zou zijn aangaan. Bijvoorbeeld door het opstellen van een aflossingsplan of het opnemen van zekerheden (zoals onderpand of recht van hypotheek).

Als directeur-grootaandeelhouder is wellicht een vergelijkbare situatie voor je van toepassing. Neem gerust contact met ons op, dan kijken wij graag wat wij voor je kunnen betekenen.

Het IMF schat het risico op een nieuwe bankencrisis op 15%

Het Internationaal Monetair Fonds (IMF) schat het risico op een nieuwe bankencrisis in op 15%, maar wat kan dit voor jou betekenen? Wellicht goed om de werking van het depositogarantiestelsel door te nemen. Wij vertellen je er graag meer over.

Wat is het depositogarantiestelsel?

Het depositogarantiestelsel is een regeling die bankklanten beschermt tegen het risico dat hun bank failliet gaat. Het is bedoeld om de financiële stabiliteit van het bankwezen te waarborgen en om de spaarders te beschermen. In Nederland wordt het depositogarantiestelsel beheerd door De Nederlandsche Bank (DNB).

Wat houdt het in?

Het depositogarantiestelsel houdt in dat wanneer een bank failliet gaat, de klanten hun spaargeld tot een bepaald bedrag terug kunnen krijgen. In Nederland is het bedrag dat door het depositogarantiestelsel wordt gegarandeerd 100.000 euro per persoon, per bank. Dit betekent dat als een bank failliet gaat, elke klant tot 100.000 euro vergoed kan krijgen vanuit het depositogarantiestelsel.

Hoe werkt het?

Het depositogarantiestelsel werkt als volgt: als een bank failliet gaat, wordt er eerst gekeken of de bank nog genoeg geld heeft om alle klanten terug te betalen. Als dit niet het geval is, dan komt het depositogarantiestelsel in actie. Het geld dat nodig is om de klanten terug te betalen, wordt dan uit het fonds van het depositogarantiestelsel gehaald.

Het depositogarantiestelsel is van toepassing op de meeste soorten spaargeld, zoals spaarrekeningen, termijndeposito’s en deposito’s op naam. Het is echter niet van toepassing op beleggingen, zoals aandelen en obligaties.

Waarvoor is het bedoeld?

Het depositogarantiestelsel is bedoeld als een vangnet om spaarders te beschermen tegen het risico van bankfaillissementen. Het is echter belangrijk om te onthouden dat het geen garantie biedt voor winst op uw spaargeld en dat er nog steeds risico’s verbonden zijn aan beleggen.

Is dit ook voor ondernemingen van toepassing?

Het depositogarantiestelsel geldt ook voor zakelijke klanten. In Nederland zijn zowel particuliere als zakelijke spaarders beschermd door het depositogarantiestelsel, met een maximale vergoeding van €100.000.

Benieuwd hoe het voor jou uitwerkt? Neem contact met ons op om het samen door te nemen.

Meer handhaving op schijnzelfstandigheid

Het kabinet van Nederland gaat voor de zomer met verbeterde wetgeving komen om schijnzelfstandigheid tegen te gaan. De wetgeving zal veel duidelijkheid scheppen wie als zelfstandige wordt aangemerkt en wie niet aan de hand van rechterlijke uitspraken, in samenspraak met de polder. Minister Karien van Gennip (Sociale Zaken en Werkgelegenheid, CDA) komt volgend jaar met verbeterde wetgeving om schijnzelfstandigheid tegen te gaan. Het pakket aan maatregelen ter opvolging van de geflopte zzp-wet wil zij nog voor de zomer voorleggen ter consultatie. Uiterlijk begin 2024 gaat haar wetsvoorstel naar de Tweede Kamer.

Er is de afgelopen tijd vooruitgang geboekt met de juridische afbakening tussen werknemers en zzp’ers, schrijven Van Gennip en haar staatssecretaris Marnix van Rij (Fiscaliteit en Belastingdienst, CDA) vrijdag aan de Kamer. Het kabinet worstelt al jaren met het wettelijk regelen van de arbeidsrelatie. Wet DBA leidde bij de invoering in 2016 tot zo veel onzekerheid, dat de handhaving bijna meteen werd opgeschort.

