default-header
HomeOpnieuw verlenging TVL- regeling

Opnieuw verlenging TVL- regeling

Inleiding

De Regeling subsidie financiering vaste lasten MKB COVID-19 (TVL-regeling) is opnieuw verlengd en inmiddels zijn ook de voorwaarden bekend behorend bij de derde periode. Deze derde periode bestrijkt de maanden januari, februari en maart 2021. Ook deze TVL-regeling betreft een tijdelijke subsidieregeling om getroffen MKB-ondernemers en zzp’ers in staat te stellen hun vaste lasten te blijven betalen. Daarnaast is er meer bekend over de verschillende opslagen, zoals die voor de evenementenbranche en de gesloten detailhandel. Ook staan we alvast kort stil bij de aangekondigde wijzigingen tijdens de persconferentie van 21 januari 2021.

Subsidie en voorwaarden

Zoals hiervoor is aangehaald, is er sprake van een verlenging van de TVL voor het eerste kwartaal van 2021. De meeste voorwaarden van de regeling die golden voor de tweede periode – ofwel het vierde kwartaal van 2020 – gelden onverkort voor het eerste kwartaal van 2021. Een belangrijke wijziging is echter de referentieperiode. Deze is bepaald op de periode januari, februari en maart 2019. Zou je een referentieperiode van 12 maanden terug tot uitgangspunt moeten nemen, dan is er overlap met de start van de eerste lockdown, te weten per half maart 2020. Dit zou niet representatief zijn. Mocht je klant op 1 januari 2019 nog niet gestart zijn, dan valt hij terug op het eerste gehele kalenderkwartaal volgend op de maand waarin de ondernemingsactiviteiten werden gestart. Zodoende kan er zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van de kwartaalomzetcijfers die ook bekend zijn bij de Belastingdienst. Die cijfers heb je doorgaans in je bezit.

Goed om te weten is dat alle sectoren in beginsel aanspraak kunnen maken op deze TVL. Er is namelijk besloten om nog niet te starten met het afbouwpad. Wel is beslist dat er in het eerste kwartaal van 2021 niet opnieuw een eenmalige opslag voor eet- en drinkgelegenheden (HVA-opslag) wordt aangeboden. Hoe deze opslag over het vierde kwartaal van 2020 moet worden berekend, is inmiddels wel duidelijk geworden.

Voor het overige is er niets nieuws onder de zon. We herhalen kort de belangrijkste onderdelen:

  • de maximale omvang van de TVL over het eerste kwartaal is € 90.000, het minimum € 750;
  • het moet gaan om een MKB-onderneming of zzp’ er;
  • je klant moet op 15 maart 2020 in het handelsregister zijn ingeschreven;
  • het omzetverlies moet ten minste 30% bedragen;
  • je klant moet per kwartaal ten minste € 3.000 aan vaste lasten hebben;
  • je klant mocht niet al op 31 december 2019 in financiële moeilijkheden hebben verkeerd;
  • per kwartaal moet er een aanvraag worden ingediend (je kunt dus niet direct over alle perioden een aanvraag voor je klant indienen).

Daarnaast moet je klant een vestiging in Nederland hebben, waarvan in ieder geval één op een ander adres dan de privéwoning van de ondernemer. Of er moet een vestiging zijn die fysiek afgescheiden is van de privéwoning van de ondernemer en die voorzien is van een eigen opgang of toegang. Deze eisen gelden overigens niet voor horeca- en ambulante ondernemingen en is uitgebreid met meer SBI-codes. Voor een horecaondernemer is het voldoende dat hij of zij ten minste één horecagelegenheid huurt, pacht of in eigendom heeft.

Omzetverlies en bepalen hoogte subsidie

Doordat een oplopend subsidiepercentage is geïntroduceerd, zal dit beter aansluiten bij het omzetverlies van je klant. Je klant hoeft ook niet meer altijd zelf 50% van de vaste lasten te dragen, maar moet wel steeds een omzetverlies van ten minste 30% hebben geleden. Dit wordt berekend door het verschil tussen de omzet in de referentieperiode en de omzet in de subsidieperiode te bepalen en deze te delen door de omzet in de referentieperiode. De uitkomst van deze berekening wordt uitgedrukt in hele procenten. Voor de som van de omzet tellen subsidies verkregen met het oog op de bestrijding van de negatieve gevolgen van Covid-19 niet mee.

