default-header
HomeInternetconsultatie verduidelijking en rechtsvermoeden zzp

Internetconsultatie verduidelijking en rechtsvermoeden zzp

In het verleden hebben wij al eerder een artikel geschreven over schijnzelfstandigheid. De regelgeving rondom het werken met werknemers en zelfstandigen wordt verduidelijkt. Met als doel om schijnzelfstandigheid te verminderen en om een toetsingskader te bieden, zodat werkenden en werkgevers meer duidelijkheid hebben omtrent hun rechtspositie. De inwerkingtreding van het wetsvoorstel is beoogd op 1 juli 2025. Schakel je regelmatig zelfstandigen in of ben je werkzaam als zelfstandige? Dan is dit artikel rondom het wetsvoorstel van mogelijk interessant voor je.

Schijnzelfstandigheid

In een eerdere nieuwsbrief (Strengere handhaving op schijnzelfstandigheid vanaf 2025) hebben we de schijnzelfstandigheid toegelicht. Wij hebben daarin toegelicht dat de overheid aan een nieuwe wetgeving werkt om schijnzelfstandigheid tegen te gaan. Schijnzelfstandigheid is volgens de overheid onwenselijk, namelijk om de volgende drie redenen:

1. Kwetsbaarheid van werkenden aan de basis van de arbeidsmarkt
Als opdrachtgevers min of meer eisen van personeel om zelfstandig te worden, omdat alleen dan meer uren gemaakt kunnen / mogen worden. Dat maakt het voor werkenden lastig om iets op te bouwen in loondienst. Daarnaast genieten zelfstandigen geen bescherming tegen werkloosheid en ziekte.

2. Solidariteit binnen het sociale stelstel
Wanneer steeds meer ‘werknemers’ werken als schijnzelfstandigen wordt in mindere mate meebetaald aan de algemene sociale voorzieningen (zorg/AOW).

3. Oneerlijke vorm van concurrentie tussen werknemers/opdrachtnemers en werkgevers/opdrachtgevers
Schijnzelfstandigen genieten fiscale voordelen die voor ondernemers bedoeld zijn. Hierdoor geniet de schijnzelfstandige, de werkgever of beide een (onterecht) voordeel. Waardoor de schijnzelfstandigen tegen lagere kosten ingehuurd kunnen worden voor dezelfde arbeid. Dit leidt tot oneerlijke concurrentie tussen bedrijven en organisaties onderling en werknemers en schijnzelfstandigen onderling.

Tot op het heden is de wetgeving tegen de schijnzelfstandigheid nog open geformuleerde wetgeving welke gedurende de jaren is ingevuld door jurisprudentie. Hierdoor is het erg afhankelijk van de feiten en omstandigheden of iemand aangemerkt wordt als werkende of zelfstandige. De moderne arbeidsmarkt is hierbij ook van grote invloed geweest, zoals het thuiswerken en werken door middel van een app. Ter verduidelijking wordt hieronder een voorbeeld van schijnzelfstandigheid toegelicht.

Voorbeeld

Meneer is werkzaam als zelfstandige en heeft een grote opdracht gekregen waarbij hij minimaal 2 á 3 dagen per week werkzaam mee is. Verder heeft meneer iedere maandag een vergadering om de stand van zaken van de opdracht te rapporteren aan de opdrachtgever. Bovendien bepaalt de opdrachtgever welke klanten hij krijgt. Meneer kan niet zelf kiezen voor welke klanten hij werkzaam is. Tot slot is afgesproken met de opdrachtgever dat meneer niet na 18:00 werkt en niet tijdens het weekend.

Bovenstaande casus is een voorbeeld van schijnzelfstandigheid tussen meneer en de opdrachtgever. Meneer werkt onder gezag van de opdrachtgever. Meneer kan zijn werkzaamheden niet zelf indelen. Hij moet rapporteren aan de opdrachtgever en hij moet zich houden aan bepaalde werktijden. Verder bepaalt de opdrachtgever voor welke klanten meneer werkzaamheden uitvoert.