Het aantal zelfstandigen is de afgelopen jaren alleen maar toegenomen. Nederland telt nu 1,2 miljoen zelfstandigen zonder personeel, een groei van 125.000 in een jaar tijd, blijkt uit de nieuwste CBS-cijfers. De groei zit bijna helemaal bij zzp’ers die niet een product maar hun eigen arbeid verkopen. Een kwart werkt in zorg- en welzijnsberoepen.

Het kabinet wil meer helderheid scheppen langs drie lijnen die uit recente rechterlijke uitspraken naar voren zijn gekomen: ‘materieel gezag’, ‘organisatorische inbedding’ en ‘zelfstandig ondernemerschap binnen een arbeidsrelatie’. Deze drie hoofdelementen uit de jurisprudentie zullen de komende tijd nog verder worden ingevuld in samenspraak met werkgevers, werkenden, koepels en brancheorganisaties.

Aan de onderkant van de arbeidsmarkt wil Van Gennip nog een extra maatregel invoeren om werkenden met een zwakke onderhandelingspositie te beschermen. Bij een laag uurtarief gaat een ‘rechtsvermoeden van een arbeidsovereenkomst’ gelden. Dat moet ertoe leiden dat laagbetaalde zzp’ers steviger in hun schoenen staan.

Per 1 januari 2025 loopt de opschorting van de handhaving van de huidige wet af en gaat de Belastingdienst weer volop optreden op basis van de nieuwe wet.

Wij geven je vier tips hoe je schijnzelfstandigheid kunt voorkomen.

  • De belangrijkste en eerste tip die wij geven, stel een goede zzp-overeenkomst of zzp-contact (een zogenaamde overeenkomst van opdracht) op. Je legt hierin vast dat er geen sprake is van werkgeversgezag of loondienst.
  • Ten tweede is het zaak dat de opdrachtgever geen leiding of toezicht houdt op de zzp’er ten aanzien van de uitvoering van de opdracht. De opdrachtgever heeft een probleem en de ZZP’er bepaalt hoe dat probleem opgelost moet worden. De opdrachtgever huurt de zzp’er in vanwege zijn expertise.
  • Ten derde is het belangrijk om met opdrachten te werken in plaats van continu voor één opdrachtgever te werken en maandelijks een standaard factuur te sturen. Zo voorkom je dat het lijkt op een dienstverband.
  • Tot slot vraag een gesprek aan met jouw relatiebeheerder van Lenssen Advies, zodat je alles conform wet- en regelgeving regelt en je zonder zorgen ZZP’ers in kunt huren.

Kortom

Als opdrachtgever is het belangrijk om op te letten dat je niet per ongeluk een schijnzelfstandigheidspositie creëert bij het inhuren van een zelfstandige. Als dit het geval is, word je door de overheid gezien als werkgever en dien je met terugwerkende kracht loonheffing te betalen. De uitbetaalde bedragen worden dan als netto loon behandeld. Voorts kan dit vervelende gevolgen hebben voor de zzp’er, waaronder het verlies van fiscale voordelen voor de zelfstandige. Ook als zelfstandige is het daarom belangrijk om goed op te letten en schijnzelfstandigheid te voorkomen.

Wel winst maar geen hoger banksaldo

Menig ondernemer zal zich herkennen in het feit dat er over het boekjaar een prima winst wordt behaald maar dat hiervan slechts weinig terug te zien is op de bankrekening. Dit heeft te maken met de kasstroom, de mutatie van de liquide middelen. Het verschil tussen het resultaat en de kasstroom over een boekjaar wordt veroorzaakt door het feit dat voor beiden andere uitgangspunten gehanteerd worden. Onderstaand worden deze verschillende uitgangspunten verder uitgewerkt.

Operationele activiteiten

Het verschil tussen het resultaat en kasstroom ontstaat wanneer er wel sprake is van kosten en omzet maar niet van uitgaven en inkomsten en andersom. De operationele activiteiten van de onderneming zijn de activiteiten die toezien op het reguliere draaien van de onderneming.

Een van deze reguliere activiteiten van de onderneming is het inkopen van producten bij leveranciers. Op het moment dat de producten worden ingekocht komen de kosten hiervoor terecht in de winst- en verliesrekening en hebben daarmee invloed op het resultaat. De meeste inkopen hoeven echter niet direct afgerekend te worden aangezien hiervoor een betaaltermijn geldt. Deze inkopen hebben wel invloed op het resultaat maar geen invloed op de kasstroom, het geld is immers nog niet van de bankrekening afgeschreven. Hetzelfde geldt voor debiteuren, op het moment van verkoop is er wel sprake van omzet maar het geld wordt in de meeste gevallen nog niet direct ontvangen.