De maximale subsidie bedraagt € 90.000 per bedrijf per drie maanden. De berekening luidt als volgt:

A x B x C x D

A = omzet in de referentieperiode, uitgedrukt in euro’s

B = omzetverlies, uitgedrukt in hele procenten

C = aandeel vaste kosten van de omzet, uitgedrukt in procenten

D = de formule 28,57% x B + 41,43%

Voorheen zou D gelijk staan aan 50%. In plaats van een vast subsidiepercentage van 50% wordt dit percentage nu bepaald op basis van het omzetverlies. Deze berekening voor D komt voor B= 30% uit op 50% subsidie en voor B= 100% uit op 70% subsidie. Ook voor omzetverlies tussen deze genoemde percentages wordt het subsidiepercentage bepaald op basis van de genoemde formule. Zo wordt bij 65% omzetverlies het subsidiepercentage 60%.

Is de uitkomst van de berekening minder dan € 750 dan bedraagt de subsidie € 750.

De berekening van de opslag voor eet- en drinkgelegenheden (HVA-opslag) over het vierde kwartaal van 2020 verandert vanzelfsprekend ook. Dit wordt berekend aan de hand van de formule:

A x B x 5,6% x (28,57% x B + 41,43%).

Aangekondigde uitbreiding

Tijdens de persconferentie op 21 januari 2021 is een verdere uitbreiding van de TVL aangekondigd. Deze zijn nog niet geformaliseerd. De wijzigingen betreffen de volgende punten:

  • de TVL komt beschikbaar voor alle bedrijven in Nederland, dus ook voor niet-mkb bedrijven met meer dan 250 werknemers;
  • het oplopend subsidiepercentage van 50% tot 70% wordt vervangen door een percentage van 85% voor alle ondernemers met een omzetverlies vanaf 30%;
  • het minimumbedrag per kwartaal aan vaste lasten wordt verlaagd van € 3.000 naar € 1.500;
  • het minimum subsidiebedrag wordt verhoogd van € 750 naar € 1.500 per kwartaal;
  • het maximum subsidiebedrag wordt verhoogd van € 90.000 naar € 330.000 voor mkb-bedrijven (maximaal 250 medewerkers) en € 400.000 voor niet mkb-bedrijven (meer dan 250 medewerkers);
  • de Voorraadsubsidie Gesloten Detailhandel (VGD, zie ook hierna) wordt verlengd met het eerste kwartaal van 2021. Daarbij wordt het opslagpercentage verhoogd van 5,6% naar 21% bovenop het vaste lastenpercentage van de TVL en het maximum van de opslag gaat van € 20.160 naar € 200.000;
  • er komen aparte opslagen voor de reissector en de land- en tuinbouwsector;
  • er komt een aparte regeling voor ondernemers die tussen 30 september 2019 en 30 juni 2020 met hun onderneming zijn gestart.

De wijzigingen zijn nog niet ingevoerd. Je kunt al wel een TVL-aanvraag indienen voor het eerste kwartaal van 2021 (zie hierna) op grond van de bestaande regeling. Als de aangekondigde maatregelen werkelijkheid worden en je mkb-klant voldoet aan de voorwaarden, dan ontvangt hij of zij  later van de RVO een extra voorschot. Niet-mkb bedrijven kunnen pas later TVL aanvragen. Klanten die per kwartaal minder dan € 3.000 aan vaste lasten hebben, kunnen al wel een TVL-aanvraag indienen, maar die handelt de RVO pas af als de verlaging naar € 1.500 in het systeem is verwerkt. Voor meer detailinformatie over de aangekondigde wijzigingen klik hier.

Vaste lasten

Je klant ontvangt de subsidie om in een periode van weinig omzet toch zijn vaste lasten te kunnen blijven voldoen. Het gaat dan om de overige bedrijfskosten. Variabele kosten vallen daar niet onder.  De regeling gaat uit van een vast percentage aan vaste lasten per sector. Deze behoeft dus niet zelf te worden berekend.

Aanvraagperiode

De subsidie over het eerste kwartaal van 2021 kan worden aangevraagd van 15 februari 12:00u tot en met 30 april 2021, vóór 17:00u met het formulier op RVO.nl. Hierop zal binnen acht weken worden beslist. Wanneer de subsidie wordt verleend, zal er een eenmalig voorschot van 80% worden uitgekeerd. Het verzoek om vaststelling van de subsidie dient vervolgens voor 1 oktober 2021 plaats te hebben gevonden. Houd er rekening mee dat je klant zijn of haar administratie tot 10 jaar na de beschikking tot subsidievaststelling moet bewaren. Bovendien moet je klant tot 5 jaar medewerking verlenen aan evaluaties rondom doeltreffendheid en de effecten van de verleende subsidie.

