Nieuws
octrooibox (Vpb-tarief verlaagd naar 10%)
- Gegevens
- Gemaakt op maandag 11 augustus 2008 16:40
Met ingang van 2007 heeft de zogenoemde octrooibox zijn intrede gedaan in de vennootschapsbelasting (Vpb). Een octrooibox houdt in dat in de Vpb een verlaagd tarief geldt voor exploitatie van de succesvolle uitkomsten van onderzoek en ontwikkeling waarvoor een octrooi is verleend. Zeer kort samengevat, komt de octrooibox erop neer dat de netto-voordelen uit zelf ontwikkelde immateriële activa waarop een octrooi is verkregen, belast zijn naar een effectief tarief van 10%.
Aan het idee van een speciale box is vorm gegeven door een zogenoemde grondslagreductie. De in de box belaste voordelen worden namelijk slechts voor 10/25,5 in aanmerking genomen. Terwijl het formele Vpb-tarief 25,5% blijft, komt het effectieve tarief over de voordelen daarmee op 10% uit.
De octrooiboxregeling is van een plafondbepaling voorzien die er, kort gezegd, op neerkomt dat het lage tarief niet meer geldt vanaf het moment waarop de voordelen uit de boxactiva meer dan het viervoudige zijn gaan bedragen dan de voortbrengingskosten van die activa. Die voortbrengingskosten zijn als zodanig ineens tegen het normale Vpb-tarief aftrekbaar, maar daar staat tegenover dat voor de voordelen uit boxactiva tot het bedrag van die voortbrengingskosten geen grondslagreductie wordt verleend (ingroeiregeling). Deze plafond- en ingroeiregeling vormen hiermee de cijfermatige inkadering voor de octrooiboxregeling, hetgeen aan de hand van een sterk vereenvoudigd voorbeeld wordt toegelicht.
Voorbeeld
X B.V. heeft in 2008 een vinding ontwikkeld waarvoor € 400.000 aan voortbrengingskosten zijn gemaakt. In 2009 wordt een octrooi op de vinding verkregen. De vinding wordt in dat jaar in de octrooibox opgenomen. In 2010 worden uit licentiëring van de vinding royalty-opbrengsten verkregen tot een bedrag van € 250.000. Vanaf 2011 bedraagt de jaarlijkse royalty-opbrengst € 350.000. Hoe dient de octrooibox hier te worden toegepast?
Uitwerking
Het bedrag van € 400.000 kan in 2008 ineens ten laste van de (normaal belaste) winst worden gebracht. In 2009 ontstaat een boxactivum met een drempel van € 400.000. Dit creëert een boxruimte (plafond) van 4 x € 400.000 = € 1.600.000. De opbrengsten van € 250.000 die in 2010 worden behaald, behoren volledig tot de belastinggrondslag (effectief tarief 25,5%) maar komen in mindering op de drempel (ingroei). De drempel neemt af tot € 150.000. Van de in 2011 behaalde voordelen moet eerst nog € 150.000 worden gebruikt voor de ingroei. Deze € 150.000 is normaal belast. Voor de voordelen boven de drempel, in dit jaar € 200.000, geldt de grondslagvermindering. Voor dit bedrag geldt daarmee een effectief tarief van 10%. In 2012 geldt dat voor alle voordelen. Aan het eind van 2012 is dus (€ 200.000 + € 350.000=) € 550.000 naar het gunstregime belast. De boxruimte van € 1.600.000 is daarmee voor € 550.000 opgesoupeerd. Voor de volgende jaren resteert dus nog een boxruimte van € 1.050.000, zodat valt te voorzien dat nog drie jaar van het gunstregime kan worden geprofiteerd.
Het hier gegeven voorbeeld geeft weliswaar een goed idee van de hoofdzaken van de octrooiboxregeling, maar het levert een te statisch beeld op. De ingroei- en plafondbepaling worden namelijk niet per immaterieel activum toegepast, maar - van jaar tot jaar - op het totaal van de in de box geplaatste activa. Dit geeft de mogelijkheid tot 'ruimtevernieuwing'. Immers, door telkens nieuwe vindingen in de box te plaatsen wordt de ruimte gecreëerd (telkens het viervoud van de voortbrengingskosten van die nieuwe vindingen) om de voordelen uit de exploitatie van 'oudere' en dan vooral succesvolle vindingen te absorberen.
Vanaf 2008 is de octrooibox ook van toepassing op rechten waarvoor aan belanghebbende een S&O-verklaring is verstrekt. Een aanvraag om een S&O-verklaring moet worden ingediend door een inhoudingsplichtige of een belastingplichtige ondernemer. Er vindt bij de aanvraag om een S&O-verklaring een beoordeling plaats van de in de aanvraag omschreven werkzaamheden, waarbij wordt uitgegaan van het technische niveau van de inhoudingsplichtige dan wel de belastingplichtige. De in de aanvraag omschreven werkzaamheden moeten gericht zijn op technisch-wetenschappelijk onderzoek of de ontwikkeling van voor de aanvrager technisch nieuwe (onderdelen van) fysieke producten (onderdelen van), fysieke productieprocessen (onderdelen van), programmatuur, of op daaraan voorafgaand in Nederland verricht haalbaarheidsonderzoek.

Please wait...