Op het moment dat de onderneming een vordering heeft op derden vanwege een uitgeleend bedrag dan heeft dit geen invloed op het resultaat, er is namelijk geen sprake van kosten of omzet. Op het moment van uitlenen is er echter wel sprake van een uitstroom van geldmiddelen waardoor het invloed heeft op de kasstroom. Wanneer de vordering terugbetaald wordt heeft dit invloed op de kasstroom vanwege de inkomende geldmiddelen maar heeft het geen invloed op het resultaat aangezien het geen omzet betreft. Hetzelfde geldt voor de schulden, op het moment van ontvangst is er wel sprake van een kasstroom maar geen sprake van kosten of omzet.

Wanneer de onderneming in het verleden heeft geïnvesteerd in duurzame bedrijfsmiddelen kan er ook sprake zijn van afschrijvingen. Deze investeringen worden namelijk niet in een keer volledig ten laste van het resultaat gebracht maar de kosten worden verdeeld over een langere periode. Deze verdeling van de kosten worden afschrijvingen genoemd. Afschrijvingen komen wel ten laste van het resultaat maar hebben geen invloed op de kasstroom. De investering is in het verleden namelijk al betaald. Op de investeringen zal in de volgende paragraaf verder ingegaan worden.

Investeringsactiviteiten

De (des)investeringsactiviteiten van een onderneming zorgen voor een verschil in resultaat en kasstroom. Op het moment dat een onderneming gaat investeren is er namelijk een uitstroom van gelden (kasstroom), echter komt niet het gehele investeringsbedrag voor rekening van het resultaat. De investering wordt namelijk geactiveerd en afgeschreven over een bepaalde periode om de kosten gelijkmatiger te verdelen. De afschrijvingen die hierbij ontstaan worden verwerkt in de winst en verlies rekening. Doordat niet het gehele investeringsbedrag wordt meegenomen in de winst- en verliesrekening zal het resultaat hoger uitvallen dan de kasstroom.

Financieringsactiviteiten

Op het moment dat de onderneming een onderneming een financiering aangaat bij een kredietinstelling ontvangt de onderneming hiervoor een bepaald geldbedrag, zijnde het geleende bedrag. Het geleende bedrag heeft geen invloed op het resultaat aangezien het geen kosten of omzet betreft. Het geleende bedrag wordt echter wel ontvangen en heeft daarmee invloed op de kasstroom. Op het moment dat de onderneming de lening gaat aflossen hebben deze aflossingen geen invloed op het resultaat, maar wel invloed op de kasstroom. Het geld wordt immers afgeschreven op de bank om de schuld in te lossen.

Inzicht hebben in de kasstromen is van belang voor uw onderneming om een beter beeld te krijgen van de huidige financiële situatie en het maken van beslissingen voor de toekomst zoals bijvoorbeeld investeringen en het aangaan of verstrekken van leningen.

Mocht je vragen hebben over de kasstromen van jouw bedrijf of wil je graag dat Lenssen Adives een kasstroomoverzicht voor jouw onderneming opstelt, neem dan contact op met jouw relatiebeheerder.

10 belastingtips

De aangifteperiode is weer in volle gang. Doe jij, je kinderen of je ouders zelf de aangifte inkomstenbelasting over 2022? Dan hebben we een aantal tips voor je.

  • Heb je geen uitnodiging gekregen om een aangifte te doen? Vul in ieder geval het online aangifteprogramma van de Belastingdienst in. Zo zie je of je eventueel geld terug kunt krijgen;
  • In de VIA (vooraf ingevulde aangifte) staan al heel veel gegevens. Kijk deze altijd goed na;
  • Heb je zelf kosten gemaakt voor bijvoorbeeld de apotheek of tandarts die niet door je zorgverzekering worden vergoed? Dan zijn deze kosten aftrekbaar. Dit kan al snel een belastingvoordeel opleveren;
  • Ook het vervoer van en naar bijvoorbeeld het ziekenhuis zijn aftrekbaar in uw aangifte;
  • Vergeet niet het vermogen van je minderjarige kinderen in box 3 aan te geven;
  • Betaal je partneralimentatie? Dan is deze aftrekbaar. Aan de andere kant is deze ook belast wanneer er partneralimentatie wordt ontvangen. Kinderalimentatie is daarentegen niet belast en ook niet aftrekbaar;
  • Studiekosten zijn sinds 01-01-2022 niet meer aftrekbaar. Hier is het STAP-budget voor in de plaats gekomen. Een uitzondering hierop is studiefinanciering die eerder is ontvangen die definitief niet is omgezet in een gift;
  • Als je resultaat uit overige werkzaamheden hebt verricht kun je de gemaakte kosten hiervoor in aftrek nemen. Vaak moet je naar een locatie toe. Die gemaakt kilometers zijn al aftrekbaar;
  • De bankrekeningen die tot een eigen onderneming behoren vallen niet onder box 3. Geef in de aangifte dan ook aan dat het een zakelijke rekening is.
  • Vergeet niet je woning en / of bankrekeningen in het buitenland aan te geven. Deze staan vaak niet in de VIA, maar moeten wel worden aangegeven.