Evenementenmodule

Je klant in de evenementenbranche zal het vaak moeten hebben van een omzet in de lente- en zomermaanden. De omzet in de winter ligt een stuk lager en daarom kunnen zij vaak niet met de gebruikelijke regeling uit de voeten. Voor de evenementenbranche is er daarom een bijzondere module over het 4e kwartaal van 2020 geïntroduceerd. De subsidie is bedoeld voor:

  • het midden- en kleinbedrijf, inclusief zzp’ers;
  • die voor hun omzet tijdens het evenementenseizoen (april tot en met september) in belangrijke mate afhankelijk zijn van evenementen tijdens dat seizoen;
  • waarbij een evenement is een georganiseerde, incidentele en voor het publiek toegankelijke gebeurtenis, bijgewoond door een verzameling mensen die zich daarvoor in een bepaald tijdvak en in een inrichting of op een terrein bevindt en beweegt (dus niet online).

De onderneming die hier aan voldoet, moet in het tweede en derde kwartaal van 2019 voor ten minste 50% van zijn omzet goederen of diensten hebben geleverd ten behoeve van een in dat evenementenseizoen gehouden evenement. Ook toeleveranciers en organisatoren vallen hier onder. Bovendien moet de onderneming voor de periode juni tot en met september 2020 een TVL hebben ontvangen. Specifiek voor de evenementenbranchemodule geldt verder dat zij niet in aanmerking mogen komen voor de TVL voor de vaste lasten in de periode oktober tot en met december 2020. Komen zij hiervoor wel in aanmerking, dan wordt aangenomen dat zij in mindere mate afhankelijk zijn van het evenementenseizoen. Ook moet de onderneming al vóór 14 september 2019 voor het eerst zijn ingeschreven in het handelsregister.

Verder gelden de reguliere voorwaarden, zoals de eis dat de onderneming op 15 maart 2020 moest zijn ingeschreven in het handelsregister, dat de hoofd- of nevenactiviteit in de betreffende bijlage  moest zijn vermeld en dat aan het vestigingsvereiste wordt voldaan, tenzij sprake is van een ambulante onderneming. Ook gelden de reguliere afwijzingsgronden.

Start aanvraagperiode eerste kwartaal

Omdat deze specifieke subsidie voor de evenementenbranche wel bijdraagt aan de vaste lasten die doorlopen in het najaar, maar niet het gehele bedrag dekt, zal 33,3% van het subsidiebedrag worden gesubsidieerd, met een minimum van € 750. Aanvragen voor het eerste kwartaal van 2021 kunnen worden ingediend van 18 februari 12.00u tot en met 18 maart 2021 vóór 17.00u. Denk er dus aan om dit nog extra voor je klant aan te vragen, indien hij of zij aan de voorwaarden voldoet. Een ondernemer die aan de voorwaarden van de evenementenmodule voldoet, ontvangt een bericht van de RVO.

De evenementenmodule geldt in 2021 alleen voor het eerste kwartaal.

Opslag voorraadverliezen detailhandel

De opslag Voorraadsubsidie Gesloten Detailhandel (VGD) is bedoeld om de eenmalige variabele kosten van je klanten te dekken, omdat zij goederen niet konden verkopen door de verplichte lockdown en die goederen nu in waarde zijn gedaald of onverkoopbaar zijn geworden. Bijvoorbeeld kerst- of jaarwisselingsartikelen. Voldoet jouw klant aan de nadere voorwaarden, dan zal de opslag over het  vierde kwartaal van 2020 ambtshalve worden toegepast. De voorwaarden zijn dat de op 15 maart 2020 in het handelsregister ingeschreven hoofdactiviteit onder één van de volgende gedefinieerde SBI-codes valt: 47.19, 47.26, 47.4, 47.5, 47.6, 47.71, 47.72, 47.75, 47.76, 47.78, 47.79, 47.82, 47.89.2 of 47.89.9 en dat de onderneming vanwege de tweede lockdown gesloten is geweest.

De hoogte van de opslag wordt als volgt berekend: referentieomzet, uitgedrukt in euro’s (A) * omzetverlies, uitgedrukt in procenten (B) * 5,6% * het subsidiepercentage (D), met een maximum van € 20.160. Ondernemingen die tussen 29 februari 2020 en 15 maart 2020 zijn ingeschreven in het handelsregister, ontvangen een vaste opslag van € 101. Voor de aangekondigde wijzigingen in de VGD zie hiervoor. Ook de VGD geldt in 2021 alleen voor het eerste kwartaal.

Tot slot

De TVL-regeling kent diverse uitzonderingen. Deze laten zich niet eenvoudig vatten in een beknopte samenvatting. Wij helpen je dan ook graag wanneer een eindklant wil weten of hij aanspraak kan maken op deze vorm van subsidie of wanneer je hulp nodig hebt bij het opstellen van de berekeningen.