Dit zijn allemaal redenen waarom meneer niet als zelfstandige werkt voor de opdrachtgever. Er zal een arbeidscontract afgesloten moeten worden voor de duur van de opdracht.

Het wetsvoorstel

Zodoende heeft het kabinet besloten om de wetgeving rondom het werken met werknemers en zelfstandigen te verduidelijken. Om zo het grijze gebied tussen werknemers en zelfstandigen te verkleinen.

De hoofddoelen van het wetsvoorstel zijn om schijnzelfstandigheid te verminderen en om een duidelijk toetsingskader aan te beiden voor zelfstandigen en werkgevers. Zodoende weten zelfstandigen en werkgevers aan welke voorwaarden ze moeten voldoen om het werk als zelfstandige te kunnen uitvoeren.

Aanvulling ‘werken in dienst van ‘ (gezag)

De wetgeving rondom een arbeidsovereenkomst (artikel 7:610 BW) wordt aangevuld wanneer het wetsvoorstel inwerking zal treden. Dit artikel wordt aangevuld met drie extra elementen om te toetsen of er sprake is van gezag. Deze drie elementen worden nog verder ingevuld door indicaties bij algemene maatregel van bestuur. Het betreft de volgende drie elementen:

1. Werkinhoudelijke sturing
Hoe word je aangestuurd en gecontroleerd? Sta je onder leiding van een ander?

2. Organisatorische inbedding
Doe je werk dat structureel gedaan wordt in een organisatie?

3. Niet werken voor eigen rekening en risico

Indien sprake is van de volgende drie elementen werk je onder gezag en zodoende in dienstbetrekking voor je werkgever. Dit is niet per definitie zo, dit is afhankelijk van welke elementen sterker aanwezig zijn. In figuur 1 wordt het toetsingskader omtrent ‘werken in dienst van’ weergeven:

toetsingskader-werken-in-dienst-van-lenssenadvies
Figuur 1: toetsingskader ‘werken in dienst van’

Bovendien zijn er voorbeeldcasussen en relevante jurisprudentie terug te vinden in het wetsvoorstel met betrekking tot het ‘werken in dienst van’. Deze zijn terug te vinden in paragraaf 3.3 en 3.4 van het Memorie van toelichting.

Rechtsvermoeden

Aan de wetgeving wordt een artikel toegevoegd (artikel 7:610aa BW), dat richt zich op het rechtsvermoeden. Als gevolg hiervan is het voor werkenden aan de basis van de arbeidsmarkt

makkelijker om een arbeidsovereenkomst te claimen, zodat ze sociale zekerheid hebben. Het rechtsvermoeden betekent het volgende:

Als een werkende aannemelijk kan maken dat hij/zij minder verdient dan het geldende uurtarief zoals benoemd in het wetsvoorstel (€ 32,24 peildatum 1 juli 2023), dan kan de werkende zich beroepen op het rechtsvermoeden van arbeidsovereenkomst. Zodoende kan de werkende makkelijker een arbeidsovereenkomst eisen. Het is vervolgens aan de werkgever om aan te tonen dat geen sprake is van een arbeidsovereenkomst / dienstverband.

Internetconsultatie

Minister Van Gennip van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft het bovenstaand benoemde wetsvoorstel in internetconsultatie gebracht. Dit betekent dat iedereen minimaal vier weken de tijd heeft om op het wetsvoorstel te reageren om suggesties te doen op de kwaliteit en uitvoerbaarheid van het wetsvoorstel. Dit kan tot en met 10 november 2023.

Conclusie

Als je regelmatig zelfstandigen inschakelt of ben je werkzaam als zelfstandige? Dan is het zojuist toegelichte wetsvoorstel voor jou van belang. Je dient te beoordelen of je vanaf 1 juli 2025 binnen wet- en regelgeving handelt om zodoende schijnzelfstandigheid te voorkomen. Bovendien kun je het in figuur 1 weergeven toetsingskader gebruiken om te beoordelen of sprake is van een arbeidsovereenkomst. Als je vragen hebt omtrent het wetsvoorstel, neem dan gerust contact met ons op.