Toch liever door een professional je aangifte op laten stellen? Neem dan contact met ons op!

Tweede Kamer wil extra schijf in de winstbelasting

Wanneer je jouw onderneming in een BV (of NV) uitoefent dan krijg je hoe dan ook te maken met de winstbelasting. De tarieven van de winstbelasting zijn de laatste jaren veelvuldig gewijzigd. Het percentage wijzigde van 19% naar 15% en weer terug naar 19%, daarnaast waren er wijzigingen in het zogeheten tariefopstapje. Welke van € 200.000 naar € 395.000 ging in twee jaar tijd om een jaar later weer te worden verlaagd naar € 200.000.

Onlangs heeft de Tweede Kamer een motie aangenomen waarin wordt afgesproken om te laten onderzoeken of een extra schijf aan de winstbelasting kan worden toegevoegd. In dit onderzoek zal worden gekeken naar de mogelijkheid om zogeheten ‘excessieve winsten’ te belasten. Wat de politiek beschouwt als ‘excessieve’ winsten zal nog moeten blijken. De aangenomen motie zorgt er enkel voor dat een onderzoek gedaan dient te worden of een hogere schijf wel effect zal hebben.

Voor jou en je onderneming zijn er op dit moment geen gevolgen. Het kabinet gaat de mogelijkheid voor de extra schijf vooralsnog alleen onderzoeken. Deze extra schijf zal ook enkel gevolgen hebben voor ‘excessieve’ winsten. Wij houden je op de hoogte van eventuele nieuwe wetgeving. Zijn er nog vragen neem dan contact op met je relatiebeheerder of via dit formulier.

Verbeteren van de zorgkwaliteit door de Wtza

Op 1 januari 2022 is de Wet toetreding zorgaanbieders (Wtza) in werking getreden. Deze wet heeft als doel de kwaliteit en veiligheid van de zorg te waarborgen door de eisen waaraan zorgaanbieders moeten voldoen te verhogen. In dit artikel bespreken we wat de Wtza inhoudt en welke gevolgen deze wet heeft voor de zorgsector en patiënten.

Wat is de Wtza?

De Wtza is een wet die van toepassing is op alle zorgaanbieders in Nederland. Het maakt niet uit of de zorgaanbieder een individuele professional is of een organisatie, zoals een ziekenhuis, verpleeghuis of thuiszorgorganisatie. De wet heeft als doel om de kwaliteit en veiligheid van de zorg te verbeteren door zorgaanbieders te verplichten aan bepaalde eisen te voldoen.

Wat zijn de gevolgen van de Wtza?

De Wtza heeft gevolgen voor zowel zorgaanbieders als patiënten. Zorgaanbieders die onder de Wtza vallen, moeten zich laten registreren bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ). Om geregistreerd te kunnen worden, moeten zorgaanbieders aan bepaalde eisen voldoen. Deze eisen hebben onder andere betrekking op het hebben van een kwaliteitssysteem en het regelen van de continuïteit van zorg.

Voor patiënten betekent de Wtza dat zij meer zekerheid hebben dat zij zorg ontvangen van zorgaanbieders die aan de gestelde kwaliteitseisen voldoen. Zorgaanbieders die niet aan de eisen voldoen, kunnen hun registratie verliezen en mogen dan geen zorg meer verlenen.

Wat zijn de voordelen van de Wtza?

Een belangrijk voordeel van de Wtza is dat de kwaliteit en veiligheid van de zorg verbeterd wordt. Zorgaanbieders worden verplicht om aan bepaalde eisen te voldoen, waardoor de kans op fouten en incidenten kleiner wordt. Dit is natuurlijk goed nieuws voor patiënten, die erop moeten kunnen vertrouwen dat zij goede en veilige zorg ontvangen.

Een ander voordeel van de Wtza is dat het zorgt voor meer transparantie in de zorgsector. Zorgaanbieders moeten open zijn over hun kwaliteitssysteem en moeten dit ook regelmatig laten controleren door de IGJ. Dit betekent dat patiënten beter kunnen inschatten welke zorgaanbieder zij het beste kunnen kiezen en dat zij meer inzicht hebben in de kwaliteit van de zorg die zij ontvangen.

Conclusie

De Wtza is een wet die de kwaliteit en veiligheid van de zorg in Nederland moet waarborgen door zorgaanbieders te verplichten aan bepaalde eisen te voldoen. Voor zorgaanbieders betekent dit dat zij zich moeten laten registreren en aan bepaalde eisen moeten voldoen.

Wij willen je graag goed informeren. Mocht je daarom nog vragen hebben over Wtza, neem dan gerust contact met ons op.

Hoe kijkt de fiscus aan tegen betalingen aan een influencer

Tegenwoordig besluiten steeds meer bedrijven om een influencer in te schakelen om een product of dienst van het bedrijf te promoten. Influencers delen hun verhalen online. Hun volgers zijn geneigd de influencer te vertrouwen en kopen vervolgens het product. Met influencer marketing wordt een influencer betaalt om een dienst of product te promoten bij hun volgers. Het is voor bedrijven wellicht onduidelijk hoe dit fiscaal afgehandeld moet worden.

Uitbetaalde bedragen aan derden

Indien je besluit om een influencer in te schakelen, moet dit aan de Belastingdienst gemeld worden door van het ‘Uitbetaalde Bedragen aan Derden’ proces, ook wel UBD genoemd. Belangrijk is dat de influencer niet bij jou in loondienst is en de opdracht niet als ondernemer heeft uitgevoerd. In de UBD-aangifte geef je persoonsgegevens aan, maar ook het totaal uitbetaalde bedrag aan de influencer. De UBD-aangifte lever je digitaal aan bij de Belastingdienst.

De UBD-aangifte lever je aan de Belastingdienst na het jaar waarin je de influencers hebt uitbetaald. Van belang is dat je vóór 1 februari de UBD-aangifte indient bij de Belastingdienst. Als je besluit om een jaar geen influencers in te schakelen, dien je alsnog de Belastingdienst hierover te informeren.

Influencers

Het is van belang om in kaart te brengen, wat onder betalingen aan influencers valt. Voorbeelden van betalingen aan derden die je bij de Belastingdienst moet indienen:

  • Betalingen aan influencers welke op social media platformen filmpjes maken over jouw producten en diensten;
  • Betalingen aan influencers die foto’s delen op social media platformen;
  • Betalingen aan sprekers en auteurs op bijvoorbeeld een congres.

Influencers zijn voornamelijk actief op de volgende social media platformen:

Sociale-media-kanalen-lenssenadvies

  • Youtube
  • Tiktok
  • Instagram
  • Facebook

De Belastingdienst gebruikt de UBD-aangifte als controlemiddel. De aangifte wordt ingezet ter beoordeling van de aangifte inkomstenbelasting van de influencer.

Verandering per 1 januari 2023

Voorheen werd er geen onderscheid gemaakt tussen een ´inhoudingsplichtige uitbetaler’ of een ‘niet-inhoudingsplichtige uitbetaler’, per 1 januari 2023 is er wel verschil tussen beide. Als je beschikt over een loonheffingennummer, dan ben je een inhoudingsplichtige uitbetaler. Als je geen loonheffingennummer hebt, dan ben je een niet-inhoudingsplichtige uitbetaler. Als je een niet-inhoudingsplichtige uitbetaler bent, dan mag je het BSN-nummer niet registreren.

Overige uitbetalingen aan derden

De UBD-aangifte heeft niet alleen betrekking op het inschakelen van influencers, maar ook voor overige uitbetalingen aan derden. Hierbij kun je bijvoorbeeld ook denken aan betalingen aan particulieren voor schoonmaken, onderhoud, verbouwingen en andere klusjes.

Graag staan wij jullie bij als er vragen zijn omtrent het inschakelen van influencers of overige derden. Neem hier contact op als wij wat voor jullie kunnen betekenen.